‘OV-sector heeft pioniers nodig die kennisdeling stimuleren’

De huidige OV-sector is erg versnipperd, waardoor er te weinig wordt samengewerkt en kennis te weinig gedeeld wordt. Daarom heeft de sector pioniers nodig die alle betrokken partijen bij elkaar weten te brengen en deze partijen stimuleren om kennis te delen. Dit zegt Henk Waling, voormalig directeur techniek van de GVB en nu al 12 jaar zelfstandig adviseur en interim manager, onder meer bij de Gemeente Amsterdam, afdeling Metro en Tram.

Hij merkt dat er heel veel kennis aanwezig is in de sector, maar dat er nauwelijks uitwisseling van deze kennis plaatsvindt. Dit komt onder meer omdat vervoerders zich te veel terugtrekken in hun eigen bedrijf en nauwelijks over de grenzen van het eigen bedrijf heen stappen. Hoewel Waling begrijpt waarom de vervoerders dit doen, roept hij hen vooral op om toch over de eigen muren heen te kijken. “Het delen van kennis geeft een impuls aan nieuwe projecten en ontwikkelingen.”

Voortrekkers

Waling vindt daarom dat de sector voortrekkers nodig heeft. Personen die inzien dat kennis gedeeld moet worden om de sector te innoveren en verder te brengen. “In elke sector zijn pioniers nodig, dus ook in de OV-sector. Deze pioniers hebben het geduld en het doorzettingsvermogen om partijen bij elkaar te brengen. Ze zien niet alleen het belang in voor hun eigen bedrijf of bedrijfstak, maar zij kijken naar het grote belang. Ik noem dat leiderschap”

Waar de sector die leiders moet zoeken, is moeilijk te zeggen. “Dat is de hamvraag”, erkent Waling het probleem. Het is een mogelijkheid dat ook de centrale overheid daarin een rol speelt, met name in het stellen van voorwaarden. “Vervoerders en ook decentrale overheden kijken soms niet genoeg over de concessiegrenzen heen, maar reizigers laten zich door de grens van een vervoerregio of een concessie niet weerhouden.”

Kennisdeling

Hij twijfelt of een kennisplatform die rol op zich kan nemen. Er zijn namelijk al flink wat van deze platforms geweest, maar tot nog toe hebben deze kennisnetwerken weinig effecten gehad voor de deling van kennis. Zelf was hij als lid van de directie van de GVB betrokken bij de voormalige brancheorganisatie Mobis. Deze brancheorganisatie hield op te bestaan, nadat de regionale vervoerders Veolia, Arriva en Syntus uit de vereniging stapten.

Railforum is wel een organisatie die hij heel goed vindt functioneren en wellicht zou deze organisatie hierin een rol zou kunnen spelen. “Hoewel daar heel goede initiatieven worden genomen en er ook resultaten worden geboekt, is niet altijd goed zichtbaar wat daar concreet mee gebeurd. Dat zou nog een tandje beter kunnen. Ik weet dat bij Railforum de behoefte bestaat om juist het delen van kennis te stimuleren en te faciliteren, alleen zullen we daar dan ook actief gebruik van moeten maken. En dat wil nog niet altijd lukken, omdat nog niet alle medewerkers in de sector hun informatie op een open manier delen of mogen delen.”

Kenniscentrum Light Rail

Die gebrekkige deling van kennis is nadelig voor nieuwe ontwikkelingen in de sector, is de mening van Waling. “Samenwerking stimuleert technologie en innovatie.” Daarentegen belemmert het opsluiten van kennis in één bedrijf nieuwe ontwikkelingen, al merkt hij wel dat de sector steeds meer openstaat voor ontwikkelingen die elders plaatsvinden en ziet hij ook de behoefte om na te denken over de toekomst.

Waling noemt een voorbeeld: mede op basis van de kennis die is verzameld in een kenniskring binnen Railforum is bij CROW het kenniscentrum Light Rail ingericht waar alle decentrale overheden gebruik van maken, zodat ze niet allemaal apart het wiel hoeven uit te vinden. Waling zelf was hiervan kwartiermaker.

Toekomstplannen

Waar vaak getwijfeld wordt aan de toekomst van het openbaar vervoer in Nederland, door de komst van andere, flexibele vormen van vervoer, heeft Waling vertrouwen in de veerkracht en het belang van de sector. Met name op het spoor verwacht hij niet dat de huidige vervoerders bang hoeven te zijn dat elektrische auto’s hun werk overnemen. “De capaciteit van spoor is niet te vervangen door auto’s”, voorspelt hij. “Wel zul je steeds meer een flexibele mix zien van vervoersvormen en juist daarin zie je dat samenwerken ook in de toekomst heel erg belangrijk is.”

Het is dus van essentieel belang om te blijven investeren in goed vervoer en goede aansluitingen op belangrijke knooppunten, denkt Waling. Door goed gebruik te maken van light rail kan de frequentie omhoog en worden de aansluitingen beter. De successen van de ombouw van regionale lijnen naar light rail bewijzen dat daarin veel winst valt te behalen. RandstadRail en andere light rail-lijnen hebben namelijk aangetoond dat dergelijke verbindingen economische groei en reizigersgroei stimuleren.  “Bij metro’s kijk je niet meer naar de dienstregeling, want je moet hoogstens drie tot vijf minuten wachten”.

Light rail

Waling roept op om nu aan de slag te gaan met het zoeken naar samenwerking bij het ontwikkelen van nieuwe projecten. “Je ziet gewoon dat we op het gebied van light rail kansen gaan missen.” Op het moment wordt er nog gewerkt aan verschillende projecten op het gebied van light rail in Nederland, zoals de Noord/Zuidlijn, de Uithoflijn en de Hoekse Lijn. Deze drie projecten zijn volgens de huidige planning allemaal in 2018 in gebruik.

Daarna volgen er zoals het er nu naar uitziet geen nieuwe projecten meer en voorlopig lijken er ook geen nieuwe ontwikkelingen op de planning te staan. “Dat geeft te denken”, aldus Waling. “Nieuwe projecten ontwikkelen is niet langer een prioriteit, of de besluitvormingsstructuur in Nederland remt de ontwikkeling van nieuwe projecten. Maar dat is erg jammer, want de kennis die we nu opdoen door aan nieuwe projecten te werken dreigt verloren te gaan. Bovendien is het voor de ontwikkeling van mobiliteit belangrijk dat we steeds weer kijken hoe we daarin kunnen bijdragen. Dat hoeft niet altijd light rail te zijn. Ook andere hoogwaardige vervoersoplossingen moeten worden overwogen.”

 Concessies

Om goede hoogwaardige oplossingen te kunnen overwegen, is samenwerking nodig. Vooral nu de ontwikkeling van mobiliteit en innovatie zo snel gaat. Juist daarom is kennisdeling zo’n belangrijk onderwerp. “Het integraal kijken naar vervoer is extra lastiger door de concessies”, vertelt Waling. “Kijk bijvoorbeeld alleen al naar het inzetten van elektrische bussen. Elke vervoerder gaat zelf opnieuw elektrische bussen testen, terwijl ze die informatie ook best zouden kunnen krijgen van een andere vervoerder. Maar dan zie je vaak het effect dat ook de lokale politiek wil scoren, dus wordt dezelfde technologie veelvuldig getest.”

Door de huidige manier waarop concessies worden gegund, wordt de onderlinge uitwisseling van kennis nauwelijks gestimuleerd. “Ik ben niet tegen marktwerking, want die heeft de maatschappij aantoonbaar voordelen opgeleverd”, vertelt Waling. “Maar ik ben wel tegen het sluiten van de deuren. Aanbestedingen zorgen voor concurrentie en dit belemmert het delen van kennis.”

Samenwerking stimuleren

Volgens Waling is het echter niet nodig dat concessies samenwerking tegenhouden. Hij denkt dat daarvoor oplossingen te bedenken zijn of dat overheden samenwerking meer kunnen stimuleren. Bij toekomstige concessies zouden bijvoorbeeld punten gegeven kunnen worden voor innovatieve samenwerking met andere partijen. “De afspraken in een concessie moeten niet te knellend zijn, want dan krijgen vervoerders nooit de kans om met innovatieve ontwikkelingen aan de slag te gaan.”

Ook bij inbesteden ziet hij dat overheden kwaliteit kunnen afdwingen, terwijl er tegelijkertijd open overleg plaats kan vinden met de overheid en andere lokale partijen. “De concessies die nu tot stand komen, of zijn gekomen in de grote steden zijn daar een voorbeeld van. En daarbij kunnen stedelijke vervoerders voordeel behalen door met elkaar samen te werken en kennis te delen.”

Inge Jacobs

Auteur: Inge Jacobs

Inge Jacobs is vaste redacteur van VerkeersNet.nl en schrijft voor verschillende andere vakbladen van ProMedia Group, waaronder OVPro.nl.

4 reacties op “‘OV-sector heeft pioniers nodig die kennisdeling stimuleren’”

Arco Sierts|01.03.16|14:46

Kennisdeling is hetzelfde als gratis geld: het lijkt leuk maar het slaat nergens op. Het is naieve ideologie. In de praktijk betekent het dat (vak)kennis en vernieuwend denken de waarde nul heeft. Welke ingenieur zal nog iets leren, bedenken of ontwikkelen als niemand er een cent voor over heeft? Kennisdeling is het ideaal van managers en bestuurders die zelf alle geld, winst en topinkomens claimen. Mensen met verstand van zaken worden nu al zwaar ondergewaarderd, *DAT* is het probleem.

Henk Waling|02.03.16|10:16

Bijzonder om kennisdeling naïeve ideologie te noemen. Als je alleen uit winstbejag je kennis voor je zou houden komt de wereld niet veel verder. Ik zie ook geen verband net de waardering van medewerkers ‘met kennis van zaken’. Wel zie ik dat de meeste vooruitgang wordt geboekt daar waar we met elkaar samenwerken en niet op allerlei plaatsen hetzelfde wiel uitvinden.

Arco Sierts|19.04.16|10:18

Het is naieve ideologie, omdat het frontaal ingaat tegen het heersende economische systeem. Je wilt iets gratis delen dat grote waarde vertegenwoordigt en bovendien verder ontwikkelt moet worden. Als dat gratis moet, dan wil niemand daar nog geld, tijd en moeite in steken, en dat stopt kennis en innovatie. Zie ook de afschaffing van de centrale ontwikkelkern binnen de NS.
Kortom, je vergeet dat delen pas kan als er eerst gecreeerd & ontwikkeld is! Gratis uitdelen doodt creatie en ontwikkeling.

Arco Sierts|19.04.16|10:31

Ik herken het probleem dat je aansnijdt heel duidelijk, dat is het punt niet. Het lijkt op de oproep in de farmaceutische sector. Als je daar zegt ‘kennis delen’, dan weet je ook wat het gevolg zal zijn: einde private medicijnontwikkeling. Oeps!
Wat ik probeer duidelijk te maken, is dat kennisdeling net zoiets is als “gratis geld voor iedereen”: klinkt leuk en sympathiek, maar wie onderneemt er dan nog? Kortom, je kunt dit niet los zien van de economische context.

Reageer ook

Nog maximaal tekens

Log in via een van de volgende social media partners om je reactie achter te laten.