station Zwolle, Arriva

‘Eerst risico’s in kaart brengen van Vierde Spoorpakket’

COLUMN – De invoering van het Vierde Spoorpakket op het Nederlandse spoor brengt diverse risico’s met zich mee. Dat wil niet zeggen dat vrije toetreding en aanbestedingen op het spoor zeker een slecht plan zijn. Het goed kennen van de risico’s is essentieel om een goede afweging te kunnen maken over de manier waarop Nederland aan de slag wil gaan met de Europese spoorplannen. Dat zegt onderzoeker Wijnand Veeneman van TU Delft.

Lees hieronder zijn column.

Ze kwamen bijna tegelijk uit, drie quick scans over de spoormarkt. Twynstra Gudde, de Autoriteit Consument en Markt (ACM) en Rebel en consorten. Er zijn volgens mij twee redenen om nu snel te scannen. 

Allereerst is daar het Vierde Spoorpakket van de Europese Commissie. Dat vindt als een vervoerder ergens een trein wil rijden in Europa, dat gewoon moet kunnen en daar waar ze dat niet willen en wij met zijn allen wel, dat dat aanbesteed moet worden. Een spannend experiment. 

Tegelijk worden op dit moment de laatste letters getypt in de concessie voor de NS voor de komende jaren.

Rapporten

Het is logisch te veronderstellen dat de rapporten de typers op de valreep een aantal gedachten wilden meegeven. Hier dan weer een quick scan van de quick scans. Bent u ook weer op de hoogte. En kan ik u en de typers ook nog een paar gedachten meegeven.

Twee van de drie rapporten zijn expliciet positief over het Vierde Spoorpakket. Ik vermoed dat de schrijvers van de ACM, als marktkampioenen, ook wel positief zullen zijn. 

Als OVPro-lezer weet u dat ik somberder ben. Toch ben ik ben voor het gebruik van de markt.

Machtig wapen

Meer precies, ik vind dat je als overheid altijd bereid moet zijn het instrument van de markt van stal te halen als je huidige vervoerder niet genoeg zijn best doet. 

Maar het is een machtig wapen, dat met terughoudendheid zou moeten worden toegepast. En daar gaat het Vierde Spoorpakket aan voorbij: het verplicht stellen van de markt voor alles, terwijl het volgens mij een van de vele instrumenten is om kwaliteit en efficiëntie te krijgen.

Maar laten we eens naar de rapporten kijken. Allereerst het rapport van Twynstra Gudde. Het is geschreven voor de vervoerders op het vinkentouw, die graag willen mee doen in de aanbestedingen om het spoor. Ze zien grote kansen en willen eigenlijk dat in de aankomende concessie al ruimte wordt gemaakt voor experimenteren met het toelaten van andere vervoerders van NS.

Afhankelijkheid

Dan het rapport van de ACM, dat ingaat op gemopper van vervoerders over NS en TLS, de OV-chipkaart beheerder. Het laat haarscherp de rafelrandjes zien van de huidige systematiek. De andere vervoerders zijn afhankelijk van NS en TLS (met NS als grootaandeelhouder) en dat leidt tot een hoop chagrijn. 

Of de NS dat nou allemaal expres doet of niet is misschien niet eens zo relevant. Afhankelijk zijn van je grootste concurrent is nooit leuk, ook niet als die nog zo zijn best voor je doet. Maar de ACM zegt dat zij alleen maar regels kunnen handhaven. Om te kunnen vaststellen of de NS er een potje van maakt hebben ze regels nodig. Die zijn er nu niet en dus staat ACM aan de kant te kijken in plaats van scheidsrechter te zijn.

Dan het rapport van Rebel en consorten. Het komt met veel positieve rapporten op over de markt. Zo citeren zij Chris Nash en Andrew Smith uit 2006 met 20 procent reizigersgroei, misschien wel door liberalisering van de Engelse spoormarkt. 

Interessant is dat beide heren, Nash en Smith, in 2013 een veel kritischer rapport hebben gepubliceerd, waar de negatieve kanten van de splitsing (nodig voor de markt) werden uitgelicht. Het helpt niet voor innovatie (juist het paradepaardje van de gelovers in de spoormarkt) en de bijsturing.

Risicoanalyse

Maar veel interessanter is wat u wel in de rapporten kan lezen, maar niet in de samenvatting. Alle rapporten geven een inkijkje in wat ingewikkeld zou kunnen worden aan de introductie van het Vierde Spoorpakket. Laat ik die dan voor u samenvatten met het verzoek het te lezen als een risicoanalyse, niet als een verwerping van de markt op het spoor.

Rebel en kornuiten schrijven dat de voordelen van de markt kunnen worden behaald…
mits er voldoende ruimte is in de infrastructuur en mogelijke operationele knelpunten kunnen worden weggenomen.
Dat is nu precies mist in de quick scans en trouwens ook in de teksten van de Europese Commissie: het operationele gedoe tussen vervoerder en beheerder waar we na de splitsing vaak zo boos over zijn geworden. Dat is dus een risico.

Vervoersgroei

En het tweede is dat de vervoersgroei die beloofd wordt niet haalbaar is als trein en infra vol zitten op die momenten dat die extra mensen met de trein willen. En juist in de spits willen we nu graag juist die toegenomen capaciteit.

Rebel en kornuiten zijn scherp over de prikkels die de markt geeft.
Per saldo wordt daarmee het sturen op opbrengstmaximalisatie belangrijker.
En daarmee wijzen ze op een derde risico. Dat het reizen per spoor duurder wordt, ondanks dat het efficiënter wordt. Dat is toch de ervaring in Engeland, waar geklaagd wordt over tariefstijgingen, ver boven inflatie.

Transparantie afdwingen

Dan geeft Twynstra Gudde nog een risico aan. Zij vinden dat de markt helemaal niet kan werken als de andere vervoerders dan NS niet over meer gegevens zullen kunnen beschikken en als er geen goede toezichthouder is die direct in kan grijpen. 

En het mag duidelijk zijn dat de NS met zijn huidige kennis in een vrijere spoormarkt een stapje voor heeft. De terughoudendheid van de ACM betekent dat ook zij die rol alleen zullen pakken als de wettelijke kaders die transparantie afdwingen.

Er zijn veel risico’s aan het experiment dat Europa wil aangaan met ook het Nederlandse spoor. Ook de voorstanders zien die. Dat wil niet zeggen dat vrije toetreding een aanbestedingen op het spoor zeker een slecht plan zijn. 

Sterker, ik weet dat aanbestedingen op de regionale lijnen cruciaal is geweest in het verbeteren van de kwaliteit. En dat vrije toetreding op internationaal vervoer vernieuwing weet te bieden.

Risico’s

Ik krijg alleen zo het gevoel wat ik had toen we begonnen aan aanbestedingen in het stads- en streekvervoer. Ik lees op verschillende plaatsen dat het zo’n goed plan is. Maar in die samenvattingen lees ik erg weinig over de risico’s van het plan.

Het goed kennen van die risico’s lijkt me vrij essentieel wil je een goede afweging te kunnen maken over de wijze waarop wij aan de slag gaan met het experiment van de Europese Commissie. Zodat we niet als Chris Nash en Andrew Smit pas later achter de narigheid komen, waarvan we in eerste instantie dachten dat het prima kon werken.

Wijnand Veeneman, onderzoeker Openbaar Vervoer, TU Delft

Wijnand Veeneman, onderzoeker Openbaar Vervoer TU Delft

Lees ook:

Auteur: Marieke van Gompel

Marieke van Gompel is redacteur van OVPro en hoofdredacteur van de online vakbladen van ProMedia Group.

Reageer ook

Nog maximaal tekens

Log in via een van de volgende social media partners om je reactie achter te laten.