Bus van EBS op station Delft

Snelheidsverlaging kan zowel positief als negatief uitpakken voor de bus

De snelheidsverlaging van 50 naar 30 kilometer per uur zorgt er ook voor dat een bus minder hard kan rijden op bepaalde wegen. Dat kan ten koste gaan van de doorstroming van het openbaar vervoer, maar een lagere limiet kan ook juist beter uitpakken voor de bus. Dat zegt Arthur ter Weeme, directeur van het Gemeentelijk Netwerk voor Mobiliteit en Infrastructuur (GNMI.)

De Tweede Kamer nam onlangs een motie aan om de standaard maximumsnelheid binnen de bebouwde kom te verlagen. Vanuit verkeersveiligheid en leefbaarheid is daar veel voor te zeggen, is het pleidooi van het GNMI, maar de bus mag niet worden vergeten. “Het is belangrijk dat het OV een goede concurrentiepositie houdt ten opzichte van de auto”, vertelde Ter Weeme in het VerkeersNet Journaal. “Het is belangrijk dat het OV kan blijven doorrijden.” Een verlaging van de limiet gaat namelijk vaak samen met een andere weginrichting.

Elkaar betrekken

Het is essentieel dat de bus een hoge snelheid kan blijven houden op plekken waar dat echt belangrijk is, legt de GNMI-directeur uit. Andersom betekent dit ook dat gemeenten de snelheid kunnen verlagen waar dit geen negatieve impact heeft. “Het is geen pleidooi om te zeggen: het gaat enorme problemen opleveren voor de bus. Het gaat erom dat gemeenten de vervoerbedrijven goed betrekken bij de discussie om herinrichting van de weg.”

Er is geen kant-en-klare oplossing voor gemeenten om een balans te vinden tussen de negatieve gevolgen voor het OV en de positieve maatschappelijke gevolgen. “Het zal allemaal lokaal maatwerk zijn. Gemeenten zijn druk bezig met het maken van visies. Hoe gaan we dit doen, welke typen wegen komen in aanmerking hiervoor, en wat betekent dat voor de bus en hulpdiensten? Dat komt langzamerhand allemaal op stoom.”

Het advies van Ter Weeme is dan ook: zoek elkaar op nu de plannen nog in de maak zijn. “De gemeente moet echt door een gezamenlijk proces heen met het vervoerbedrijf, hulpdiensten, bewoners en andere gebruikers van de omgeving om te kijken hoe dat het beste kan. Niet iedere weg leent zich ervoor om naar 30 kilometer per uur te gaan te gaan. De dikke lijnen van het OV waar hoge frequenties zijn en hoge snelheid wordt verwacht, zullen er ook blijven.”

Juist beter uitpakken

Toch hoeft een verlaging van 50 naar 30 kilometer per uur dus niet vanzelfsprekend nadelig uit te pakken. “Ook in een gebied met 30 kilometer per uur kan je een hoge doorstroming hebben. Als we naar een andere weginrichting gaan, wordt er wellicht door minder auto’s gebruikgemaakt van de weg en kan de bus evengoed blijven doorrijden. In zijn totaliteit kan het er ook best voor zorgen dat het beter uitpakt voor de bus.”

Ter Weeme maakt de vergelijking met de jaren zeventig en tachtig. “Vroeger reed je met de auto dwars door de binnenstad en nu zijn die binnensteden voor het grootste gedeelte autoluw gemaakt. Je ziet dan dat het OV een veel aantrekkelijker en beter alternatief is om de binnenstad te bereiken. Op het moment dat je dit soort concepten meer aan de randen van de binnenstad en misschien wel door de hele stad heen gaat krijgen, wordt het OV wellicht ook veel aantrekkelijker als alternatief. In die zin is dit een verlengstuk van een proces dat al veel langer gaande is.”

Lees ook:

Auteur: Dylan Metselaar

Dylan Metselaar is vaste redacteur voor OVPro.nl.

Reageer ook

Nog maximaal tekens

Log in via een van de volgende social media partners om je reactie achter te laten.