Lodewijk Asscher, mininster Sociale Zaken

KNV plaatst kanttekeningen bij Wet Werk en Zekerheid

Minister van Sociale Zaken Asscher stuurde vrijdag de nieuwe Wet Werk en Zekerheid naar de Kamer. Verschillende organisaties aan werkgeverszijde zijn tevreden met de nieuwe wetgeving die naar hun mening het ontslagrecht versoepelt en de arbeidsmarkt waar nodig flexibiliseert. Voor de vervoerswereld bevat de nieuwe wet echter nog wat open einden, zegt brancheorganisatie KNV.

“Wie de meegestuurde adviezen van de Raad van State doorneemt, kan tot de conclusie komen dat deze open eindjes in het voordeel van de vervoerssector uitgelegd gaan worden. Dit is echter nog geen uitgemaakte zaak. Na de behandeling van de wet in de Tweede Kamer wordt hierover meer duidelijk”, zegt KNV-woordvoer Hilbert Michel.

Transitievergoedingen

In geval van arbeidsovereenkomsten van in totaal 2 jaar of langer dient een werkgever een transitievergoeding te betalen. Dit is ook het geval wanneer een onderneming een vervoerscontract verliest en als gevolg daarvan een collectieve ontslagprocedure moet starten.

Michel: “Tot dusverre lukte het vaak om een dergelijk traject af te wikkelen zonder dat er een ontslagvergoeding aan te pas komt. In de toekomst moet een ondernemer bij noodzakelijke krimp rekening houden met een extra kostenpost. Afhankelijk van de omvang hiervan zullen sommige bedrijven een dergelijke last niet kunnen dragen waardoor een gang naar de rechter noodzakelijk zal zijn om lagere vergoedingen te bewerkstelligen.”

Opvolgend werkgeverschap

De bepaling dat bij opvolgend werkgeverschap geen transitievergoeding hoeft te worden betaald kan mogelijk een pleister op de wonde zijn. “Het is dan echter wel noodzakelijk dat dit breed geïnterpreteerd mag worden, bijvoorbeeld op zo’n manier dat het personeel van verliezer van een concessie wordt overgenomen door de nieuwe concessiehouder, zonder dat de oude werkgever een transitievergoeding hoeft te betalen”, vindt Michel.

Echter, niet ieder personeelslid kan (om uiteenlopende redenen) mee naar de nieuwe concessiehouder. Voor werkgevers in het beroepspersonenvervoer kan het verliezen van een concessie daarmee dubbel pijnlijk zijn.

Bedrijfseconomische situatie

Het transitievergoedingensysteem lijkt uniform, maar er zijn echter redenen om mogelijk af te wijken, bijvoorbeeld in geval van een slechte bedrijfseconomische situatie van een bedrijf. Ook kan een werknemer bovenop de transitievergoeding een additionele vergoeding claimen.

“De kans is redelijk groot dat hierdoor – en tegenstelling tot wat wordt beoogd – het aantal gerechtelijke procedures zal toenemen”, verwacht Michel. “Dergelijke procedures kunnen lang duren. Het is dus echt maar de vraag of de uitkomst van de algemene rekensom – een gemiddeld ontslag is sneller en goedkoper – voor een individueel bedrijf wel geldt.”

Vast contract

Doordat de ketenbepaling aangepast wordt ontstaat er al na twee jaar een contract voor onbepaalde tijd. Samen met de bepaling dat na 2 jaar of langer een transitievergoeding is verschuldigd bij uitdiensttreding, kan dit ertoe leiden dat werknemers juist helemaal geen vast contract meer krijgen.

De juridische afdeling van KNV acht het niet ondenkbaar dat werkgevers naar creatieve oplossingen gaan zoeken, zoals bijvoorbeeld de volgende: een werknemer krijgt eerst een contract voor de duur van een jaar, gevolgd door een contract voor bepaalde tijd met de lengte van een jaar min één dag. Na afloop van dat tweede contract volgt geen nieuwe overeenkomst meer.

Vervoerscontract

Michel: “Daarmee voorkomt de werkgever dat een transitievergoeding verschuldigd is, en wordt tevens het ontstaan van een contract voor onbepaalde tijd tegengegaan. Aangezien gemiddeld genomen vervoerscontracten langer dan twee jaren duren, is het niet ondenkbaar dat er carrousels ontstaan waarbij geschoven wordt met personeel.”

Auteur: Bart Pals

Reageer ook

Nog maximaal tekens

Log in via een van de volgende social media partners om je reactie achter te laten.