rolstoel, passagier, bus, Breng

Minder geld vraagt om betere afstemming Wmo-vervoer en OV

Hoe houd je als overheid het openbaar vervoer en het doelgroepvervoer betaalbaar en kwalitatief op peil in tijden van bezuiniging? Die vraag stond op donderdag 8 november in Utrecht centraal op het congres ‘Naar betaalbaar en beter collectief vervoer’, georganiseerd door het Kennisplatform Verkeer en Vervoer (KpVV). 

Het antwoord is niet moeilijk te geven, namelijk door te kijken naar slimme samenwerking en organisatie. Maar de praktijk is weerbarstiger, zo bleek uit de voorbeelden die sprekers en bezoekers aanhaalden. De belangen lopen soms uiteen. Een gemeente kan er wel naar streven om meer mensen met een lichamelijke beperking vanuit het Wmo-vervoer te laten overstappen op regulier openbaar vervoer, maar daar komt weinig van terecht als de provincie net bezig is om buslijnen op te heffen.

Arnhem

Met het steeds toegankelijker maken van het openbaar vervoer heeft de stadsregio Arnhem-Nijmegen inmiddels ruimschoots ervaring opgedaan met dat slimmer organiseren van vervoer. Dat is ook niet zonder slag of stoot gegaan, zo schetste Rianne Reitsma van de gemeente Arnhem. De invoering van toegankelijke bussen en bushaltes kostte tijd en vroeg geregeld om bijstellen van het beleid.

Dankzij beter toegankelijk openbaar vervoer, kon er een Wmo-herindicatie plaatsvinden. Een deel van de mensen met een kortingspas voor de Stadsregiotaxi zou immers ook met het openbaar vervoer kunnen. Een knelpunt bleek vervolgens de oude handbediende planken in de bussen, waardoor chauffeurs rolstoelers weigerden. Daarom is nu besloten om de nieuwe herindicatie pas in te laten gaan met ingang van de nieuwe concessie die loopt van december 2012 tot 2023.

Kansen

Ook andere gemeenten en vervoersbedrijven zijn volop bezig met slimmer nadenken over collectief vervoer, zo bleek uit een korte inventarisatie van Guy Hermans van KpVV onder de congresbezoekers. Ze zien in ieder geval volop kansen. Zo ziet Vincent Boelen van de gemeente Breda wel iets in het opzetten van één loket voor alle vragen op het gebied van vervoer.

De RET constateert dat er ondanks het uitgebreide vervoersnetwerk nog plekken in Rotterdam resteren die lastig bereikbaar zijn en kijkt nu met verschillende partijen wat de beste oplossing is voor die laatste schakel in de vervoersketen.

Chris van Schijndel van rolstoelvervoeraanbieder Flex-i-Trans pleitte ervoor om de gebruiker centraler te stellen. “De meeste vervoerssystemen zijn erg aanbodgedreven en niet vraaggedreven.” Hij zou bovendien graag zien dat het gebruik van de OV-chipkaart wordt uitgebreid naar alle vormen van vervoer.

AWBZ-vervoer

Als het gaat om inspelen op de naderende bezuinigingen op het AWBZ-vervoer, is afwachten niet de juiste houding, maakten Bert Holman en Linda Hazenkamp van het TransitieBureau Begeleiding in de Wmo duidelijk. Dit bureau, opgezet door het ministerie van VWS en de VNG, ondersteunt de decentralisatie van de extramurale begeleiding vanuit de AWBZ naar de Wmo. Ze erkennen dat er nog veel onzekerheid is omdat plannen uit het regeerakkoord van het nieuwe kabinet nog uitgewerkt moeten worden. Toch vindt Hazenkamp het belangrijk dat gemeenten en zorgaanbieders in gesprek blijven. Ze vreest dat er anders “onomkeerbare besluiten genomen worden”, bijvoorbeeld het sluiten van dagopvangvoorzieningen.

Oneerlijke concurrentie

Wim Brouwer van DVG Personenvervoer waarschuwde ervoor dat de bezuinigingen niet onevenredig afgewenteld moeten worden op de vervoerders. Hij ziet zijn bedrijfskosten stijgen doordat opdrachtgevers steeds hogere eisen stellen aan de voertuigen en voorafgaand aan een aanbesteding niet altijd goed altijd nadenken over eisen ten aanzien van duurzaamheid. “Leg geen onnodige risico’s neer bij de inschrijver”, aldus Brouwer. Een andere ontwikkeling die hij met lede ogen aanziet is de inzet van vrijwilligers om vervoersproblemen op te lossen. “Terecht zijn de opleidingseisen in de branche verhoogd. Daar zie je niets van terug bij vrijwilligerssystemen. Dan zie je concurrentie ontstaan die wij niet wenselijk achten.”

Toegankelijkheid

Goed en toegankelijk vervoer vraagt meer dan alleen aanpassen van materieel en halteplaatsen, meent projectmanager verkeer en vervoer Frans Heijnis van CROW, kennisplatform voor infrastructuur, verkeer, vervoer en openbare ruimte. Ook de openbare ruimte moet in orde zijn. “Het begint al bij huis, bij de voordeur.” Voorbeelden van hoe het niet moet, heeft hij te over. Bijvoorbeeld door hinderlijke obstakels als een smalle hekjes, welig tierend onkruid of een lantaarnpaal midden op een halteplaats.

Om gemeenten en andere overheden daarbij te ondersteunen is CROW begonnen met het ontwikkelen van een handboek Toegankelijkheid. Dat moet overheden praktische handvatten bieden en duidelijk maken welke zaken ze echt moeten regelen en welke optioneel zijn. Dat het handboek pas in 2014 verschijnt, is volgens Heijnis geen reden om het verder toegankelijk te maken van infra en openbare ruimte voorlopig even in de ijskast te zetten. “Nee, ik zou stug doorgaan.”

Yvonne Ton

Auteur: Bart Pals

Reageer ook

Nog maximaal tekens

Log in via een van de volgende social media partners om je reactie achter te laten.