‘Waterstofbus is één op één inwisselbaar met een dieselbus’

Als voorbereiding op de transitie richting zero emissie-busvervoer schafte de RET in februari 2016 twee waterstofbussen aan. De eerste van die bussen werd vrijdag door de RET gepresenteerd en reed een rondje door de stad. Na de zomer worden de bussen standaard ingezet in de dienstregeling. “De grote vraag is of waterstof de toekomst heeft”, vertelde RET-directeur Maurice Unck tijdens de presentatie. “Elektrische bussen moeten altijd tussentijds bijgeladen worden. Waterstof heeft die uitdaging niet, maar is wel duurder.”

Voormalig directeur van de RET, Pedro Peters, bestempelde het voldoen aan alle eisen van de MRDH voor de inbesteding enkele maanden terug nog als uitdagend. De concessieverlener eiste namelijk een ambitieus plan, maar stelde daarvoor weinig extra subsidie beschikbaar. Maar stadsvervoerders RET en HTM maken vorderingen. RET presenteerde deze bus en HTM testte onlangs een elektrische bus die opgeladen kan worden via de bovenleiding van een tram.

Verschil elektrische bussen

De bussen zijn vorig aangeschaft voor een prijs van 850.000 euro per stuk. Daarmee zijn deze voertuigen dus erg kostbaar en niet alleen duurder dan dieselbussen, maar ook duurder dan elektrische bussen. Unck: “We moeten kijken naar de ontwikkeling van die prijs de komende jaren. Wanneer er op grotere schaal waterstofbussen worden aangeschaft, wordt de prijs lager.”

Bovendien hebben elektrische bussen ook hun uitdagingen, meent Theo Konijnendijk van de RET. Daarbij gaat het met name om de actieradius, die niet kan wedijveren met een dieselbus. Weliswaar kan een elektrische bus verder rijden wanneer het voertuig wordt uitgerust met meer batterijen, maar dat zorgt er ook voor dat de bus minder passagiers kan vervoeren. “Een waterstofbus is één op één inwisselbaar met een dieselbus”, vertelt hij.

Schaalvergroting

Unck onderstreept dat de inzet van deze twee bussen niet betekent dat de RET al definitief een keuze heeft gemaakt voor waterstof, maar dat het belangrijk is om alle mogelijkheden te onderzoeken. “Je moet inspelen op nieuwe ontwikkelingen. De bussen zijn nu nog duur, maar schaalvergroting is de oplossing.” De directeur ziet dan ook mogelijkheden om voor de aanschaf van bussen samen te werken met andere vervoerders.

“Wanneer je 200 bussen wilt bestellen, kun je nog eens met een busfabrikant gaan praten.” Dat kan met de andere Europese vervoerders die deelnemen aan het project met waterstofbussen, want er worden ook waterstofbussen getest in zes andere Europese steden, waaronder in Londen, Rome en het Deense Aalborg. Unck meent echter dat dit ook mogelijk is met de andere Nederlandse vervoerders, zoals de HTM. Die laatste heeft ook al aangegeven de samenwerking met de RET te willen intensiveren.

Project

Voorlopig gaat het echter nog om pilot met de twee waterstofbussen van Van Hool, die worden ingezet op lijn 70. De pilot duurt tot aan 2019, zodat de vervoerder ook echt de tijd krijgt om ervaring op te doen en er een flink aantal kilometers kan worden gemaakt. Soms komen problemen namelijk pas aan het licht nadat de bussen al ver hebben gereden. Hierna worden ze opgenomen in de reguliere busvloot. Deze bussen kunnen tanken bij het al bestaande waterstoftankstation in Rhoon.

De bussen zijn aangeschaft in het kader van het 3Emotion project, een Europees project dat de inzet van waterstofbussen stimuleert. Er is een financiële bijdrage geleverd voor deze bussen van de Europese Unie, de gemeente Rotterdam, het ministerie van Infrastructuur en Milieu en de concessieverlener Metropoolregio Rotterdam Den Haag. De MRDH vindt het belangrijk om vervuilende dieselbussen uit de stad te weren. “Een bereikbare, leefbare en duurzame regio, dat is wat we willen.”

Metropoolregio Rotterdam Den Haag

“We nemen onze verantwoordelijkheid in de verduurzaming van het openbaar vervoer”, aldus Lennart Harpe, portefeuillehouder OV-Ontwikkeling bij de MRDH. “Daarom hebben we aan de vervoerders gevraagd om een gefaseerd plan. We willen geen big bang, want dan missen we wellicht voordelen in de ontwikkeling van de techniek en de prijs.” Hij is bovendien positief over het Europese project, waarin de betrokken partijen ervaringen kunnen delen. “Op die manier kunnen ook anderen die know-how gebruiken voor de transitie.”

Overigens steunt de MRDH dit project, maar is in de concessie die onlangs werd inbesteed geen apart bedrag opgenomen voor de prijzige transitie richting zero emissie-busvervoer. Toch zegt Unck door de concessieverlener te worden geholpen bij deze transitie, omdat de concessieverlener de vervoerders stimuleert om na te denken over de verduurzaming van de busvloot. Als het aan de nieuwe directeur ligt, blijft het bovendien niet bij de inzet van schone bussen in de stad. “Ik zie voor verduurzaming nog veel meer kansen. Dat hoort erbij als OV-bedrijf.”

Lees ook:

Auteur: Inge Jacobs

Inge Jacobs is vaste redacteur voor OVPro en voor Zelfrijdendvervoer.nl, het vakblad over autonome voertuigen

Reageer ook

Nog maximaal tekens

Log in via een van de volgende social media partners om je reactie achter te laten.