Tramlijn 13, GVB, tram

Bijna-ongelukken leveren stress op voor trambestuurders

De Amsterdamse stadsvervoerder GVB denkt erover na een campagne te beginnen om voetgangers, fietsers en andere weggebruikers attent te maken op tramverkeer. Per jaar vinden zo’n 287 aanrijdingen plaats en dagelijks gebeuren er bijna-ongelukken. Volgens de vervoerder levert dit veel stress op voor de bestuurders, al zijn die getraind in het anticiperen op onverwachte gebeurtenissen.

Het gaat bij aanrijdingen niet alleen om toeristen die onbekend zijn met het Amsterdamse verkeer en de verkeersregels, maar ook om bewoners van de stad, die zo bekend zijn met het verkeer dat ze soms onnodig veel risico nemen. Dat zegt woordvoerder Mireille Muller namens het GVB. “Amsterdammers nemen risico door plots over te steken of te keren, of met oordopjes en koptelefoons te fietsen. Ze zouden meer stil moeten staan bij wat een tram of grote gelede bus wel en niet kan. Amsterdam is een drukke stad, en de drukte neemt alleen maar toe.”

Kruispunten analyseren

Volgens Muller kunnen andere weggebruikers niet van de GVB-bestuurders verwachten dat ze alles zien, al worden de bestuurders permanent getraind, bijvoorbeeld door gevaarlijke kruispunten te analyseren, “Wij verwachten van andere verkeersdeelnemers wel dezelfde oplettendheid. Een effectieve manier om mensen te overtuigen is als ze eens een keertje voorin de tram meerijden. Dan zien ze het door de ogen van de bestuurder.”

Er wordt in de statistieken overigens geen rekening gehouden met de ernst van de aanrijding. Botsingen met andere verkeersdeelnemers komen er in, maar ook een aanrijding met een scheefgezakt verkeersbord of een tram die de zijspiegel van een te veel naar links voorsorterende auto eraf rijdt. De GVB telt de aanrijdingen overigens per miljoen reizigerskilometers. Dat relativeert nogal: in 2014 ging het om 2,09 aanrijdingen per miljoen reizigerskilometers, in de eerste helft van 2015 om 1,95. Hoewel dat laatste getal hoog lijkt uit te vallen, is er al jaren sprake van een dalende trend.

Voetgangersgebied

In Rotterdam haalde vorig jaar nog een botsing met drie trams het nieuws, maar dat was ‘echt uitzonderlijk’, volgens Frouke Albers van stadsvervoerder RET. De cijfers daar zijn vergelijkbaar met die van Amsterdam. “Aanrijdingen komen gelukkig weinig voor, maar we trainen de bestuurders dan ook intensief. Bovendien zijn er drukke punten waarvan alle bestuurders weten dat het opletten geblazen is, zoals voetgangersgebieden als de Van Oldenbarneveltplaats.” Dergelijke gevaarlijke plekken krijgen bij de training extra aandacht van de RET.

Voorlichting vindt het hele jaar plaats, niet alleen over verkeersveiligheid, maar ook sociale veiligheid. “We leren kinderen en jongeren dat ze niet snel onder een spoorboom moeten rennen, maar ook wijzen we ze op de ernst van vandalisme en geweld tegen RET-personeel. Graffitispuiters willen ’s nachts nog wel eens een metrotunnel induiken. Daar wijzen we ook expliciet op: als er dan een metro aankomt kun je geen kant op.”

Brugklassers

In Den Haag zijn toeristen en brutale stadsgenoten een veel minder grote risicofactor, zegt woordvoerder José Hoonhout van stadsvervoerder HTM. “De tram heeft in Den Haag veel meer ruimte en rijdt vaker op vrije banen zonder al het andere verkeer.” In de hofstad zijn het vooral kinderen en jongeren die gevaar opleveren. “Denk aan brugklassers, jongeren die voor het eerst dagelijks met de fiets een langere afstand afleggen. Vaak met een koptelefoon op het hoofd of naar hun telefoon kijkend.”

Voorlichtingscampagnes richten zich in Den Haag net als in Rotterdam dan ook met name op schoolgaande jeugd. Trampersoneel gaat de basisscholen en brugklassen af om kinderen te wijzen op de gevaren van onoplettend gedrag in het verkeer.

Defensief rijden

Maar Haagse trambestuurders worden ook intensief getraind in defensief rijden, zegt Hoonhout. “Het is echt vakmanschap, je moet heel bewust vooruitdenken en enorm anticiperen. Wat meespeelt, is dat veel weggebruikers niet doorhebben dat een tram een langere remweg heeft dan een auto. We leren onze bestuurders daarmee rekening te houden.”

Nieuwe trams, zoals de Avenio-modellen die momenteel in Den Haag worden getest, zijn in hun ontwerp stukken veiliger dan modellen van twintig of dertig jaar oud. “Dit zijn trams met hele lage vloeren. Bij een aanrijding heeft dat als resultaat dat je minder snel iemand onder de wielen krijgt. Ook de beplating van de trams zijn op de meest botsinggevoelige plekken van zachter materiaal. Bovendien hebben deze trams een afgeschermde cabine, zodat de bestuurder zich gemakkelijker helemaal op het verkeer kan richten.

Reflecterende stickers

Ook in Amsterdam experimenteren ze met de trams zelf. “De laatste maanden hebben we bij wijze van pilot reflecterende stickers op de voorkant van trams geplakt om ze extra zichtbaar te maken voor het andere verkeer”, zegt Mireille Muller.

“We onderzoeken of airbags of zachter materiaal op de kop van de tram een uitkomst zou zijn. Ook zijn we bezig met een proef met een botscamera op de tram om plotseling naderend verkeer nog eerder te detecteren en te remmen.” Een dergelijke techniek zou goed werken op afzonderlijke tram- of busbanen waar verder niemand rijdt, fietst op loopt, maar minder goed in drukke winkelstraten. Muller: “Dan zou je om de haverklap stil staan. Veilig verkeer blijft dus grotendeels mensenwerk en een gezamenlijke verantwoordelijkheid.”

Martijn van Best

Auteur: Redactie

1 reactie op “Bijna-ongelukken leveren stress op voor trambestuurders”

Willem Wever|07.08.15|11:38

Dit juich ik toe. Mensen houden te weinig rekening met de trams waardoor er gevaarlijke situaties kunnen ontstaan.

Reageer ook

Nog maximaal tekens

Log in via een van de volgende social media partners om je reactie achter te laten.