Directeur Manu Lageirse, Veolia, rechtbank Maastricht

‘Regionale vervoerders kansloos bij aanbesteding in Limburg’

Een waaier van problemen. Zo beschreef advocaat Frederik van Nouhuys van Veolia donderdag het aanbestedingsproces van het openbaar vervoer in Limburg. Veolia en de provincie stonden voor de rechtbank in Maastricht tegenover elkaar, in een kort geding dat door Veolia is aangespannen. Volgens Veolia is er de Limburgse aanbesteding geen level playing field doordat de NS voordelen heeft ten opzichte van de andere vervoerders. ”Openbaar aanbesteden betekent dat er een objectief en transparant proces plaatsvindt. Vervoerders dienen een normale kans te krijgen op het winnen van een aanbesteding. Maar Veolia, Syntus en Arriva schatten zichzelf bij voorbaat al kansloos ten opzicht van NS en haar dochters”, zo pleitte hij.

Volgens Veolia zijn er drie mogelijke alternatieven om het aanbestedingsproces eerlijk te laten verlopen. De eerste is om NS helemaal uit te sluiten van de inschrijving op de concessie. Een tweede oplossing zou volgens de vervoerder zijn om de gedecentraliseerde stoptreinverbindingen Roermond – Maastricht en Sittard – Heerlen uit de OV-concessie te halen en apart aan te besteden. Deze treindiensten worden op dit moment door NS gereden en nu voor het eerst openbaar aanbesteed.

”Daarbij zou de provincie voorschriften kunnen formuleren die ervoor zorgen dat de aansluitingen met andere modaliteiten goed zijn”, aldus Van Nouhuys. De derde mogelijkheid is dat de provincie ervoor zorgt dat er sprake is van een level playing field in deze OV-concessie. Maar dit vergt tijd en kan volgens Veolia niet in zo’n kort tijdsbestek geregeld worden.

Machtspositie

De provincie zegt in haar verweer dat de eisen die gesteld zijn in het belang van de reiziger zijn en voor iedereen gelijk zijn. Advocaat Mark Birnage van de provincie Limburg: ”Voor uitsluiting van de NS bij deze aanbesteding bestaat geen grond. Veolia wil primair dat NS wordt uitgesloten. Een vordering tot uitsluiting gaat heel ver. De provincie hoeft niet vast te stellen of de NS een machtspositie heeft en daarvan misbruik maakt.

”

Daarnaast stelt de provincie er juist voor te hebben gekozen om het gehele OV in één keer aan te besteden zodat alle modaliteiten naadloos op elkaar aansluiten. ”Veolia heeft juist het visgraatmodel geïntroduceerd in deze regio. Als je de regionale lijnen eruit haalt dan kies je voor een suboptimale oplossing. De provincie kiest er juist voor om de reiziger centraal te stellen”, aldus Birnage. Volgens Veolia hoeft het apart aanbesteden van deze spoorlijnen geen invloed te hebben op de aansluitingen, omdat hiervoor aanvullende eisen in het bestek kunnen worden opgenomen.

Spoorlijnen

Volgens de provincie is het niet haar taak om vast te stellen of NS een machtspositie heeft en daarvan misbruik maakt. “Dit is een ingewikkeld onderzoek en dit is niet iets wat de provincie kan en mag doen. Eerder onderzoek van Ecorys heeft daarnaast uitgewezen dat de regionale vervoerders misbruik van de machtspositie door de NS onvoldoende hebben aangetoond”, stelt de advocaat van de provincie. Ook zijn er volgens de advocaat van de provincie onvoldoende gronden om de twee spoorlijnen uit de concessie te halen en om de aanbestedingsprocedure te staken.

Deze week werd bekend dat de Autoriteit Consument en Markt (ACM) een onderzoek is gestart naar mogelijk machtsmisbruik van NS in de Limburgse OV-concessie. Dat doet de waakhond naar aanleiding van een klacht die Veolia indiende. Veolia wil dat de provincie wacht met de aanbesteding totdat ACM uitspraak heeft gedaan. Birnage: ”Het feit dat Veolia de klacht onlangs heeft ingediend, betekent niet dat de provincie hierop moet wachten. Het is opvallend dat Veolia de implementatieperiode van de aanbesteding te kort vindt, terwijl ze tegelijkertijd om uitstel van de aanbesteding vraagt.”

Level playing field

NS maakt zich volgens Veolia schuldig aan drie schendingen van het level playing field. Zo zou de provincie de vraagstelling in het bestek zo hebben geformuleerd dat NS voordelen heeft ten opzicht van haar concurrenten. Dat zou zij onder meer hebben gedaan door al het openbaar vervoer, inclusief de gedecentraliseerde spoorlijnen, in een grote OV-concessie aan te besteden.

Een bottleneck voor de regionale vervoerders is daarbij de aanschaf van het materieel. De NS-treinen op de spoorlijnen Roermond – Maastricht en Sittard – Heerlen zijn aan het einde van hun levensduur. Een van de eisen die de provincie in het bestek stelt is dat er vanaf het begin van de concessie met treinen wordt gereden die niet eerder gebouwd zijn dan in het jaar 2000. Het is voor de regionale vervoerders, anders dan voor de NS met haar grote wagenpark, moeilijk om op korte termijn aan treinen te komen. Een verzoek van Veolia om bij de opstart van de concessie tijdelijk in NS-treinen te mogen rijden, zou zijn afgewezen.

Materieel

Van Nouhuys: ”De provincie had in het vaststellen van het bestek ook keuzes kunnen maken die het level playing field niet verstoren. Bijvoorbeeld door zelf het materieel aan te schaffen. Maar dat doet ze niet en ze eist dat vanaf dag één al het materieel geregeld moet zijn”, aldus de advocaat. 

”De vormgeving van de concessie moet non-discriminatoir zijn en objectief, maar de provincie onttrekt zich hier van alle verantwoordelijkheid. De aanbesteder kiest er bewust voor om het bestek zo te formuleren dat andere partijen een inherente achterstand hebben”, zo vervolgt hij.

Een tweede schending van het level playing field is volgens Veolia dat de provincie geen rekening heeft gehouden met een aantal voorzieningen die in handen zijn van NS zoals de servicepunten op stations, de kaartautomaten en assistentie van gehandicapten. Doordat de regionale vervoerders hiervoor van NS afhankelijk zijn, hebben zij een achterstand te opzichte van het nationale spoorbedrijf. Van Nouhuys: ”De provincie gaat ervan uit dat dit eerlijk gebeurt, maar ze had ook zelf servicepunten kunnen regelen.”

Reizigersinkomsten

De provincie ziet de aanwezigheid van de servicepunten niet als een extra voordeel voor de NS. De regionale vervoerder staat volgens de provincie ook vrij om een servicepunt buiten het station te openen, maar ze is niet van plan om dit voor de vervoerder te regelen. Ook ziet de provincie het niet als een van haar taken om rollend materieel aan te schaffen.

Het derde punt is dat NS niet de juiste informatie over de spoorlijnen die worden gedecentraliseerd verstrekt, zoals de reizigersinkomsten. Daardoor zou het niet mogelijk zijn voor de concurrentie om een goede business case te maken. ”NS heeft wezenlijke informatie nog steeds niet aangeleverd”, aldus Van Nouhuys. 

De advocaat van de provincie stelt dat dit wel het geval is.

De voorzieningenrechter doet op 16 oktober uitspraak in deze zaak.

Marieke van Gompel

Auteur: Marieke van Gompel

Marieke van Gompel is redacteur van OVPro en hoofdredacteur van de online vakbladen van ProMedia Group.

Reageer ook

Nog maximaal tekens

Log in via een van de volgende social media partners om je reactie achter te laten.