Jan Zaaijer, oud-directeur BBA

‘Evenwichtige verhouding nodig tussen overheid en vervoerders’

COLUMN – Bij aanbestedingen in het openbaar vervoer moet gestreefd worden naar een evenwichtige verhouding tussen de organiserende overheid en de vervoerders. Dat kan door de concessies niet te groot te maken, de vervoerders invloed te geven op het vervoersaanbod en de offertes in de eerste plaats te beoordelen op kwaliteit. Dat zegt oud-directeur Jan Zaaijer van Veolia.

Lees hieronder zijn column.

De problemen met het aanbesteden van openbaar vervoer vloeien voort uit ongelijke economische machtsverhoudingen. De organiserende overheden hebben te veel te vertellen en de vervoerders te weinig. Het helpt om de vervoerders in een aanbesteding te vragen een voorstel in te dienen voor het beste vervoersaanbod en de winnende vervoerder risicodragend te maken voor de reizigersinkomsten.

Beoordeling offertes

Bij de beoordeling van de offertes moeten de onderwerpen kwaliteit en financiën apart worden bekeken. De gunning zou zo moeten worden georganiseerd dat de vervoerder met de beste kwaliteit de concessie kan verwerven ook wanneer er een financieel scherper bod ligt van een van de anderen.

Openbaar vervoerbedrijven hebben een enorme ervaring met het ontwerpen van netwerken, de planning van vervoer en het uitvoeren van dienstregelingen. Een organiserende overheid doet er goed aan deze ervaring te gebruiken. Dat kan door in de aanbesteding de vervoerders te vragen een voorstel in te dienen voor het beste netwerk en de beste planning (het vervoersaanbod).

Risico

De winnende vervoerder zal het risico op zich moeten nemen op de reizigersinkomsten in de concessie. Deze manier van aanbesteden staat bekend als het aanbesteden van een ‘netto’ contract. Gelukkig worden nog veel concessies op deze manier aanbesteed. Een bepaling dat redelijke wijzigingsvoorstellen van de vervoerder in principe gehonoreerd zullen worden kan deel uit maken van zo’n netto contract.

In de uitvraag kunnen criteria worden opgegeven voor de kwaliteit van de dienstuitvoering. Dit betreft punctualiteit, informatievoorziening, hoffelijkheid van de medewerkers, comfort en netheid van de voertuigen. Ook kunnen criteria worden opgegeven voor de kwaliteit van het management en de wijze van rapporteren. Voor emissies van de voertuigen moeten er normen zijn die voor alle vervoerders gelden.

Kwaliteit en financiën

Ik stel voor aan de vervoerders te vragen hun offerte (voor de fijnproevers: voor zover het de gunningscriteria betreft) in te delen in twee afdelingen, te weten kwaliteit en financiën. Kwaliteit is de geschiktheid van het vervoer voor de reizigers. Onder kwaliteit begrijpen we de kwaliteit van het vervoersaanbod en de dienstuitvoering alsook de kwaliteit van het management en de rapportages. Bij de beoordeling van de kwaliteit blijven de financiële gegevens van alle vervoerders geheim.

De score van de vervoerders wordt bepaald op basis van de kwaliteit van hun offerte. De beste vervoerder krijgt 1 punt, de volgende 2 punten enzovoort. Vervolgens worden de financiële gegevens beoordeeld en de vervoerders gescoord in volgorde van het beste financiële aanbod. Wederom 1, 2 enzovoort.

Scores

Als de organiserende overheid de opdracht niet wil geven aan de vervoerder met de minste kwaliteit, zijn er n(n-1) mogelijke scores, waarbij n het aantal deelnemende vervoerders is. De scores worden gesorteerd in de volgorde: laagste totaalscore, beste kwaliteit, laagste prijs. Bij vier deelnemende vervoerders krijg je de volgende tabel:

De opdracht wordt gegund aan de vervoerder die in de tabel het laagste volgnummer scoort. Dat is een vervoerder die, in de combinatie van kwaliteit en prijs, een uitstekende offerte heeft ingediend. Het kan best zijn dat die vervoerder niet de laagste prijs heeft geboden. De organiserende overheid moet wel het recht voorbehouden niet te gunnen aan een aanbieder die een sterk afwijkende prijs heeft geboden. Dit is overigens altijd verstandig.

Evenwichtige verhoudingen

Wij moeten streven naar een evenwichtige verhouding tussen de organiserende overheid en de vervoerders. Dat kan door de concessies niet te groot te maken, de vervoerders invloed te geven op het vervoersaanbod en de offertes in de eerste plaats te beoordelen op kwaliteit. Ik vermoed dat deze benadering ook goed zal werken in andere situaties, waar overheden diensten willen aanbesteden en het aantal aanbieders klein is.

Jan Zaaijer, oud-directeur BBA

Auteur: Marieke van Gompel

Marieke van Gompel is redacteur van OVPro en hoofdredacteur van de online vakbladen van ProMedia Group.

Reageer ook

Nog maximaal tekens

Log in via een van de volgende social media partners om je reactie achter te laten.