HVO Arriva. Foto: Aron Nijs / Arriva

Arriva: ‘Met achterover leunen halen we duurzame ambities niet’

Met de overgang van diesel naar biobrandstof HVO voor 131 bussen loopt Arriva met de verduurzaming in Limburg voor op schema. Concessiemanager bus Arjan Wiering legt uit waarom het bedrijf daarvoor kiest en hoe er invulling aan het verduurzamen wordt gegeven.

In 2016 gingen jullie van start in Limburg, met als afspraak dat het OV tien jaar later uitstootvrij moet zijn. Welke stappen zijn er sindsdien gezet?

“Voor de stand van zaken in 2016 was ons plan heel ambitieus, maar de techniek wordt constant doorontwikkeld. Daardoor hebben we sommige dingen eerder kunnen doen dan aanvankelijk bedacht. In Venlo startten we meteen met uitstootvrij vervoer in de stad en in Maastricht deels. Sinds de zomer van 2019 rijden we met 95 elektrische bussen. Nu zitten we in de fase dat we tot 2026 relatief weinig hoeven te vervangen aan onze busvloot. Met alle resterende dieselbussen overgaan op HVO is daarom de logische volgende stap die we nu hebben gezet.”

Was die overgang met 131 bussen een dure operatie?

“Natuurlijk kost het geld, maar de baten wegen voor ons zwaarder. En dan gaat het niet om de financiën. We krijgen geen bonus of compensatie omdat we voorlopen op de contractuele afspraken. De overstap van diesel naar HVO brengt ons verder op het gebied van verduurzaming. Daar hebben we als Arriva stevige ambities in en die gaan we niet realiseren door achterover te leunen. We nemen dus zelf dit initiatief omdat we erin geloven en het sluit daarnaast mooi aan op de afspraken die we met de provincie Limburg hebben gemaakt.”

Het kost natuurlijk geld, maar de baten wegen voor ons zwaarder.

Zijn er in Limburg specifieke omstandigheden waardoor dit juist hier en nu al kan?

“Een voordeel is dat we in Limburg eigen werkplaatsen hebben. Dat maakt de technische kant van het verhaal makkelijker, net als de monitoring van prestaties van en onderhoud aan de HVO-bussen. En we kunnen dit meteen op grote schaal doen. Dat helpt om te bepalen met welke oplossingen we in de toekomst verder kunnen. Wat zijn bijvoorbeeld de mogelijkheden om bussen die nog goed zijn maar die niet meer aan de milieunormen voldoen aan te passen en te blijven gebruiken? Met 130 bussen kun je dergelijke vragen over circulariteit, die voor de hele OV-branche op tafel liggen, veel beter beantwoorden dan met tien bussen.”

Het artikel gaat verder onder de foto.

Maarten van Gaans. Foto: Aron Nijs / Arriva
Gedeputeerde Maarten van Gaans onthult de HVO-sticker op een Arriva-bus. Foto: Aron Nijs

Hoe verhoudt HVO zich qua prijs tot diesel?

“HVO is wel een stukje duurder dan diesel. Het is nu nog een wat schaarse brandstof die op een beperkt aantal locaties en in kleinere hoeveelheden wordt gemaakt. Maar elektrische bussen waren in het begin veel duurder dan nu en HVO zal een soortgelijke ontwikkeling doormaken als vraag en aanbod toenemen. En ook hier geldt dat dit niet gebeurt als we allemaal afwachten, dus daarom gaan wij er nu mee aan de slag.”

Op de HVO-stickers na zullen reizigers geen verschil merken met het rijden op diesel. Hoe zit dat voor de chauffeurs?

“Dat is een interessant aspect waar we de komende tijd meer over gaan leren. Onze mensen in de werkplaats geven aan dat de verbranding van HVO op het oog beter is dan van diesel, waardoor de loop van de motor rustiger wordt. In theorie kan dat tot meer comfort voor de chauffeurs en reizigers leiden, de praktijk moet uitwijzen of er echt een merkbaar verschil is. Van diesel naar elektrisch was natuurlijk een enorme overgang. Een eventueel verschil tussen rijden op diesel en HVO zal in de marge zitten. Maar als een motor inderdaad wat soepeler loopt, kun je met dezelfde hoeveelheid brandstof wellicht meer meters maken en zuiniger rijden. En dat draagt ook weer bij aan de CO2-reductie. De komende maanden zal blijken of dat inderdaad zo is.”

De 95 elektrische bussen zijn uitstootvrij en van de bussen op HVO is de CO2-uitstoot 90 procent minder dan bij diesel. Hoe gaan jullie de laatste stap naar uitstootvrij zetten en wat is daarin de rol van verder elektrificeren?

“De overgang naar HVO is een tussenstap omdat we zelf ambities hebben die we eerder dan 2026 willen realiseren. De transitie naar volledig zero emissie-OV in Limburg in 2026 blijft het doel en dat gaat ook gebeuren. Daarin kijken we of en hoe we zaken die gelieerd zijn aan het OV kunnen meenemen, zoals treinvervangend vervoer met touringcars, of deelvervoer. De klassieke OV-bus is immers één ding maar daar hangt een hele keten aan vast waar eveneens milieuwinst te behalen is.”

Het artikel gaat verder onder de foto.

Arjan Wiering. Foto: Aron Nijs / Arriva
Arjan Wiering. Foto: Aron Nijs

Is een bijkomend voordeel van die tussenstap dat jullie tijd winnen om te zien wat het voortschrijden van de techniek de komende jaren aan nieuwe oplossingen brengt?

“Bij Arriva ondernemen we liever actie, we zijn niet zo van het afwachten. Dus het is niet waarschijnlijk dat we dat nu wel gaan doen. We hebben in Limburg een ademende concessie waarin wij met de provincie bespreken wat wel en niet mogelijk is. Dat we nu met alle dieselbussen over zijn gegaan op HVO is een mooi iets om af te vinken. Tegelijk zijn we alweer bezig met de volgende stappen en uitdagingen, bijvoorbeeld hoe we die bussen echt circulair maken in plaats van er na een jaar of acht weer afscheid van te nemen.”

Bij Arriva zijn we niet zo van het afwachten.

Zero emissie in 2026 is een doel, maar geen eindpunt. Hoe ziet zo’n busvloot er bijvoorbeeld over tien jaar uit? Speelt waterstof dan bijvoorbeeld een veel grotere rol?

“Dat is natuurlijk de vraag waar de busbouwers zich mee bezighouden: hoe ziet de bus van de toekomst er uit? In het OV heb je korte en lange buslijnen en bij touringcars gaat het helemaal om grote afstanden. Voor het busproduct waarmee wij de transitie in Limburg maken, wijst alles erop dat de markt daarvoor de oplossingen zal hebben. Voor het meer kleinschalige werk, zoals buurtbussen en deur tot deur-vervoer door taxibedrijven, zijn er echter nog veel vraagtekens. Die vloot zal zich dus ontwikkelen. De klassieke 12 meter-bus zal blijven, maar wellicht komen er variaties in lengte, bezetting, comfortgraad en meer om voor alle uitdagingen tot oplossingen te komen.”

U las zojuist één van de gratis premium artikelen

Onbeperkt lezen? Maak gebruik van de exclusieve aanbieding

Bekijk de aanbieding

Auteur: Vincent Krabbendam

Reageer ook

Nog maximaal tekens

Log in via een van de volgende social media partners om je reactie achter te laten.