OV-chipkaart, demobus, reizigers, bus

Vertrouwen belangrijk bij gunning openbaar vervoer

Concessies moeten niet al te gedetailleerd geformuleerd worden en vervoerders moeten daarin ruimte krijgen om zich te ontwikkelen. Dat kan echter alleen op basis van vertrouwen. Vervoerders moeten steeds weer laten zien dat vertrouwen ook waard te zijn. Dat zegt Rikus Spithorst van Maatschappij Voor Beter OV.

Lees hieronder zijn column.

Slimmer aanbesteden. Hoe moet dat? De discussies gaan tegenwoordig vaak over de vraag of je moet aanbesteden:

  • Op hoofdlijnen, met veel ondernemersvrijheid voor de vervoerder, of
  • Op basis van heel gedetailleerde eisenpakketten, waarbij voor de vervoerder nauwelijks tot geen ontwikkelfunctie resteert.

Van beide varianten geef ik een voorbeeld; wat dik aangezet, maar gebaseerd op de werkelijke gang van zaken in het verleden bij verschillende opdrachtgevers.

Varianten

“Doe maar wat, regel behoorlijk vervoer. Wij rekenen u niet af op het aantal dienstregelingsuren dat u hebt geleverd en evenmin op de behaalde punctualiteit. Sterker nog, wij monitoren deze zaken niet eens. Een bonus/malusregeling hanteren wij niet. Hier is uw subsidie en veel succes ermee.”

“De tafeltjes in de regionale treinen moeten op maandag, woensdag en vrijdag door afdoende ter zake geïnstrueerd schoonmaakpersoneel worden gereinigd met een doekje met lauwwarm water. En met Jif.”

Eisen formuleren

U zult begrijpen, dat met het ene uiterste noch het andere uiterste de reiziger gebaat is. Ik vraag mij trouwens in beide gevallen ook af, of de vervoerder zich nog wel serieus genomen voelt. Dat moet dus beter. En gelukkig zie ik ook dat de decentrale overheden sindsdien veel geleerd hebben. Het gáát dus ook beter. Maar daarmee blijft de vraag onbeantwoord of je als opdrachtgever nu slechts op hoofdlijnen je eisen moet formuleren, of juist heel precies moet opschrijven wat je hebben wilt. Die vraag valt niet eenduidig te beantwoorden. Waarom niet? De ene aanbesteding is de andere niet.

Een eisenpakket op hoofdlijnen kun je eigenlijk alleen toepassen als je de vervoerder volledig vertrouwt. Daaruit volgt, dat je dat alleen kunt doen als je als opdrachtgever besluit tot een onderhandse gunning. Dan weet je met wie je te maken hebt, en je hebt vertrouwen in die vervoerder (anders zou je uiteraard niet onderhands gunnen).

Aanbesteding

Zodra je als opdrachtgever echter besluit tot een aanbesteding, dan zul je je eisen veel gedetailleerder moeten opschrijven. Immers, je weet niet wie straks de aanbesteding wint. Er is dan een gerede kans dat niet een van de huidige bonafide vervoerders de aanbesteding wint, maar een tot nu toe volstrekt onbekende onderneming, die slechts uit is op het maken van zoveel mogelijk winst door de absolute onderkant van het bestek op te zoeken.

Dan heb je – wanneer je niet heel goed oppast – als opdrachtgever dus het nakijken en de reiziger staat met lege handen.

Risico’s

Overigens kleven aan het onderhands gunnen op basis van een heel globaal eisenpakket aan een vervoerder die je kent en vertrouwt ook risico’s. Je gaat als opdrachtgever in zee met een onderneming die deugt. Maar wat als er binnen die vervoerder een directiewisseling plaatsvindt? Of de vervoerder wordt verkocht, bijvoorbeeld aan een investeerder in durfkapitaal? Blijft dat vertrouwen dan overeind? Blijft de kwaliteit op het niveau dat je als opdrachtgever voor ogen had? Hoe los je dat als opdrachtgever op?

Door in het contract op te nemen dat bij een directiewisseling de looptijd zonder opgave van redenen fors kan worden ingekort? Of dat de concessie afloopt zodra de onderneming van eigenaar verandert (waardoor de onderneming misschien feitelijk zo goed als onverkoopbaar wordt)? Voer voor juristen, maar wel iets om over na te denken.

Vertrouwen

Maar voorlopig bepleit ik dus het hanteren van behoorlijk gedetailleerde bestekken bij een aanbesteding en een eisenpakket op hoofdlijnen bij een onderhandse gunning.

Het werken op basis van niet al te pietepeuterig geformuleerde concessies met een flinke dosis ontwikkelvrijheid voor de vervoerder kan alleen op basis van vertrouwen. De vervoerder is aan zet. Door steeds weer te laten zien, dat vertrouwen ook waard te zijn.

Rikus-Spithorst-Maatschappij-Voor-Beter-OV-

Rikus Spithorst, Maatschappij Voor Beter OV

Auteur: Bart Pals

2 reacties op “Vertrouwen belangrijk bij gunning openbaar vervoer”

Manu Lageirse|08.01.13|12:59

Interessante visie Rikus
Er bestaat ook een 3* variant ipv volledig op basis van vertrouwen te moeten werken. Mits een goed contract is die volledig op te vangen.Het contract moet niet gedetailleerd zijn in wat moet gerealiseerd worden, welk type bus, welke preciese route…
Wel is belangrijk dat de output heel goed vastgelegd wordt:
• Van punt A naar B
• Binnen een contractueel bepaalde tijd
• met een contractueel bepaalde frequentie
• met garantie rond punctualiteit en comfort
• …..

Manu Lageirse|08.01.13|13:01

Criteria die aan opdrachtgevers en reizigers een minimum garantie geven.
Door dit goed vast te leggen met KPIs en bonus/malus vermijd je dat de opdrachtgever en de reiziger enkel op vertrouwen moeten rekenen
De vervoerder kan dan bepalen welke bussen hij inzet en hoe, met of zonder overstap, eventueel deels taxi oplossingen. Hier zit de echte toegevoegde waarde die een vervoerder kan bieden en dan is de kans veel groter dat er een betere oplossing ligt voor de reiziger voor hetzelfde budget

Reageer ook

Nog maximaal tekens

Log in via een van de volgende social media partners om je reactie achter te laten.