Bus van EBS in concessie Haaglanden Streek op Zoetermeer Centrum West

‘Financiële steun nodig voor overgang naar schoon busvervoer’

De ambities om het busvervoer in Nederland en Europa te vergroenen zijn groot, maar de kosten voor dit vervoer blijven een grote uitdaging. Om bij de overgang naar schone mobiliteit te helpen, is de afdeling Mobility en Transport van de Europese Commissie met een voorstel gekomen voor het verder verduurzamen van het transportsysteem in Europa. Maja Bakran Marcich, Deputy Director-General bij DG MOVE en nauw betrokken bij het voorstel, licht de ambities van de Europese Commissie verder toe.

Veel bedrijven zijn wel bereid om de overstap naar schone mobiliteit te maken, maar lopen daarbij wel aan tegen de hogere kosten van elektrische voertuigen of de beperkte actieradius. Hoe bent u van plan om bedrijven bij deze transitie te helpen?

“De aanschafprijs van elektrische voertuigen is de afgelopen jaren gestaag afgenomen en hun autonomie neemt toe. Volgens sommige schattingen kunnen elektrische voertuigen in bepaalde categorieën al concurreren met dieselvoertuigen wat betreft de total cost of ownership (TCO). Door een duidelijk wettelijk kader vast te stellen en op lange termijn marktsignalen en zekerheid te bieden aan investeerders, zullen de nieuwe CO2-emissienormen en de Richtlijn Schone Voertuigen helpen schaalvoordelen te creëren en de kosten van schone en zero emissie-voertuigen verder te verlagen.”

“De infrastructuur-richtlijn voor alternatieve brandstoffen zal er ook aan bijdragen dat er voldoende dekking is voor het opladen en opnieuw vullen van infrastructuur. Want naar onze mening moet het opladen van een elektrisch voertuig – of het bijvullen van een waterstof- of aardgasauto – net zo gemakkelijk worden als het nu is om een ​​benzine- of dieselauto bij te vullen. Samen zullen deze initiatieven een betere omgeving creëren voor schone voertuigen en aantrekkelijker maken voor bedrijven en consumenten.”

Is de Europese Commissie van plan om vervoerders, bedrijven of overheden financieel te helpen?

“Ja. We weten natuurlijk dat de overgang naar schone bussen niet zonder technische, organisatorische en financiële uitdagingen komt. Die moeten we dus aanpakken. Vanuit financieel oogpunt is de aanschafwaarde van zero emissie-bussen nog steeds hoger dan die van conventionele bussen, met name voor waterstofbussen. De aanvankelijk hoge kosten blijven natuurlijk een probleem, al zijn – in TCO – batterij-elektrische bussen al bijna gelijk in prijs aan conventionele bussen. En ze worden continu goedkoper.

“Maar hoewel de trends positief zijn, weten we dat financiële steun nog steeds nodig is om de overgang naar schone mobiliteit te helpen. We gebruiken al bestaande instrumenten zoals de Europese structuur- en investeringsfondsen (ESIF), het Europees Fonds voor strategische investeringen (EFSI) en de Connecting Europe Facility (CEF) voor dit doel, en we stellen in de EU-begroting voor de volgende financiële periode ook middelen beschikbaar om zero emissie-mobiliteit te bevorderen.”

“In maart hebben we – samen met de Europese Investeringsbank (EIB) – de nieuwe CEF-transportmengfaciliteit gelanceerd, een innovatief financieel instrument dat investeringen op het gebied van voertuigen en infrastructuur op alternatieve brandstof en in het Europese spoorwegverkeer zal ondersteunen. Met een oorspronkelijk budget van 200 miljoen euro uit de EU-begroting vult de faciliteit de bestaande CEF- en EFSI-financieringsinstrumenten aan door gebruik te maken van de middelen van de EIB, nationale stimuleringsbanken en de particuliere sector.”

Wat vind u van de ambities in het Nederlandse busvervoer?

“Ik ben me heel goed bewust van dit goede voorbeeld van ambitieuze verbintenissen door de nationale en regionale autoriteiten in Nederland om het vervoer emissievrij te maken; ik heb vaak naar dit initiatief verwezen bij de bespreking van de herziening van de Richtlijn Schone Voertuigen.”

“Veel steden in de EU hebben soortgelijke toezeggingen gedaan, zoals onder meer Parijs, Milaan, Warschau en Hamburg. Deze leidende steden en regio’s hebben hun ambitie al ver boven de verplichte minimumdoelen gesteld die in de richtlijn zijn overeengekomen en nu zullen we andere autoriteiten in de EU helpen om hun voorbeeld te volgen.”

Treinen zijn vaak een goed, schoon alternatief voor vervoer per auto. Vliegen is echter meestal goedkoper dan een trein pakken. Zijn er plannen om de kosten voor deze twee modaliteiten gelijk te stellen?

“De Europese Commissie onderzoekt momenteel de kwestie van een gelijk speelveld voor de verschillende vervoerswijzen. Eind 2017 is een uitgebreide studie uitgezet, die ons in staat stelt te beoordelen in hoeverre de beginselen ‘de gebruiker betaalt’ en ‘de vervuiler betaalt’ worden geïmplementeerd in de EU-landen en andere geavanceerde economieën, afzonderlijk voor alle vervoerswijzen, met inbegrip van het spoor en de luchtvaart.”

“We verwachten dat deze studie belangrijke bijdragen zal leveren aan de daaropvolgende technische én meer beleidsgerichte debatten. Er komt bijvoorbeeld een update van het handboek over externe kosten en een nieuwe analyse van de totale en gemiddelde externe kosten. Daarnaast wordt de infrastructuurheffingen en infrastructuur-gerelateerde uitgaven beoordeeld en vergeleken. Deze studie bestrijkt alle vervoerswijzen in de 28 lidstaten van de EU en andere geavanceerde economieën.”

Hoe zullen Europese burgers profiteren van de doelen die u hebt gesteld voor duurzaam vervoer in de EU?

“Ik denk dat een aantal van de voordelen van schone, duurzame mobiliteit onmiddellijk zichtbaar zijn voor de burger: we staan allemaal vast in de files, we voelen ons vies door vervuilde lucht en ervaren veel lawaai in de straten van onze stad.”

“Een duurzaam mobiliteitssysteem, ontworpen met een duurzame (stedelijke) mobiliteitsplanningbenadering, met een toegankelijk, slim en schoon openbaar vervoersysteem als ruggengraat, aangevuld met nieuwe, gedeelde en schone mobiliteitsoplossingen, met een hogere penetratie van voertuigen met nulemissie, en met betere voorwaarden voor wandelen en fietsen, zal de lokale kwaliteit van leven voor al onze burgers verbeteren. Zowel in stedelijke als landelijke gebieden.”

“Als we verder kijken dan het lokale niveau, is het bereiken van onze doelstellingen voor duurzaam vervoer noodzakelijk om voldoende reductie van onze broeikasgasemissies mogelijk te maken om catastrofale gevolgen van klimaatverandering te voorkomen. Ik geloof dat men het belang van deze doelstelling voor onze – en de kwaliteit van leven op de lange termijn van onze kinderen – niet kan overdrijven.”

Auteur: Inge Jacobs

Inge Jacobs is vaste redacteur van OVPro en schrijft voor verschillende andere vakbladen van ProMedia Group.

4 reacties op “‘Financiële steun nodig voor overgang naar schoon busvervoer’”

Arco Sierts|22.10.19|10:02

Het wordt steeds duidelijker dat overheden en beleidsmakers vrijwel zonder uitzondering opereren met een collectieve grootsysteem-bril, en daardoor blind zijn voor wat de wensen zijn van de individuele mobilist, en wat er op dat basale niveau speelt. Het OV is daarmee een speelbal van onwetende beleidsmakers met grootsysteem-ambities en -modegrillen. EU-beleid, ruimtelijk-economische visies, kerngebieden, strepen op kaarten, modellen, marktwerking, klimaat: het houdt niet op. En de reiziger?

Cees Boots|22.10.19|10:43

Interessant om eens te vernemen wat dan die wensen zijn van de individuele mobilist!

Edmond Vermoet|22.10.19|12:57

De winst in schoon vervoer investeren.

Pat Rick|23.10.19|17:37

Eigenlijk zou men de oude diesels gewoon moeten afschrijven en niet naar Cuba of zo exporteren. Restwaarde is toch relatief weinig. Ook concessies moeten openbreken. GVB mag door tot 2024 met nog 150 diesels en pas daarna kan men naar 100% Zero Emission, terwijl Arnhem al in 2022 overgaat. Dus moeten we nog minstens een half decenium met de diesels. Eigenlijk moet A’dam niet klagen over luchtkwaliteit en fijnstof als ze dit zelf zo op hun beloop laten

Reageer ook

Nog maximaal tekens

Log in via een van de volgende social media partners om je reactie achter te laten.