Bus-opladen-Utrecht-U-OV-Joulz-2

Provincie Utrecht en vervoerder samen verantwoordelijk voor opbrengsten in OV-concessies

Voor de nieuwe OV-concessies wil de provincie Utrecht naar een nieuw financieel model. Daarbij wordt de concessieverlener samen met de vervoerders verantwoordelijk voor de opbrengsten uit de exploitatie van het openbaar vervoer. “Het effect van mee- en tegenvallende reizigersopbrengsten zal bij beiden merkbaar zijn. Zij het niet in gelijke mate”, schrijft de provincie in de nieuwe Nota van Uitgangspunten (NvU).

In deze NvU heeft de provincie 26 uitgangspunten opgenomen voor de nieuwe concessies. Die lopen eigenlijk in december 2023 af, maar worden waarschijnlijk verlengd tot 2025. Vanaf dat moment wil de provincie een forse impuls geven aan het openbaar vervoer in de regio. Want er zullen de komende jaren veel inwoners en dus reizigers bijkomen en het OV moet daarin meegroeien. “Dat vraagt om een stevige doorontwikkeling”, aldus de provincie.

Samen ontwikkelen

De opdrachtgever wil zelf een rol pakken in het ontwikkelen van goed openbaar vervoer. De provincie zoekt nadrukkelijk naar een ‘partner’, met wie voortdurend samen kan worden gewerkt om het OV te verder ontwikkelen. Utrecht vraagt dan ook niet om een ‘big bang’ bij de start van de nieuwe concessie, maar om geleidelijke aanpassingen en verbeteringen gedurende de hele looptijd. Zo kan rekening worden gehouden met grote veranderingen die de komende jaren zullen plaatsvinden.

Het gaat dan bijvoorbeeld om plannen voor grote infrastructurele werkzaamheden, maar ook om de toenemende mate van verstedelijking en de daarbijbehorende groei van het aantal reizigers. Om hierop te kunnen inspelen en het OV aan te passen is het noodzakelijk om flexibel te zijn. “Flexibiliteit is echter niet vanzelfsprekend en vraagt om samenwerken en regie gedurende de hele concessieperiode.”

Risico’s dragen

Door die samenwerking en vraag om flexibiliteit heeft de vervoerder niet de volledige vrijheid voor de ontwikkelfunctie van het OV. Daarom wil de provincie er bij de nieuwe concessies voor kiezen om de opbrengstverantwoordelijkheid te delen. Het uitgangspunt is om de risico’s te leggen bij de partij die ze het beste kan dragen. Wel moet de vervoerder nog steeds voldoende geprikkeld worden om te blijven werken aan tevreden reizigers en reizigersgroei.

“Als het gaat om het beïnvloeden van de reizigersopbrengsten dan hebben de concessiehouders niet overal invloed op”, licht de provincie toe. “Stimuleren van de reizigersgroei is één van de ambities die we uiteraard van onze nieuwe concessiehouders verlangen. Tegelijkertijd is de provincie degene die uiteindelijk besluit over de wijzigingen in het netwerk en de tarieven. Daarnaast is het de provincie die investeert in infrastructuur waarmee het OV efficiënter en aantrekkelijker wordt. Het profijt van deze investering zou ten goede moeten komen aan de provincie of de reizigers.”

Eventuele winsten kan de provincie dus ook weer gebruiken voor het OV. Dat is nodig, want de ambities zijn hoger dan de daarvoor gereserveerde middelen. In latere aanbestedingsstukken wordt uitgewerkt hoe die verdeling zou gaan werken.

Looptijd

Het streven is om beide Utrechtse concessies voor een periode van tien jaar aan te besteden, met de mogelijkheid om maximaal vijf jaar te verlengen. Utrecht ziet voordelen in zo’n lange concessie, omdat dit meer kans biedt op rendement. Dat komt uiteindelijk ten goede aan de reizigers. Bovendien hoeft een lange concessie niet beperkend te zijn voor de innovatie, zolang er maar voldoende ruimte wordt gegeven voor flexibiliteit.

De concessie in de stad Utrecht is nu in handen van Qbuzz, terwijl Syntus het vervoer in de provincie voor zijn rekening neemt. Na 2025 heeft de concessieverlener opnieuw de voorkeur om met twee verschillende vervoerders te werken en de aanbestedingen worden daar op ingericht. Dit zorgt voor risicospreiding bij financieel onvermogen, het zorgt voor gezonde concurrentie en de provincie krijgt de mogelijkheid om kennis te delen en te ontwikkelen met twee verschillende partijen. Wel zal het vervoer in beide concessies worden uitgevoerd onder de merknaam U-OV.

Elektrisch busvervoer

De ambitie is om in 2028 alle bussen zero emissie te laten zijn, al mag de vervoerder zelf kiezen voor een aandrijftechniek. Utrecht erkent dat er de beperkingen van het energienetwerk een risico kunnen zijn, maar hiervoor wil de concessieverlener samen met betrokken partijen alles doen om de laadinfrastructuur voor alle elektrische voertuigen op tijd te realiseren.

En hoewel de aanschaf van de duurzame voertuigen, de laad- en tankvoorzieningen en de energie-inkoop bij de vervoerders ligt, buigt de provincie zich over de netaansluitingen. Utrecht zal alvast onderzoeken welke voorbereidingen nodig zijn om die op tijd klaar te hebben. Dit moet tijdig plaatsvinden, omdat de doorlooptijden voor het realiseren van een netaansluiting lang en onzeker zijn. “Als we de nieuwe concessiehouders hier verantwoordelijk voor maken kunnen zij pas na de verlening van de concessie starten met het aanvragen en realiseren van de netaansluitingen.”

Toekomst

Tegelijkertijd met het NvU heeft de provincie ook het document ‘OV-netwerkperspectief 2025-2035’ vrijgegeven. Hierin worden een handelingsperspectief voor de toekomstige ontwikkelingen en een doorkijk naar 2050 geschetst. Want de reizigersgroei waar Utrecht op inzet, kost veel geld. De tien jaar tussen 2025 en 2035 noemt de opdrachtgever dan ook de periode van het benutten, terwijl tussen 2035 en 2050 wordt uitgebreid.

Een van de voorstellen is om de meerwaarde te onderzoeken van U-liners. Dit worden snelbussen die de gaten in het landelijke spoornetwerk opvullen. Daarnaast wil de provincie het HOV-netwerk U-link uitbreiden naar de regio Amersfoort en worden kansen gezien in het ondergrondse lightrailnetwerk dat Nieuwegein verbindt met de binnenstad van Utrecht en Zeist-Noord. Voor lijnen waar juist weinig vraag is, moeten alternatieven zoals buurtbussen of regiotaxi beschikbaar blijven.

Vervolg

Een blauwdruk zijn deze twee documenten niet, benadrukt de concessieverlener. Daarvoor zal de komende tijd worden opgetrokken met het Rijk en de gemeenten enerzijds, maar ook met markt. “De formele rol van opdrachtgever blijft bij de provincie maar in de uitvoering zullen beide partijen nadrukkelijk op een aantal terreinen een meer gezamenlijke verantwoordelijkheid krijgen.” De concessie zal worden gegund aan de partij die niet alleen de beste prijs levert, maar vooral een goede combinatie biedt van kwaliteit, betrouwbaarheid, duurzaamheid en flexibiliteit.

Op deze toekomstplannen kan worden gereageerd van 16 november tot 16 december. Daarna worden de documenten definitief gemaakt en vastgesteld door Provinciale Staten in de eerste helft van volgend jaar. Het dagelijkse bestuur zal dan eind volgend jaar het programma van eisen vaststellen.

Lees ook:

Utrecht wil metroverbindingen onder binnenstad

U las zojuist één van de gratis premium artikelen

Onbeperkt lezen? Maak gebruik van de exclusieve aanbieding

Bekijk de aanbieding

Auteur: Inge Jacobs

Inge Jacobs is vaste redacteur van VerkeersNet.nl en schrijft voor verschillende andere vakbladen van ProMedia Group, waaronder OVPro.nl.

Reageer ook

Nog maximaal tekens

Log in via een van de volgende social media partners om je reactie achter te laten.