Nieuwe Wet Werk en Zekerheid verandert weinig voor OV-sector

De plannen voor de nieuwe Wet Werk en Zekerheid brengen weinig veranderingen met zich mee voor de OV-sector. Met het pakket aan maatregelen, uitgewerkt in de nieuwe Wet Werk en Zekerheid, wil het kabinet oneigenlijk gebruik van flexcontracten op de arbeidsmarkt terugdringen. Dat betekent dat werknemers na twee jaar een vast contract krijgen, er geen lange 0-urencontracten zijn toegestaan en dat er standaard een maand opzegtermijn is. Bestuurder Veronika Teunissen van FNV Bondgenoten: “In de CAO voor het streekvervoer staat bijvoorbeeld al vastgelegd dat een medewerker na een jaar, mits daar ruimte voor is, een vaste baan krijgt aangeboden. Ook voor andere bedrijven in de OV-sector zullen de voorgestelde maatregelen geen grote impact hebben.”

In de Tweede Kamer bleek woensdag en donderdag een meerderheid voorstander te zijn van de plannen voor de nieuwe Wet Werk en Zekerheid. Dinsdag volgt waarschijnlijk de definitieve goedkeuring. Een aantal wijzigingen gaat al gelden vanaf 1 juli dit jaar.

Momenteel mogen bedrijven nog drie jaar lang een werknemer laten werken op een tijdelijk dienstverband. Die termijn wordt teruggeschroefd naar twee jaar. Het aantal tijdelijke contracten dat een werkgever mag aanbieden blijft wel hetzelfde, namelijk drie. Deze wetswijziging wordt overigens pas een jaar later van kracht, op 1 juli 2015. Dit omdat de vrees bestaat dat de huidige financiële tegenwind er voor zorgt dat werknemers door die maatregel eerder ontslagen worden, terwijl de nieuwe regels juist zijn bedoeld om de positie van werknemers te versterken.

Dienstverband

Het terugschroeven van drie naar twee jaar geldt ook voor dienstverbanden die van start zijn gegaan vóór de invoering van de nieuwe wetten. Met andere woorden, als bijvoorbeeld het tweede jaarcontract van een werknemer afloopt op 1 augustus 2015 mag hem al geen derde jaarcontract meer worden aangeboden.

Ook mag een medewerker wiens contract niet is verlengd, pas na zes maanden weer in dienst worden genomen. Dat is nu nog drie maanden. Daarnaast wordt het langdurige gebruik van 0-urencontracten aan banden gelegd.

Contract

In de nieuwe Wet Werk en Zekerheid staat ook een voorstel om in een contract van zes maanden of korter geen proefperiode meer toe te staan en mag geen concurrentiebeding meer worden opgenomen in tijdelijke contracten. Voor deze laatste bepaling kan een uitzondering worden gemaakt, al moet de werkgever aantonen dat een concurrentiebeding echt noodzakelijk is.

Daarnaast moet een werkgever volgens de nieuwe voorstellen één maand voor het einde van een contract duidelijkheid bieden over eventuele verlenging. Doet hij dit niet, dan dient hij een vergoeding betalen die gelijk staat aan het loon over de periode dat hij te laat was. Dus als een werkgever drie weken te laat is met het melden dat een tijdelijk contract niet wordt verlengd, moet hij na afloop van het contract nog drie weken loon betalen aan de werknemer.

Ontslag

Nieuw in de wet is ook dat werkgevers niet meer zelf mogen kiezen of ze werknemers via de kantonrechter of via uitkeringsinstantie UWV ontslaan. Die mogelijkheid leidt onder meer tot ongelijke behandeling van gelijke gevallen, vindt het kabinet. Dit omdat nu de ene werknemer een gouden handdruk krijgt, terwijl de andere zonder vergoeding wordt ontslagen. Als de wet definitief wordt goedgekeurd, loopt ontslag om bedrijfseconomische redenen via het UWV en ontslag om persoonlijke redenen via de kantonrechter.

Voorts krijgen alle werknemers, ook de flexwerkers, na een arbeidsovereenkomst van ten minste twee jaar recht op een vergoeding. De hoogte van het bedrag is afhankelijk van de duur van het dienstverband. Voor elk dienstjaar krijgt een medewerker een derde van zijn maandsalaris. Als een werknemer langer dan tien jaar in dienst is geweest, geldt vanaf het elfde jaar een half maandsalaris per dienstjaar.

Vergoeding

Het geld kan worden gebruikt voor scholing en moet het voor werknemers makkelijker maken over te stappen naar een andere baan of beroep. Voor deze zogeheten transitievergoeding geldt een maximum van 75.000 euro. Voor kleine ondernemingen, tot 25 medewerkers, komt waarschijnlijk een overgangsregeling. Onder meer VVD en PvdA vrezen dat kleine ondernemers de ontslagvergoedingen niet kunnen ophoesten. Door de overgangsregeling hoeven bijvoorbeeld veel tankstations pas vanaf 2020 transitievergoedingen te betalen. Voor bedrijven die meer dan 25 werknemers hebben, gelden de nieuwe regels voor de ontslagvergoeding vanaf 1 juli volgend jaar.

Bovenstaande maatregelen vloeien voort uit het Sociaal Akkoord dat het kabinet in april vorig jaar afsloot met vakbonden en werkgeversorganisaties. In het najaar bereikte kabinetspartijen VVD en PvdA overeenstemming met oppositiepartijen D66, ChristenUnie en SGP over de plannen. Hierdoor is er ook in de Eerste Kamer een meerderheid.

Evaluatie

De Tweede Kamer praat dinsdag over de hervormingen in de arbeidsmarkt. De verwachting is dat een meerderheid van de parlementsleden haar goedkeuring geeft. Als er daadwerkelijk een parlementair fiat komt, wordt een aantal maatregelen van kracht vanaf 1 juli dit jaar, met uitzondering van de regel die de duur van tijdelijke contracten beperkt en de transitievergoeding voor bedrijven met meer dan 25 medewerkers. In 2018 volgt een evaluatie van alle nieuwe regels in de Wet Werk en Zekerheid.

Tom van Gurp

Auteur: Marieke van Gompel

Marieke van Gompel is redacteur van OVPro en hoofdredacteur van de online vakbladen van ProMedia Group.

Reageer ook

Nog maximaal tekens

Log in via een van de volgende social media partners om je reactie achter te laten.