R-NET bus richting Amstelveen (Bron: Mennov1996 - Wikipedia)

Gebruik regionaal OV harder gestegen dan aanbod

Het gebruik van het regionale openbaar vervoer is tussen 2014 en 2018 fors gestegen met 11,5 procent, terwijl het aanbod lang niet overal is meegegroeid. Daardoor is het OV vooral efficiënter geworden. En het niet meegegroeide aanbod heeft nauwelijks negatieve effecten gehad op de klantwaardering van het OV. Dat blijkt uit de Staat van het OV, een overzicht dat CROW heeft gemaakt van de prestaties van het regionale openbaar vervoer in Nederland. 

Dit wijst uit dat door het hogere gebruik de gemiddelde bezetting van de voertuigen omhoog is gegaan en de efficiëntie is gestegen. Bovendien wijst de OV-klantenbarometer op een hogere tevredenheid. In 2018 kwam het gemiddelde klantenoordeel uit op een 7,7 en dat was net iets hoger dan een jaar eerder. Slecht 4,1, procent van de reizigers gaf een onvoldoende.

De groei heeft zich voornamelijk geconcentreerd in en rondom de grote steden. In de regio Amsterdam wordt 20 procent van alle voertuigritten afgelegd en 22 procent van reizigerskilometers. In de Metropoolregio Rotterdam Den Haag wordt 15 procent van de voertuigritten afgelegd en 21 procent van alle reizigerskilometers.

Aanbod stabiel

In totaal zijn er 960,1 miljoen reizigers in het regionale OV gestapt, dus zonder het landelijke treinvervoer van NS. Die reizigers hebben samen 6,5 miljard reizigerskilometers afgelegd en medewerkers hebben 18,7 miljoen dienstregelingsuren gereden. Bovendien blijkt uit een vergelijking van CROW dat het OV-aanbod stabiel is sinds 2009. Er is slechts een beperkte daling van het aanbod te zien.

Terwijl het aanbod grotendeels stabiel is gebleven, blijkt het OV wel in populariteit te zijn gegroeid in de periode 2014-2018. Het gebruik van de bus, tram en metro is gestegen met 11,8 procent en dat van de regionale trein zelfs met 30,3 procent. Hierbij moet meegerekend worden dat er drie nieuwe spoorlijnen zijn bijgekomen. “Gemiddeld legden reizigers in 2018 tien kilometer af per rit en was de gemiddelde bezetting van de voertuigen 11,6 reizigers.”

Ten opzichte van 2017 valt in 2018 vooral op dat er iets minder OV is uitgevoerd. De oorzaak daarvan zijn vooral de aanzienlijke stakingsdagen van buschauffeurs. Omdat er geen akkoord kon worden bereikt over een nieuwe cao voor het openbaar vervoer, werd meerdere dagen het OV stilgelegd. Dat varieerde van regionale acties tot zelfs een meerdaagse, landelijke staking in juni. Daardoor is ongeveer 1,7 procent van het geplande aanbod voor 2018 niet uitgevoerd.

Buslijnen

Weliswaar is het aanbod grotendeels gelijk gebleven, maar in een jaar is het aantal lijnen wel licht gestegen. Volgens CROW komt die groei vooral toe aan de categorieën kwaliteitsverbindingen – meestal Qliner-lijnen of Rnet-lijnen – en door extra scholieren- en spitslijnen. Waar er in 2017 nog 1.863 lijnen waren, zijn dat in 2018 er 1.908 stuks. Bovendien is er één metrolijn bijgekomen, namelijk de Noord/Zuidlijn.

Het valt op dat vooral traditionele streeklijnen en stadslijnen zijn verdwenen in 2018. Die zijn hoofdzakelijk omgevormd naar een alternatieve vorm van openbaar vervoer. De hoogfrequente lijnen zijn toegenomen en daarmee zet een trend van de afgelopen jaren door. Die diensten worden namelijk steeds populairder. Bovendien zijn er 12 extra buurtbuslijnen gekomen, in totaal 227. Daarbij zijn vormen zoals Opstapperlijnen en OV-shuttles niet in deze analyse opgenomen. Verder zijn opnieuw tramlijnen verdwenen. In 2016 waren dat er nog 43, een jaar later 40. In 2018 daalde het aantal tramlijnen verder tot 38.

Afname

De groei van de lijnen verliep parallel aan een afname van het aantal haltes, namelijk met 2,6 procent. Het grootste aantal haltes is te vinden in de concessie Groningen Drenthe, op de voet gevolgd door de concessies Noord- en Zuidwest Fryslân en Schiermonnikoog en Limburg. Dit zegt vooral iets over de grootte van de concessie en niet zozeer over de bereikbaarheid van het OV. Toch is die behoorlijk. In 2017 had 92,1 procent van de inwoners een OV-halte of station in de omgeving. Dat is een lichte daling ten opzichte van 2015 en 2013, maar bijvoorbeeld wel hoger dan in 2003.

De OV-bereikbaarheid is het grootst in de Randstad en dan specifiek in Amsterdam. In de Vervoerregio heeft 97,9 procent van de inwoners een OV-halte in de buurt en in de MRDH 97,6 procent. Zeeland en Friesland staan onderaan in de lijst met 85,6 en 86,3 procent. Toch betekent dit niet onmiddellijk dat deze mensen geen OV bij zich in de buurt hebben, aangezien op sommige plekken traditionele OV-lijnen worden vervangen door flexibele, vraaggerichte mobiliteitsinitiatieven. Vorig jaar was de verhouding qua aantallen voertuigritten tussen ‘vast’ en ‘flex’ ongeveer 50 op 1.

Auteur: Inge Jacobs

Inge Jacobs is vaste redacteur van OVPro en schrijft voor verschillende andere vakbladen van ProMedia Group.

2 reacties op “Gebruik regionaal OV harder gestegen dan aanbod”

Paul Verbuijs|24.12.19|10:42

Wacht volgend jaar maar af,als de reiziger weer vele procenten prijsverhoging voor hun kiezen krijgen. Een losse enkele rit gaat m.n. in /brabant 4,48 kosten (als je dit tegenover de gulden zou zetten is dit 10 gulden voor een paar haltes)

Paul Lamote|04.01.20|11:00

Alleen maar meer studenten door de uitbreiding van de SOV.

Reageer ook

Nog maximaal tekens

Log in via een van de volgende social media partners om je reactie achter te laten.