Amstelveenlijn GVB

Reizigers met mobiliteitsbeperking in het OV helpen: hoe doe je dat?

Zelfstandig met het openbaar vervoer reizen is niet voor iedereen vanzelfsprekend. De Vervoerregio Amsterdam zet al langere tijd OV-coaches in om mensen met een mobiliteitsbeperking te ondersteunen en zoekt naar manieren om het concept niet tot de regio Amsterdam te beperken. “We moeten veel scherper op ons netvlies krijgen dat het OV er voor ons allemaal is.”

Willeke Passmore, projectleider OV-coach, is vanaf het eerste uur betrokken bij dit idee, dat in 2018 ontstond bij de gemeente Amsterdam. Om de inzet uit te breiden, werd de ontwikkeling twee jaar later overgeheveld naar de Vervoerregio. De OV-coach is er voor inwoners binnen de vijftien gemeenten van de Vervoerregio die niet zelfstandig durven of kunnen reizen, zoals jongeren met een verstandelijke beperking of ouderen. Een coach helpt hen met het vinden en onthouden van de route en het omgaan met prikkels, angst, onverwachte situaties en fysieke uitdagingen. Door te oefenen raakt iemand vertrouwd met het OV, zodat uiteindelijk zelfstandig kan worden gereisd.

Belangrijk voortraject

Het belangrijkste deel van het traject vindt plaats vóórdat iemand voor het eerst in het OV stapt, legt Passmore uit. “Eerst zoek je een samenwerking met het hele netwerk om die persoon heen: school, ouders en gemeente. Zij moeten het vertrouwen hebben dat iemand zelfstandig kan reizen. Ouders werpen vaak belemmeringen op, omdat ook zij het eng vinden. Een busje met leerlingenvervoer stopt immers voor de deur. Maar ter voorbereiding op de rest van het leven is het fijn dat iemand zo vroeg mogelijk leert door bijvoorbeeld zelfstandig gebruik te maken van het OV.”

Tijdens een huisbezoek wordt een trainingstraject afgesproken. “Op het moment dat iemand gaat oefenen, is een heel groot deel van de route al doorgenomen. Dan blijft alleen over: lukt het, kan het en hoe gaan we met onverwachte situaties om?” Als het tijd is om daadwerkelijk in het OV te stappen, gebeurt dit eerst zij-aan-zij met de coach. “Vervolgens gaat die verder achterin het voertuig zitten en tenslotte staat de coach te wachten bij de eindhalte.” Gemiddeld wordt twaalf keer meegereisd.

Het hele traject gebeurt in een samenwerking van zestien partijen, waaronder vervoerder GVB maar bijvoorbeeld ook de gemeente en zorginstellingen. De daadwerkelijke uitvoering is belegd bij MEE Amstel en Zaan, dat cliëntondersteuning biedt aan onder meer mensen met een licht verstandelijke beperking. “Omdat zij alles weten over de doelgroep waarmee wordt gewerkt. Daardoor zijn ze ook in staat om OV-coaches te begeleiden.”

Wisselwerking met vervoerders

Klaarstomen gebeurt niet alleen individueel, maar ook in groepstrainingen. Nu al voor leerlingen in het speciaal onderwijs en voor ouderen wordt hiernaar gekeken. De lesdagen worden afgesloten op een bus- of tramremise, waardoor in dit geval wisselwerking ontstaat met vervoerder GVB. Dat leidt volgens Passmore tot meer begrip bij OV-personeel voor wat iemand nodig heeft om met het OV te kunnen reizen. Vervoerders hebben dan ook een belangrijke plaats in de keten van de OV-coach. Er wordt op alle momenten zoveel mogelijk input opgehaald die kan worden gebruikt bij toegankelijkheidstrainingen van personeel.

Het moet helpen om wederzijds begrip te creëren. Lastig in deze situaties is namelijk dat aan mensen met een licht verstandelijke beperking niet is af te zien dat reizen voor hen een uitdaging kan zijn, in tegenstelling tot iemand met een rolstoel of scootmobiel. “Zo kwam naar voren dat deelnemers het fijn zouden vinden als een app wordt ontwikkeld waarmee ze kunnen laten zien wat er moet gebeuren als ze in paniek raken.”

Zie je de reiziger met een mobiliteitsbeperking niet, dan kun je denken dat ze er ook niet zijn

OV kan inclusiever

Inclusieve mobiliteit is nog niet vanzelfsprekend, stelt Passmore. “Maar met een vergrijzende bevolking moeten we hier wel op voorbereid zijn. Zie je de reiziger met een mobiliteitsbeperking niet in het OV, dan kun je denken dat ze er ook niet zijn. We hebben echt wel wat te winnen om scherper op het netvlies te krijgen dat het OV er voor ons allemaal is. Want iedereen kan zomaar de doelgroep worden waar de OV-coach over gaat. Ouderen die bijvoorbeeld altijd in hun auto hebben gereden, maar dat op een gegeven moment niet meer kunnen of mogen. Het OV zou voor hen een alternatief kunnen zijn.”

Passmore herinnert eraan dat de OV-sector er per definitie voor hoort te zorgen dat het er voor iedereen is. “Je moet mensen daadwerkelijk verwelkomen. Dat betekent niet alleen toegankelijke haltes, maar ook dat mensen mentaal mee kunnen doen en kunnen oefenen. En je moet realiseren dat op het moment dat iemand zelfstandig leert reizen, diegene niet meer in de taxi of het leerlingenvervoer hoeft te stappen.”

Stagiairs en vrijwilligers

Ondanks de coronacrisis werden afgelopen twee jaar 232 nieuwe trajecten gestart en 33 trainingen gegeven waarmee in totaal 267 leerlingen zijn bereikt. De coaches vindt de Vervoerregio met name in stagiairs van verschillende opleidingen, van wie er op dit moment 22 actief zijn. “Daarmee snijdt het mes aan twee kanten. Enerzijds hebben de stagiairs een passende stageplek en doen ze contacten en ervaring op met de doelgroep waarmee ze later willen werken. Anderzijds zijn de jongeren en ouderen die worden begeleid ermee geholpen.”

Stagiairs zijn relatief makkelijker te vinden volgens de projectleider. Vrijwilligers, waar ook gebruik van wordt gemaakt, zijn een lastigere groep. “Omdat je best wat kwaliteiten moet hebben om iemand goed te kunnen begeleiden.”

Landelijk uitrollen

De Vervoerregio heeft dus de ambitie om de OV-coach overdraagbaar te maken. Zo worden pilots gestart met partijen als Stichting Welzijn Doven Amsterdam die zo hun eigen vrijwilligers kunnen trainen. Het ultieme doel is dat het concept landelijk kan worden ingezet, al liggen daar nog de nodige uitdagingen. “Als Vervoerregio willen we aanvoerder zijn en vooroplopen. Dat betekent ook dat we heel graag onze kennis willen delen. We zoeken daarvoor naar manieren zodat de (kennis)overdracht op een goede manier gebeurt.”

Goede voorlichting is een onderdeel van een geslaagde overdracht. “Laat je goed informeren over wat erbij komt kijken”, is dan ook het advies van Passmore voor vervoerders of overheden die met het concept van de OV-coach aan de slag willen. “Het is geen kwestie van iemand die wil helpen een folder in zijn handen duwen. De OV-coach is een traject, een keten. Voor de gebruiker, de coach en iedereen die betrokken is, en dat is meteen de kracht.”

Bekijk ook deze video over de OV-coach in de praktijk:

Lees ook:

U las zojuist één van de gratis premium artikelen

Onbeperkt lezen? Maak gebruik van de exclusieve aanbieding

Bekijk de aanbieding

Auteur: Dylan Metselaar

Dylan Metselaar is vaste redacteur voor OVPro.nl.

Reageer ook

Nog maximaal tekens

Log in via een van de volgende social media partners om je reactie achter te laten.

Reizigers met mobiliteitsbeperking in het OV helpen: hoe doe je dat? | OVPro.nl
Amstelveenlijn GVB

Reizigers met mobiliteitsbeperking in het OV helpen: hoe doe je dat?

Zelfstandig met het openbaar vervoer reizen is niet voor iedereen vanzelfsprekend. De Vervoerregio Amsterdam zet al langere tijd OV-coaches in om mensen met een mobiliteitsbeperking te ondersteunen en zoekt naar manieren om het concept niet tot de regio Amsterdam te beperken. “We moeten veel scherper op ons netvlies krijgen dat het OV er voor ons allemaal is.”

Willeke Passmore, projectleider OV-coach, is vanaf het eerste uur betrokken bij dit idee, dat in 2018 ontstond bij de gemeente Amsterdam. Om de inzet uit te breiden, werd de ontwikkeling twee jaar later overgeheveld naar de Vervoerregio. De OV-coach is er voor inwoners binnen de vijftien gemeenten van de Vervoerregio die niet zelfstandig durven of kunnen reizen, zoals jongeren met een verstandelijke beperking of ouderen. Een coach helpt hen met het vinden en onthouden van de route en het omgaan met prikkels, angst, onverwachte situaties en fysieke uitdagingen. Door te oefenen raakt iemand vertrouwd met het OV, zodat uiteindelijk zelfstandig kan worden gereisd.

Belangrijk voortraject

Het belangrijkste deel van het traject vindt plaats vóórdat iemand voor het eerst in het OV stapt, legt Passmore uit. “Eerst zoek je een samenwerking met het hele netwerk om die persoon heen: school, ouders en gemeente. Zij moeten het vertrouwen hebben dat iemand zelfstandig kan reizen. Ouders werpen vaak belemmeringen op, omdat ook zij het eng vinden. Een busje met leerlingenvervoer stopt immers voor de deur. Maar ter voorbereiding op de rest van het leven is het fijn dat iemand zo vroeg mogelijk leert door bijvoorbeeld zelfstandig gebruik te maken van het OV.”

Tijdens een huisbezoek wordt een trainingstraject afgesproken. “Op het moment dat iemand gaat oefenen, is een heel groot deel van de route al doorgenomen. Dan blijft alleen over: lukt het, kan het en hoe gaan we met onverwachte situaties om?” Als het tijd is om daadwerkelijk in het OV te stappen, gebeurt dit eerst zij-aan-zij met de coach. “Vervolgens gaat die verder achterin het voertuig zitten en tenslotte staat de coach te wachten bij de eindhalte.” Gemiddeld wordt twaalf keer meegereisd.

Het hele traject gebeurt in een samenwerking van zestien partijen, waaronder vervoerder GVB maar bijvoorbeeld ook de gemeente en zorginstellingen. De daadwerkelijke uitvoering is belegd bij MEE Amstel en Zaan, dat cliëntondersteuning biedt aan onder meer mensen met een licht verstandelijke beperking. “Omdat zij alles weten over de doelgroep waarmee wordt gewerkt. Daardoor zijn ze ook in staat om OV-coaches te begeleiden.”

Wisselwerking met vervoerders

Klaarstomen gebeurt niet alleen individueel, maar ook in groepstrainingen. Nu al voor leerlingen in het speciaal onderwijs en voor ouderen wordt hiernaar gekeken. De lesdagen worden afgesloten op een bus- of tramremise, waardoor in dit geval wisselwerking ontstaat met vervoerder GVB. Dat leidt volgens Passmore tot meer begrip bij OV-personeel voor wat iemand nodig heeft om met het OV te kunnen reizen. Vervoerders hebben dan ook een belangrijke plaats in de keten van de OV-coach. Er wordt op alle momenten zoveel mogelijk input opgehaald die kan worden gebruikt bij toegankelijkheidstrainingen van personeel.

Het moet helpen om wederzijds begrip te creëren. Lastig in deze situaties is namelijk dat aan mensen met een licht verstandelijke beperking niet is af te zien dat reizen voor hen een uitdaging kan zijn, in tegenstelling tot iemand met een rolstoel of scootmobiel. “Zo kwam naar voren dat deelnemers het fijn zouden vinden als een app wordt ontwikkeld waarmee ze kunnen laten zien wat er moet gebeuren als ze in paniek raken.”

Zie je de reiziger met een mobiliteitsbeperking niet, dan kun je denken dat ze er ook niet zijn

OV kan inclusiever

Inclusieve mobiliteit is nog niet vanzelfsprekend, stelt Passmore. “Maar met een vergrijzende bevolking moeten we hier wel op voorbereid zijn. Zie je de reiziger met een mobiliteitsbeperking niet in het OV, dan kun je denken dat ze er ook niet zijn. We hebben echt wel wat te winnen om scherper op het netvlies te krijgen dat het OV er voor ons allemaal is. Want iedereen kan zomaar de doelgroep worden waar de OV-coach over gaat. Ouderen die bijvoorbeeld altijd in hun auto hebben gereden, maar dat op een gegeven moment niet meer kunnen of mogen. Het OV zou voor hen een alternatief kunnen zijn.”

Passmore herinnert eraan dat de OV-sector er per definitie voor hoort te zorgen dat het er voor iedereen is. “Je moet mensen daadwerkelijk verwelkomen. Dat betekent niet alleen toegankelijke haltes, maar ook dat mensen mentaal mee kunnen doen en kunnen oefenen. En je moet realiseren dat op het moment dat iemand zelfstandig leert reizen, diegene niet meer in de taxi of het leerlingenvervoer hoeft te stappen.”

Stagiairs en vrijwilligers

Ondanks de coronacrisis werden afgelopen twee jaar 232 nieuwe trajecten gestart en 33 trainingen gegeven waarmee in totaal 267 leerlingen zijn bereikt. De coaches vindt de Vervoerregio met name in stagiairs van verschillende opleidingen, van wie er op dit moment 22 actief zijn. “Daarmee snijdt het mes aan twee kanten. Enerzijds hebben de stagiairs een passende stageplek en doen ze contacten en ervaring op met de doelgroep waarmee ze later willen werken. Anderzijds zijn de jongeren en ouderen die worden begeleid ermee geholpen.”

Stagiairs zijn relatief makkelijker te vinden volgens de projectleider. Vrijwilligers, waar ook gebruik van wordt gemaakt, zijn een lastigere groep. “Omdat je best wat kwaliteiten moet hebben om iemand goed te kunnen begeleiden.”

Landelijk uitrollen

De Vervoerregio heeft dus de ambitie om de OV-coach overdraagbaar te maken. Zo worden pilots gestart met partijen als Stichting Welzijn Doven Amsterdam die zo hun eigen vrijwilligers kunnen trainen. Het ultieme doel is dat het concept landelijk kan worden ingezet, al liggen daar nog de nodige uitdagingen. “Als Vervoerregio willen we aanvoerder zijn en vooroplopen. Dat betekent ook dat we heel graag onze kennis willen delen. We zoeken daarvoor naar manieren zodat de (kennis)overdracht op een goede manier gebeurt.”

Goede voorlichting is een onderdeel van een geslaagde overdracht. “Laat je goed informeren over wat erbij komt kijken”, is dan ook het advies van Passmore voor vervoerders of overheden die met het concept van de OV-coach aan de slag willen. “Het is geen kwestie van iemand die wil helpen een folder in zijn handen duwen. De OV-coach is een traject, een keten. Voor de gebruiker, de coach en iedereen die betrokken is, en dat is meteen de kracht.”

Bekijk ook deze video over de OV-coach in de praktijk:

Lees ook:

U las zojuist één van de gratis premium artikelen

Onbeperkt lezen? Maak gebruik van de exclusieve aanbieding

Bekijk de aanbieding

Auteur: Dylan Metselaar

Dylan Metselaar is vaste redacteur voor OVPro.nl.

Reageer ook

Nog maximaal tekens

Log in via een van de volgende social media partners om je reactie achter te laten.