Jan Zaaijer, oud-directeur BBA

Concessies kleiner maken om risico’s te verlagen

Het is beter om de concessies in het Nederlands regionaal openbaar vervoer wat kleiner te maken. Daarmee lopen de vervoerders en organiserende overheden minder risico’s. Dat zegt oud-directeur Jan Zaaijer van Veolia.

Lees hieronder zijn column.

Elke aanbesteding wordt tot het uiterste betwist, vaak zelfs met juridische middelen. De zittende vervoerder kan zich nauwelijks veroorloven zoveel omzet te verliezen. Voor de aanvallende vervoerders is er veel aan gelegen de grote concessie te verwerven. De markt is minder flexibel geworden en problemen kunnen niet gemakkelijk worden opgelost. Het is daarom beter de concessies wat kleiner te maken.

Concurrentie

Bij de invoering van concurrentie in het Nederlandse stads- en streekvervoer waren er 36 organiserende overheden, te weten de provincies, de stadsregio’s en 17 grotere steden. De provincies en de stadsregio’s organiseerden het vervoer elk in méér dan één concessie. De stadsdiensten vormden stuk voor stuk een concessie. In totaal zijn er ongeveer 100 concessies.

Concessies

Tegenwoordig zijn de stadsdiensten opgenomen in grotere concessies van stads- en streekvervoer. Vanzelfsprekend is dit niet. Een stadsdienst in het busvervoer wordt  uitgevoerd met gespecialiseerd materieel. Vakmensen zeggen dat een stadsdienst zijn eigen ‘busomlopen’ heeft.

De ritten op een lijn hebben een tamelijk hoge frequentie, hoger dan in het streekvervoer. Daarom is een stadsdienst een natuurlijke eenheid om aan te besteden. De provincies en de stadsregio’s kunnen dit probleemloos regelen. De concessies zijn intussen steeds groter geworden en de duur van de contracten langer. Er zijn nu 30 concessies. De voornaamste drijfveer achter deze ontwikkeling is de wens de kosten van de aanbestedingen te drukken.

Flexibiliteiten

Als een organiserende overheid in de aanbesteding van een kleine concessie een vergissing heeft gemaakt kan die geruisloos worden gecorrigeerd in de volgende. Een vervoerder die het met een contractvoorwaarde erg oneens is, en dat komt voor, kan zich veroorloven ‘nee’ te zeggen.

Bij een grote concessie bestaan deze flexibiliteiten niet. Als de winnende vervoerder te optimistisch is geweest, krijgen we grote, langdurige verliezen. We spreken dan van de ‘winnaarsvloek’. De organiserende overheid en de winnende vervoerder ontmoeten elkaar in een dodelijke omhelzing. De verleiding om optimistische aannamen te gebruiken is in een kleinere concessie minder groot.

Kosten

De kosten van een aanbesteding (ontwerp netwerk, planning, calculatie, maken en beoordelen van offertes) bedragen ongeveer 5 procent van één jaaromzet in de concessie. Het gaat dan over de kosten van de organiserende overheid en de aanbiedende vervoerders gezamenlijk. Dat is minder dan 1 procent van de contractomvang, een fractie van het financiële voordeel dat voortvloeit uit het aanbesteden. De organiserende overheid hoeft zich hier niet veel van aan te trekken.

Het is beter de omvang van de concessies kleiner te kiezen dan nu het geval is. Dat kan door de concessies niet nodeloos groot te maken. Soms kan een vervoergebied geografisch handig worden opgedeeld. Het vervoer van een modaliteit (metro, tram, bus) kan apart worden aanbesteed zonder de samenhang in het netwerk tekort te doen. Bestudeer de situatie en maak de concessies niet te groot, zo is mijn dringende advies aan de organiserende overheden.

Schaalvergroting

Sommigen zullen tegenwerpen dat schaalvergroting meestal leidt tot grotere efficiency en dat je er daarom niet tegen in moet gaan. Maar kleinere concessies staan schaalvergroting van de vervoerders niet in de weg. Er is een internationale markt van regionaal openbaar vervoer. Alleen tamelijk grote ondernemingen zullen zich hierin kunnen handhaven. Ook grote ondernemingen hebben er belang bij dat de risico’s niet te groot zijn.

Zo gezien is een fijnmazige markt in Nederland gunstig voor het investeringsklimaat. De kans dat er voldoende vervoerders in de markt zullen zijn wordt groter.

Concessiecontracten

In een volgende column zal ik nog iets zeggen over de inrichting van de concessiecontracten en de beoordeling van offertes. Deze dingen zijn belangrijk, ongeacht de grootte van de concessie. Hoe kan een organiserende overheid er voor zorgen dat de kwaliteit van het vervoer terdege meeweegt in de te nemen beslissing? Tot de volgende keer.

Jan Zaaijer, oud-directeur Veolia

Auteur: Bart Pals

Reageer ook

Nog maximaal tekens

Log in via een van de volgende social media partners om je reactie achter te laten.