Volvo 7900 Electric in Leiden

‘Echt level playing field door nieuwe financieringsvormen elektrische bus’

De energietransitie in het Nederlandse openbaar vervoer is de afgelopen jaren snel gegaan, maar de hoge aanschafkosten blijven een puntje van zorg. In een ideale situatie wordt een aanbesteding niet gewonnen door de inschrijver met de meeste financiële kracht, maar door degene die de meeste kwaliteit en innovatie biedt. ING-directeur Erwin de Kok wil daarom graag meedenken over geschikte financieringsmodellen om de zero emissie-transitie verder te helpen.

BLOG – We zien de komende jaren een verdere versnelling in de transitie naar een volledige zero-emissie bussenvloot in Nederlandse openbaar vervoerconcessies. En daarmee urgentie voor concessieverleners, vervoerders en financiers om tot passende financieringsvormen te komen. Samenwerking is noodzakelijk om de snelheid in de ZE-transitie vast te houden en kosten te minimaliseren, zeker nu vervoersstromen als gevolg van covid-19 structureel wijzigen, aanbestedingen worden uitgesteld, en vervoerders als gevolg hiervan mogelijk langer met diesel materiaal blijven rijden. Een uniforme richting vanuit DOVA voor concessieverleners om financieringsinnovatie in aanbestedingen ruimte te geven kan hierbij helpen.

Nico van Paridon van de Vervoerregio Amsterdam riep onlangs in een blog marktpartijen op om mee te denken over deze ontwikkelingen en daarnaast met concrete voorstellen te komen voor de rol die overheid en concessieverleners kunnen nemen om de transitie verder aan te jagen. ING is als grootste financier van het OV-busvervoer in Nederland continu in gesprek met marktpartijen en wil graag samen tot passende en duurzame financieringsmodellen komen.

Bussenlening

Enige tijd geleden introduceerde de Vervoerregio Amsterdam de ‘bussenlening’. De voornaamste aanleiding hiervoor was de mogelijkheid voor vervoerders om besparingen op de concessiefinanciering te initiëren. Besparingen die ten goede komen aan meer, beter en duurzamer OV. Bovendien zit de concessieverlener door de zekerhedenstructuur ‘dichter’ op de bussenvloot. Hiermee reduceert ze het risico op verstoring van het openbaar vervoer bij een faillissement van de vervoerder. De concessieverlener biedt ‘zekerheid van financiering’ voor het concessiemateriaal maar zal een vervoerder wel een marktconforme risico-opslag moeten aanrekenen.

Verschillen in kredietwaardigheid van de vervoerders komen hierin duidelijk naar voren. Het is niet ondenkbaar dat deze verschillen post Covid-19 groter worden, wat de vergelijking van toekomstige aanbiedingen van vervoerders op een concessie niet ten goede gaat komen. Bovendien is kredietverlening voor een concessieverlener geen ‘core business’ en derhalve niet optimaal. Zeker als onvoldoende liquiditeit bij concessievelener beschikbaar is en gelden bij externe financiers worden aangetrokken, die worden doorgeleend aan een vervoerder.

Bussenvloot niet in eigendom vervoerders

Een vervoerder dient over een passende bussenvloot te beschikken gedurende de concessieperiode, maar is niet noodzakelijk ook eigenaar van de bussenvloot. Met een derde partij (bijvoorbeeld een activa BV) als eigenaar, kan een volgende slag in het minimaliseren van de financieringslasten binnen een concessie worden gemaakt.

Van belang is dat de concessieverlener bereid is een deel van de vaste jaarlijkse subsidie direct aan een activa BV te betalen. De activa BV kan in deze structuur financiering aantrekken bij banken, leasemaatschappijen, pensioenfondsen et cetera. Vervoerders krijgen de optie om (nieuw) concessiemateriaal in te laten stromen in de activa BV. Maximaal gebruik van de ZE-bussenvloot binnen de resterende economische levensduur is daarbij het uitgangspunt. De activa BV stelt het concessiemateriaal ter beschikking aan de vervoerder, zolang deze vervoerder de exploitatie van de concessie verzorgt.

Indien de concessieverlener dicht(er) op de bussenvloot wil zitten, kan het een structurele rol als (minderheids)aandeelhouder van de activa BV overwegen, en eventueel als medefinancier van de activa BV optreden.

Optimale financieringscondities

In optimale financieringsscenario’s is de financiële kracht van concessieverleners voor alle inschrijvende vervoerders beschikbaar, waarmee niet alleen zekerheid van financiering, maar ook dezelfde prijs van financiering in de aanbesteding wordt aangeboden.

Een activa BV ontvangt direct van de concessieverlener een deel van de jaarlijks ter beschikking gestelde subsidie voor de concessie, tenminste voldoende om financieringslasten en onderhoudskosten van de bussenvloot te betalen. De benodigde financiering voor de concessie kan voor aanbesteding al worden ingeregeld: financiers kunnen scherp(er) prijzen door het duidelijke overheidscommitment op voortdurend gebruik van de concessievloot over concessieperioden heen.

Grip op concessiematerieel

Een goed alternatief op weg naar activa BV’s is een variant waarin concessieverlener in een aanvullende tripartite de afspraak met vervoerder en financier van vervoerder overeenkomt – naast de reguliere financieringsovereenkomst tussen financier en vervoerder – dat concessieverlener voor en namens de vervoerder direct financieringslasten aan financier zal voldoen, alsmede instaat voor voortdurende gebruik van het concessiemateriaal binnen de concessie.

Als de afspraak voldoende solide is kan financier financieringscondities optimaliseren, en verkrijgt concessieverlener meer grip op het concessiemateriaal. De eerste transacties waarin optimale financierscondities voor investeringen in ZE-concessiemateriaal worden benaderd binnen (lopende) concessies, zijn aanstaande. De mogelijkheid deze variant in te zetten zou tevens goed kunnen passen in een breder pakket aan maatregelen van concessieverleners om de impact van covid-19 voor vervoerders op te vangen.

We zetten hiermee vervolgstappen richting meer duurzaam gebruik van de bussenvloot en structurele minimalisering van de financieringslasten binnen de concessie. Ook bewegen we naar een echt level playing field toe voor inschrijvende vervoerders, die zich in een aanbieding voornamelijk kunnen gaan onderscheiden op kwaliteit en innovatie van het aangeboden OV. Wellicht biedt dit ruimte en kansen voor innovatieve nieuwe toetreders in de traditioneel gesloten openbaar vervoer markt?

De rol van de overheid in de transitie

Uiteindelijk schrijven de concessieverleners voor wat en hoe zaken op hoofdlijnen geregeld worden in specifieke concessiegebieden. De ruimte die concessieverleners in aanbestedingen bieden en de richting die zij geven aan innovatie in concessiefinanciering, bepaalt in grote mate de toekomstige financierbaarheid van OV en de snelheid van de verdere transitie naar 100 procent zero emissie openbaar vervoer in Nederland.

Een uniforme denkrichting vanuit bijvoorbeeld het DOVA gericht op mogelijkheden van financieringsinnovatie in aanbestedingen helpt de concessieverleners wellicht bij vervolgstappen. Zeker in een tijd waarin de samenleving wordt geconfronteerd met extreme scenario’s die een aantal maanden geleden nog onwaarschijnlijk leken, is een versnelling van het proces richting beter passende en structurele financieringsoplossingen voor de openbaar vervoer sector nu zeker actueel en noodzakelijk.

Reisgedrag en het OV zullen post Covid-19 mogelijk structureel veranderen, en het is noodzakelijk dat partijen intensief samenwerken om de verdere ZE-transitie in goede banen te leiden. ING is graag bereid het overleg aan te gaan met marktpartijen over te nemen vervolgstappen en de rol die diverse partijen hierin kunnen nemen.

Lees ook:

‘Nieuwe financieringsvormen kunnen OV-markt flink veranderen’

Auteur: Inge Jacobs

Inge Jacobs is vaste redacteur van OVPro en schrijft voor verschillende andere vakbladen van ProMedia Group.

Reageer ook

Nog maximaal tekens

Log in via een van de volgende social media partners om je reactie achter te laten.