Den Haag CS, sprinter, tram, foto: ProRail/Rob van Esch

Steeds meer woon-werkverkeer; vooral spitsreizigers

Mensen zijn in de afgelopen jaren grotere afstanden gaan afleggen tussen hun werk en hun woonplaats. Dit zijn typische reizigers die gewoonlijk tijdens de spitsuren aan het verkeer deelnemen. Dat blijkt uit een onderzoek van het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) naar de verplaatsingen in Nederland tussen 1995 en 2016. 

Het is opvallend dat met name voor woon-werkverkeer steeds grotere afstanden afgelegd worden. Vaak zijn mensen namelijk bereid om te verhuizen voor hun baan of studie. Er is ook gekeken naar de dagelijkse verplaatsingen voor bijvoorbeeld winkelen of recreatieve doeleinden en daarvoor wordt nauwelijks verder gereisd dan enkele decennia geleden.

Betere bereikbaarheid

Dat mensen meer zijn gaan reizen, suggereert dat mensen tegenwoordig niet willen of niet kunnen verhuizen. Een verklaring is dan ook dat de woningmarkt een verhuizing niet mogelijk maakt. Dat kan zijn gekomen door de financiële crisis en vooral momenteel door een tekort aan betaalbare woningen en ook een tekort aan studentenhuisvesting in steden.

Een andere mogelijk optie is dat de bereikbaarheid van Nederland beter is geworden. Dat is mogelijk te verklaren door betere vervoersmogelijkheden en locaties van wonen en werken die nu gunstiger liggen, maar het kan ook komen door een grotere reisbereidheid. Tegelijkertijd stelt het bureau dat er een trend gaande kan zijn waarbij geschikte banen juist uit de eigen stad verdwijnen en langer reizen onoverkomelijk is.

Afstanden

Gemiddeld gezien leggen mensen 19,0 kilometer af naar hun werk. Dat was tot een aantal jaar geleden nog 14,6 kilometer. Bovendien pendelt 1 op de 3 werkenden tussen verschillende steden op en neer, een toename van 5 procent. In het OV is al langer bekend dat reizigers dagelijks gemiddeld zo’n twintig tot dertig kilometer afleggen. Bijvoorbeeld Rover pleit daarom voor verbeteringen op die afstanden.

Daarbij moet de kanttekening worden geplaatst dat er verschil in opleidingsniveau en geslacht op te merken is. Met name hoogopgeleide mannen reizen veel en dan met name naar andere regio’s. Steeds meer mensen pendelen van Utrecht en Den Haag naar Amsterdam en ook de pendelstromen vanuit Noord-Brabant en vanuit Gelderland (Arnhem, Nijmegen, Ede) richting de Randstad zijn sterk gegroeid.

Laagopgeleiden lijken beduidend minder lange afstanden af te leggen voor hun werk en een kwart van hen heeft een baan in een andere stad. Dit verschil in pendelverkeer tussen hoog- en laagopgeleiden wordt steeds groter. Verder valt het PBL op dat mannen verder pendelen dan vrouwen, en fulltimers verder dan parttimers.

Interstedelijk verkeer

Het PBL heeft zich ook gebogen over de vraag of een pendel tussen steden gestimuleerd moet worden. Nadelen daarvan zijn namelijk meer files, de noodzaak voor nieuwe OV-verbindingen die geld kosten en waarschijnlijk meer uitstoot. Aan de andere kant kan de economie hier baat bij hebben.

Als de overheid dit extra verkeer wil faciliteren, moet het in ieder geval werken aan een integraal bereikbaarheidsbeleid, vindt PBL. Het is niet voldoende om meer infrastructuur te realiseren of meer aanbod, want ook ruimtelijke maatregelen moeten gerealiseerd worden. Het gaat dan bijvoorbeeld over de ontwikkeling van goed bereikbare knooppunten.

Voor een besluit om deze pendel wel of juist niet te stimuleren, moeten overheden wel in overweging nemen dat van de stimulans van zo’n pendel vooral hoogopgeleide mensen profiteren. “Als beleid ook de aansluiting op de arbeidsmarkt voor lager opgeleiden wil verbeteren, door het gebied te vergroten waarbinnen deze groep werk kan vinden, lijkt er meer lokaal maatwerk nodig.”

Auteur: Inge Jacobs

Inge Jacobs is vaste redacteur van OVPro en schrijft voor verschillende andere vakbladen van ProMedia Group.

Reageer ook

Nog maximaal tekens

Log in via een van de volgende social media partners om je reactie achter te laten.