Reizigers Schiedam Centrum

Regionaal OV kreeg in 2020 ruim 1,2 miljard aan overheidsgeld

In 2020 is bijna 60 procent meer overheidsgeld in het regionale openbaar vervoer gestoken dan een jaar eerder. De exploitatiesubsidie bleef nagenoeg gelijk, maar door de coronasteun steeg de totale bijdrage naar ruim 1,2 miljard euro. Het aandeel van overheden om bussen, trams, metro’s en regionale treinen te laten rijden, kwam daarmee uit op bijna 43 procent.

Dat blijkt uit de Staat van het openbaar vervoer, een overzicht met de prestaties van het regionale OV dat jaarlijks wordt opgesteld door CROW-KpVV. De cijfers hebben dus geen betrekking op het landelijke treinvervoer van NS, uit wiens jaarverslag eerder al een beschikbaarheidsvergoeding van 818 miljoen euro naar voren kwam. Dat betekent dat vorig jaar bijna 1,3 miljard euro aan coronasteun is verleend aan de OV-sector – zo’n 200 miljoen euro minder dan waar rekening mee werd gehouden.

Meeste steun naar Amsterdam

Bijna eenderde van de steun (130 miljoen euro) in het regionale OV ging in 2020 naar de concessie Amsterdam, op ruime afstand gevolgd door Rail Rotterdam (62 miljoen) en Rail Haaglanden (33 miljoen). Bij deze bedragen moet wel worden aangemerkt dat het nog om voorlopige cijfers gaat op basis van aanvragen. Begin 2022 worden ze definitief vastgesteld.

Met de beschikbaarheidsvergoeding draait het Rijk op voor 93 tot 95 procent van de kosten van vervoerders. De regeling loopt vooralsnog tot september 2022. Deze uitkering staat los van de exploitatiebijdrage vanuit concessieverleners, die vorig jaar in totaal 780 miljoen euro bedroeg.

Derde minder inkomsten

Dat 2020 in alle opzichten een bijzonder jaar was voor de OV-sector behoeft geen uitleg. In het regionale OV werden bijna de helft minder reizigerskilometers afgelegd dan een jaar eerder, terwijl het aantal dienstregelinguren door afschaling van het aanbod met bijna 14 procent daalde. Dat leidde onder de streep tot 1,04 miljard euro tariefopbrengsten, ruim een derde minder dan in 2019.

De kostendekkingsgraad daalde daarmee vanzelfsprekend ook flink. Omdat de kosten die vervoerders maken niet worden vrijgegeven, rekent het CROW met de zogeheten ‘aandeel overheidsbijdrage’, wat kan worden gezien als het tegenovergestelde van de kostendekkingsgraad en waarbij de coronasteun niet meetelt. Voor de bus steeg deze bijdrage van 46,9 procent in 2019 naar 56,2 procent in 2020 en voor het totale regionale OV bedroeg het aandeel overheidsbijdrage 42,8 procent (33 procent in 2019).

Toekomst flexvervoer onduidelijk

Wat verder opvalt is een forse afname van het aantal gereden ritten in het flexvervoer van 657.000 naar 412.000. Die daling wordt namelijk niet alleen verklaard door de coronacrisis. In 2020 waren meerdere regiotaxisystemen verdwenen en de opheffing van Brengflex in Arnhem en Nijmegen zorgde alleen al voor 100.000 minder ritten.

Tegelijkertijd is flexvervoer in steeds meer concessies aanwezig en groeide het aantal projecten en pilots. De reden voor een afname in het aantal ritten verklaart CROW door het kostenaspect voor de grote flexystemen. Bij relatief kleine aantallen reizigers is het goedkoper dan de exploitatie van een vaste OV-lijn en groeit het potentieel aantal klanten omdat gebieden makkelijker kunnen worden ontsloten. “Maar op het moment dat er veelvuldig gebruik wordt gemaakt van een flexsysteem gaat de relatief hoge overheidsbijdrage per rit zwaarder wegen. Wat de ontwikkeling van het flexvervoer in de nabije toekomst zal zijn is daardoor nog ongewis.”

Een andere ontwikkeling die naar voren komt is dat het aantal buslijnen vrijwel gelijk ligt vergeleken met 2014, maar dat het aantal streekbuslijnen verder afnam tot 495. Dat is 40 procent minder dan zes jaar eerder. Het CROW vermoedt dat deze waarschijnlijk (deels) zijn overgenomen door HOV-lijnen (+60 procent), buurtbussen (+25 procent) en spits- en scholierenlijnen (+15 procent).

Meer duurzaamheid

Een positief gevolg van de coronacrisis was een hogere punctualiteit in vrijwel alle concessies. Minder reizigers en minder verkeer op de weg betekent immers een betere doorstroming. Voor het derde jaar op rij voert de concessie Lelystad met bijna 94 procent punctuele ritten de lijst aan. Wat metro betreft deed Rotterdam het met 97 procent het beste. De punctualiteit van de regionale treinen steeg naar 96 procent, hoger dan die op het hoofdrailnet (93,5 procent).

Ook werden in 2020 ondanks corona weer stappen gezet op het gebied van duurzaamheid. Er werden 18 duurzame treinen in gebruik genomen en 386 zero emissiebussen. De totale CO2-uitstoot van OV-bussen nam daardoor met 21,9 procent af. In de concessie Groningen Drenthe nam de uitstoot met liefst 90 procent af, omdat hier sinds eind 2019 vrijwel alleen nog maar uitstootvrije bussen rondrijden.

Gemeten per reizigerskilometer groeide de CO2-footprint van het regionale OV desondanks van 63,4 gram naar 97,7 gram. Het CROW noemt dat “een logisch gevolg van het grote reizigersverlies en de veel kleinere daling van het OV-aanbod.”

Bekijk hier de volledige Staat van het regionale OV 2020 van het CROW.

Lees ook:

U las zojuist één van de gratis premium artikelen

Onbeperkt lezen? Maak gebruik van de exclusieve aanbieding

Bekijk de aanbieding

Auteur: Dylan Metselaar

Dylan Metselaar is vaste redacteur voor OVPro.nl.

Reageer ook

Nog maximaal tekens

Log in via een van de volgende social media partners om je reactie achter te laten.

Regionaal OV kreeg in 2020 ruim 1,2 miljard aan overheidsgeld | OVPro.nl
Reizigers Schiedam Centrum

Regionaal OV kreeg in 2020 ruim 1,2 miljard aan overheidsgeld

In 2020 is bijna 60 procent meer overheidsgeld in het regionale openbaar vervoer gestoken dan een jaar eerder. De exploitatiesubsidie bleef nagenoeg gelijk, maar door de coronasteun steeg de totale bijdrage naar ruim 1,2 miljard euro. Het aandeel van overheden om bussen, trams, metro’s en regionale treinen te laten rijden, kwam daarmee uit op bijna 43 procent.

Dat blijkt uit de Staat van het openbaar vervoer, een overzicht met de prestaties van het regionale OV dat jaarlijks wordt opgesteld door CROW-KpVV. De cijfers hebben dus geen betrekking op het landelijke treinvervoer van NS, uit wiens jaarverslag eerder al een beschikbaarheidsvergoeding van 818 miljoen euro naar voren kwam. Dat betekent dat vorig jaar bijna 1,3 miljard euro aan coronasteun is verleend aan de OV-sector – zo’n 200 miljoen euro minder dan waar rekening mee werd gehouden.

Meeste steun naar Amsterdam

Bijna eenderde van de steun (130 miljoen euro) in het regionale OV ging in 2020 naar de concessie Amsterdam, op ruime afstand gevolgd door Rail Rotterdam (62 miljoen) en Rail Haaglanden (33 miljoen). Bij deze bedragen moet wel worden aangemerkt dat het nog om voorlopige cijfers gaat op basis van aanvragen. Begin 2022 worden ze definitief vastgesteld.

Met de beschikbaarheidsvergoeding draait het Rijk op voor 93 tot 95 procent van de kosten van vervoerders. De regeling loopt vooralsnog tot september 2022. Deze uitkering staat los van de exploitatiebijdrage vanuit concessieverleners, die vorig jaar in totaal 780 miljoen euro bedroeg.

Derde minder inkomsten

Dat 2020 in alle opzichten een bijzonder jaar was voor de OV-sector behoeft geen uitleg. In het regionale OV werden bijna de helft minder reizigerskilometers afgelegd dan een jaar eerder, terwijl het aantal dienstregelinguren door afschaling van het aanbod met bijna 14 procent daalde. Dat leidde onder de streep tot 1,04 miljard euro tariefopbrengsten, ruim een derde minder dan in 2019.

De kostendekkingsgraad daalde daarmee vanzelfsprekend ook flink. Omdat de kosten die vervoerders maken niet worden vrijgegeven, rekent het CROW met de zogeheten ‘aandeel overheidsbijdrage’, wat kan worden gezien als het tegenovergestelde van de kostendekkingsgraad en waarbij de coronasteun niet meetelt. Voor de bus steeg deze bijdrage van 46,9 procent in 2019 naar 56,2 procent in 2020 en voor het totale regionale OV bedroeg het aandeel overheidsbijdrage 42,8 procent (33 procent in 2019).

Toekomst flexvervoer onduidelijk

Wat verder opvalt is een forse afname van het aantal gereden ritten in het flexvervoer van 657.000 naar 412.000. Die daling wordt namelijk niet alleen verklaard door de coronacrisis. In 2020 waren meerdere regiotaxisystemen verdwenen en de opheffing van Brengflex in Arnhem en Nijmegen zorgde alleen al voor 100.000 minder ritten.

Tegelijkertijd is flexvervoer in steeds meer concessies aanwezig en groeide het aantal projecten en pilots. De reden voor een afname in het aantal ritten verklaart CROW door het kostenaspect voor de grote flexystemen. Bij relatief kleine aantallen reizigers is het goedkoper dan de exploitatie van een vaste OV-lijn en groeit het potentieel aantal klanten omdat gebieden makkelijker kunnen worden ontsloten. “Maar op het moment dat er veelvuldig gebruik wordt gemaakt van een flexsysteem gaat de relatief hoge overheidsbijdrage per rit zwaarder wegen. Wat de ontwikkeling van het flexvervoer in de nabije toekomst zal zijn is daardoor nog ongewis.”

Een andere ontwikkeling die naar voren komt is dat het aantal buslijnen vrijwel gelijk ligt vergeleken met 2014, maar dat het aantal streekbuslijnen verder afnam tot 495. Dat is 40 procent minder dan zes jaar eerder. Het CROW vermoedt dat deze waarschijnlijk (deels) zijn overgenomen door HOV-lijnen (+60 procent), buurtbussen (+25 procent) en spits- en scholierenlijnen (+15 procent).

Meer duurzaamheid

Een positief gevolg van de coronacrisis was een hogere punctualiteit in vrijwel alle concessies. Minder reizigers en minder verkeer op de weg betekent immers een betere doorstroming. Voor het derde jaar op rij voert de concessie Lelystad met bijna 94 procent punctuele ritten de lijst aan. Wat metro betreft deed Rotterdam het met 97 procent het beste. De punctualiteit van de regionale treinen steeg naar 96 procent, hoger dan die op het hoofdrailnet (93,5 procent).

Ook werden in 2020 ondanks corona weer stappen gezet op het gebied van duurzaamheid. Er werden 18 duurzame treinen in gebruik genomen en 386 zero emissiebussen. De totale CO2-uitstoot van OV-bussen nam daardoor met 21,9 procent af. In de concessie Groningen Drenthe nam de uitstoot met liefst 90 procent af, omdat hier sinds eind 2019 vrijwel alleen nog maar uitstootvrije bussen rondrijden.

Gemeten per reizigerskilometer groeide de CO2-footprint van het regionale OV desondanks van 63,4 gram naar 97,7 gram. Het CROW noemt dat “een logisch gevolg van het grote reizigersverlies en de veel kleinere daling van het OV-aanbod.”

Bekijk hier de volledige Staat van het regionale OV 2020 van het CROW.

Lees ook:

U las zojuist één van de gratis premium artikelen

Onbeperkt lezen? Maak gebruik van de exclusieve aanbieding

Bekijk de aanbieding

Auteur: Dylan Metselaar

Dylan Metselaar is vaste redacteur voor OVPro.nl.

Reageer ook

Nog maximaal tekens

Log in via een van de volgende social media partners om je reactie achter te laten.