‘Beleidsmakers moeten meer doen om vervoersongelijkheid te bestrijden’

Bushalte bedrijventerrein Minervum in Breda Foto: Yvonne

Naarmate de verstedelijking toeneemt groeit ook de vervoersongelijkheid tussen verschillende groepen mensen. De kloof is al groot en dreigt zonder maatregelen alleen nog maar groter te worden, waarschuwt Hans Voerknecht, oprichter van ‘Een nieuwe kijk’, een adviesbureau op het gebied van mobiliteit. Oplossingen zijn niet zo simpel als ze lijken. “Je redt het niet met een bus een half uur eerder laten rijden.”

Voerknecht sprak zijn waarschuwende woorden als een van de deelnemers vorige week aan de jaarlijkse TransiRede van kennisnetwerk Railforum met als thema dit jaar: Brede welvaart vraagt bredere kijk dan openbaar vervoer.

Uitgangspunt van beleidsmakers zou moeten zijn dat iedereen om zich te kunnen ontplooien “een acceptabel niveau van bereikbaarheid heeft”, stelt Voerknecht. Nu is dat bij lange na niet het geval, ziet hij in de praktijk. Veel banen liggen op afgelegen plekken en zijn daardoor alleen bereikbaar voor mensen met een auto. Voor mensen aan de onderkant van de samenleving zijn de aanschafkosten of de maandelijkse kosten al gauw te hoog. Dat is zeker geen “links verhaal”, betoogt Voerknecht, want die bevindingen blijken ook uit onderzoek en worden bevestigd in gesprekken die hij onder meer heeft met wethouders. “Bereikbaarheidsarmoede heeft een enorm effect op het functioneren van de maatschappij.”

Focus op bereikbaarheid in plaats van mobiliteit

Volgens Voerknecht zouden beleidsmakers daarom niet moeten focussen op mobiliteit, maar op bereikbaarheid. Het kan helpen om daar berekeningen op loslaten, zoals hij zelf ooit deed in een opdracht voor de Metropoolregio Amsterdam. Daarin ging hij na hoeveel arbeidsplaatsen mensen uit verschillende buurten en inkomensklasses binnen hun bereik hebben. Uit die rekensom bleek dat de ongelijkheid in Almere groot was, wat uit te drukken valt in een vervoersongelijkheidscoëfficient. Mensen met een hoog inkomen hebben tien keer zo veel banen binnen hun bereik dan mensen een laag inkomen. In Amsterdam is het beeld gunstiger voor mensen met een laag inkomen, omdat in die stad veel banen ook met de fiets of betaalbaar met het OV bereikbaar zijn. De vervoersongelijkheidcoëfficient is daar dus een stuk lager.

Voerknecht vreest dat de kloof tussen deze twee groepen alleen maar toeneemt met de opmars van de elektrische auto. “De aanschafkosten zijn hoog en dus weggelegd voor mensen met een hoger inkomen. Maar als je er eenmaal één voor de deur hebt, rijd je er gratis in.” Met een kilometerheffing vergroot je het probleem nog eens, voorziet hij. “De middellage inkomens kunnen zich nog geen elektrische auto’s veroorloven. Met hun fossiele auto betalen ze dubbel: én voor de brandstof én voor de kilometerheffing.”

Mismatch

Later verfijnde Voerknecht zijn berekeningen. Aanvankelijk had hij geen rekening gehouden met de locatie van bepaalde banen, terwijl dat wel een essentiële factor is. Het maakt immers verschil of je ergens in op een afgelegen bedrijventerrein of in de havens werkt of in het centrum van een stad. Voor de provincie Noord-Brabant was hij in staat om dat aspect met de juiste datasets mee te nemen in onderzoek. “Je zag daar dat we vooral goed zorgen voor mensen die al een prima bereikbaarheid hebben, met een hoog inkomen. Hun kantoren zijn met goede OV-voorzieningen goed bereikbaar. Maar eigenlijk zorgt het OV niet voor mensen met een laag inkomen. Die mismatch tussen het ‘daily urban system’ en de arbeidsmarkt is overal in Nederland enorm.”

Dat is ook de makke van veel mobiliteitstransities, vindt Voerknecht. Ze zijn gericht op mensen met een hoog inkomen.

Op dit moment voert hij een opdracht uit in de regio rondom Breda en Tilburg, waar het beeld niet veel anders is. “Om te zorgen dat mensen voldoende ontplooiingsmogelijkheden hebben is een immense OV-slag nodig, want als we in dezelfde mate als nu met de auto blijven rijden, loopt het complete vervoerssysteem vast. Alleen voor Tilburg zal het OV-aandeel van 2 naar 15 procent moeten stijgen. Dat is een immense opgave.”

Sociale impact

In modellen rekende Voerknecht voor onder meer voor Tilburg door dat als je het OV twee keer zo snel en twee keer zo goedkoop maakt de bereikbaarheid van het aantal arbeidsplaatsen fors stijgt. Regelen dat mensen met een laag inkomen hun werkplek op een makkelijke en betaalbare manier kunnen bereiken heeft in zijn ogen een grote sociale impact.

De afgelopen decennia is de vervoersongelijkheid steeds meer gestegen en zonder maatregelen zet die ontwikkeling zich alleen maar verder door, verwacht Voerknecht. De gevolgen zijn ingrijpend. “Mensen met een hoge opleiding hebben een arbeidsparticipatie van tegen de 90 procent, mensen met een laag inkomen van vijftig tot zestig procent. Daar is echt een kloof te dichten.”

Pasklare oplossingen heeft Voerknecht ook niet voorhanden, want vaak is een situatie best complex, zo ziet hij ook in Breda en Tilburg. Hij is bovendien geen voorstander van al te snel maar wat bedenken. Het begint volgens hem met bewustwording. “We zullen op een heel andere manier moeten nadenken over bereikbaarheid en perifere arbeidsplaatsen.”

U las zojuist één van de gratis premium artikelen

Onbeperkt lezen? Maak gebruik van de exclusieve jaaraanbieding: € 7,50 i.p.v. € 10,50. 

Bekijk de aanbieding

Auteur: Yvonne Ton

Yvonne Ton is freelance journalist voor de online vakbladen van ProMedia Group.

1 reactie op “‘Beleidsmakers moeten meer doen om vervoersongelijkheid te bestrijden’”

asierts|22.03.22|21:53

@ auteur & redactie : ik citeer: “ Voerknecht vreest de kloof tussen deze twee groepen alleen maar toeneemt met de opmars van de elektrische auto”.
Hint: voeg toch maar na het 2e woord (en voor het derde) het woord ‘dat’ toe.
Kennelijk is fatsoenlijk schrijven en dito eindredactie ook al niet meer haalbaar tegenwoordig.

Reageer ook

Nog maximaal tekens

Log in via een van de volgende social media partners om je reactie achter te laten.