Arriva Merwede Linge

Arriva maakt overstap van taxivervoer naar OV laagdrempelig

Arriva timmert aan de weg in het mensen helpen overstappen van doelgroepenvervoer naar openbaar vervoer. In het wsw-vervoer en leerlingenvervoer lijkt de aanpak te werken. Voor Arriva is zelfstandig reizen met het OV een waardig alternatief voor reizen met het doelgroepenvervoer. Een juiste indicering van de reiziger en een solide begeleiding richting het zelfstandig reizen blijken daarbij essentieel.

Voor het wmo-vervoer ligt het allemaal wat gecompliceerder, maar ook hier worden de eerste pilots binnenkort gestart. In Gouda vond onlangs de conferentie ‘Doelgroepenvervoer en openbaar vervoer gaan hand in hand’ plaats. Door diverse partijen werd hier verteld hoe zij met de afstemming van die twee vervoersvormen omgaan. Arriva ziet zelfstandig reizen met het OV als een waardig alternatief voor reizen met het doelgroepenvervoer. Natuurlijk niet voor iedereen en altijd onder bepaalde voorwaarden, maar de ervaringen van Arriva wijzen uit dat er wel degelijk succesvol overgestapt kan worden van ene naar de andere vorm van reizen.

Zoals wel meer OV-bedrijven is Arriva bezig met de overgang van een puur op uitvoering gerichte organisatie naar een meer klantgerichte aanpak. Elmer Roukema is salesmanager bij Arriva Nederland. In die hoedanigheid ontwikkelt en introduceert hij concepten om het openbaar vervoer aantrekkelijker te maken voor verschillende groepen reizigers. Voor de mensen die gebruik maken van wsw-vervoer, wmo-vervoer, het leerlingenvervoer en het vervoer van en naar de dagbesteding probeert Arriva voor grote groepen reizigers de overstap naar het OV te realiseren. “En de eerste pilots laten ook zien dat onze benadering werkt”, stelt Roukema. “Het is niet makkelijk, maar zolang we stappen zetten gaan we er mee door.”

OV als alternatief

Het idee ontstond zo’n twee jaar geleden. “Toen stonden decentralisatie en bezuinigingen op de agenda en werden zelfvertrouwen en participatie de pijlers van wmo nieuwe stijl. Het OV is dan vanuit zowel maatschappelijk als financieel oogpunt een heel goed alternatief. Je moet dan wel veel hobbels overwinnen, maar de basis was zo sterk dat we er toch voor zijn gegaan.” Desondanks was de insteek positief en moest een eigen keuze voor de overstap altijd leidend zijn: niet stoppen met de taxi omdat het eventueel goedkoper is, maar omdat OV voor een deel van de doelgroep een volwaardig alternatief kan zijn.

Wat hielp is dat er de laatste jaren veel is geïnvesteerd in het toegankelijker maken van OV-haltes. Omdat aan de indicering van de te vervoeren mensen echter weinig is gedaan, bleef de toestroom naar het OV volgens Roukema beperkt. Natuurlijk kwamen er meteen veel vragen los, onder meer over het verwerken van nieuwe reizigersstromen en het behouden van de punctualiteit. Om deze en andere potentiële problemen voor te zijn wilde Arriva alle stakeholders bij zijn plannen betrekken: gemeenten, instellingen voor speciaal onderwijs, sociale werkplaatsen, cliëntenraden en natuurlijk de werknemers op bussen en treinen zelf, want zij krijgen te maken met reizigers die ten dele een andere benadering vergen.

Begeleiding

Risicoloos proberen was een absolute must, legt Roukema uit. “Stel dat iemand een traject ingaat om voortaan met het OV naar de dagbesteding te gaan. Dan moet er wel vooraf gegarandeerd worden dat die persoon indien nodig kan terugvallen op de taxi. Doe je dat niet, dan staat er meteen een enorme spanning op.”

De oplossing werd gevonden in de Voor Elkaar Pas, een OV-chipkaart uitsluitend bedoeld voor reizigers in het doelgroepenvervoer. Deze is dan ook alleen af te nemen door gemeenten, zorginstellingen en sociale werkplaatsen. De kaart beoogt gebruiksvriendelijk en daarmee drempelverlagend te zijn. “Als iemand bijvoorbeeld vergeet in of uit te checken krijgt hij of zij niet meteen een boete. Er hoeft ook geen saldo te worden opgeladen; het is een maatwerkproduct. Bovendien bieden we altijd een gratis begeleiderskaart aan, zodat de persoon in kwestie geholpen kan worden bij het leren zelfstandig reizen. Bij elke pas wordt ook een handzaam gidsje verstrekt dat mensen nog verder op weg helpt”, aldus Roukema. Het is de gemeente of instelling die de factuur krijgt en deze partijen kunnen er volgens Arriva van op aan dat de kosten daadwerkelijk in relatie staan tot de afgelegde kilometers.

Arriva is samenwerkingen aangegaan met diverse partijen die deskundig zijn in het helpen van alle partijen die betrokken zijn bij de te maken overstap van taxivervoer naar openbaar vervoer. Zo is er een methode om reizigers constant te monitoren, maar ook trainingen voor medewerkers van gemeentes. Alles staat in het teken van de overstap naar het OV zo makkelijk, gebruiksvriendelijk en risicoloos mogelijk te maken.

Aangepast vervoer

De vervoerder zoekt altijd de samenwerking met gemeenten en instellingen omdat zij de kennis van de doelgroepen hebben die het vervoersbedrijf zelf ontbeert. Arriva brengt van alle potentiële reizigers in kaart welk OV er in hun omgeving beschikbaar is. Dat maakt enerzijds duidelijk of het OV voor die reizigers ook echt een alternatief is, en anderzijds kan Arriva dan inschatten of en met welke kleine aanpassingen in de dienstregeling grotere groepen reizigers bereikbaar worden. Met de gemeenten en instellingen wordt besproken welke individuen de overstap zouden kunnen maken, waarna per persoon (of op het niveau van een groep leerlingen) een plan van aanpak wordt gemaakt. Vervolgens wordt begonnen met het maken van de overstap – waarbij dus ook een uitkomst kan zijn dat dit voor de persoon in kwestie geen goede optie is. Die reiziger kan dan gewoon gebruik blijven maken van het aangepast vervoer.

Voor Arriva zelf is de invoering van het systeem per doelgroep noodzakelijk. Begonnen werd met het wsw-vervoer. Roukema: “Sociale werkplaatsen zijn net bedrijven en hebben een redelijk overzichtelijk besluitvormingstraject. Daar kun je vrij snel afspraken mee maken, zo blijkt: we hebben eigenlijk met alle sociale werkplaatsen binnen onze concessiegebieden trajecten of gesprekken lopen. En dat bracht ons naar de volgende stap: uitbreiding naar het leerlingenvervoer, omdat het eveneens planbaar routevervoer is. Wel voor een andere doelgroep, die bovendien wat meer stakeholders kent. En ook op dit vlak boeken we nu de eerste resultaten.”

Wmo-vervoer

Langs diezelfde lijn schat Arriva de overstap voor mensen die naar hun dagbesteding moeten worden vervoerd wat complexer in. Deze groep wordt immers heel versnipperd naar een groot aantal zorginstellingen gebracht. Toch lopen ook hier de eerste projecten al. “Tot slot het wmo-vervoer. Dit is echt een andere tak van sport, omdat het in tegenstelling tot de andere varianten geen planbaar routevervoer is”, aldus Roukema.

Daarom word er ook een andere oplossing voor bedacht. Er zullen op korte termijn enkele pilots worden uitgerold. Omdat bij vraagafhankelijk vervoer een gezamenlijke oplossing lastig is, zal één daarvan in het teken staan van keuzevrijheid. Mensen uit de doelgroep krijgen een Voor Elkaar Pas en een begeleiderskaart, en daarbij worden alle denkbare vervoersmogelijkheden aangeboden. Vervolgens wordt bekeken of er een verschuiving plaatsvindt van taxivervoer naar OV-vervoer, en of mensen uit de doelgroep meer gaan reizen en dus participeren dan voorheen.

“Het blijft lastig, want binnen het wmo-vervoer zal altijd een groep bestaan die de overstap niet kan maken. Maar een deel kan dat dus wel, en daarmee gaan we nog dit jaar aan de slag. In het wmo-vervoer zien wij vooral de kans om een hele grote groep iets aan te bieden, met de flexibiliteit om er al dan niet gebruik van te maken.”

Positieve verrassing

“Over alle trajecten die lopen blijkt gemiddeld 80 procent van de mensen die het proberen in staat tot zelfstandig reizen met het openbaar vervoer”, meldt Elmer Roukema. Hij gaat concreet op zo’n project in. “De sociale werkplaats Promen in Gouda liet elke dag vijftig werknemers met taxi’s vervoeren. Na een jaar van geleidelijk opbouwen reizen 42 van de 50 mensen zelfstandig. Dat heeft ook ons in positieve zin verrast, en de reizigers zelf zijn hier natuurlijk zelf ook enorm trots op. Want men wil vaak wel zelfstandig reizen, maar de drempel om dat te doen moet eerst weggenomen worden.”

Opvallend genoeg valt een deel van de reizigers helemaal weg, want van de 42 reizen er 27 zelfstandig met het openbaar vervoer. Vijftien anderen gaan nu met de fiets of middels een carpool van en naar de sociale werkplaats.

Ook in het leerlingenvervoer worden er stappen gezet. In enkele plaatsen lopen projecten; met heel veel meer gemeenten wordt naar het begin van die trajecten toegewerkt. “De Voor Elkaar Pas voor het leerlingenvervoer bestaat echter pas sinds november vorig jaar, en gezien de vaak wat tragere besluitvorming bij gemeenten is het niet zo dat nu al honderden leerlingen de overstap hebben gemaakt”, legt Roukema uit. “Maar waar we al wel bezig zijn zien we dat het aandeel van de leerlingen dat per OV reist is gestegen van 10 naar 40 tot 50 procent, en dat is echt een enorme groei.”

Meer participatie

Volgens Roukema heeft die groei veel met indicering te maken. “Er wordt altijd gepraat over toegankelijkheid van haltes en dergelijke zaken. Dat is ook van groot belang, maar wij geloven oprecht dat als je iets doet met die indicering er een enorme toestroom van reizigers naar het openbaar vervoer kan plaatsvinden. Maatschappelijk heeft dat voordelen: mensen ontwikkelen zich en participeren meer. Bovendien staan veel regionale buslijnen onder druk, en als er meer mensen van gebruikmaken kun je weer wat druk wegnemen. Daarnaast is er de financiële component, want als mensen de overstap kunnen maken naar het openbaar vervoer scheelt dat ook gewoon geld. We zien volop kansen, maar het is ook nodig dat veel personen wat wij doen onderschrijven en dat constant laten horen. En wij gaan er in elk geval mee door.”

Vincent Krabbendam

Auteur: Vincent Krabbendam

Reageer ook

Nog maximaal tekens

Log in via een van de volgende social media partners om je reactie achter te laten.