Nachttrein Wenen (foto: NS)

Ambassadeur Wim van de Camp pleit voor meer Europees spoorboekje

De tijd van overleg is voorbij. Om Europese treinverbindingen echt te verbeteren komt het nu aan op daadkracht en actie. Dat is de voornaamste boodschap van oud-parlementariër Wim van de Camp, die Nederland het afgelopen jaar vertegenwoordigde als ambassadeur van Europees Jaar van het Spoor. Eén van de grootste belemmeringen is volgens hem dat landen nog een te nationale visie hebben op internationaal spoor.

Van de Camp overhandigde maandag zijn eindverslag met ervaringen en aanbevelingen aan staatssecretaris Vivianne Heijnen van Infrastructuur en Waterstaat tijdens een congres van Railforum in Den Haag over de toekomst van het spoor.

Eén van de voorbeelden die Van de Camp aanhaalt is de aandacht die onder meer ook in het coalitieakkoord uitgaat naar het aantrekkelijker maken van de trein als alternatief voor het vliegtuig. “Daar moeten we niet te lang over praten, maar het gewoon gaan regelen. Daarnaast moeten we met een Europese blik naar de internationale treinverbindingen kijken en niet met een nationale blik. We moeten de grenzen weg durven te denken. Pas dan ontstaat een echt Europees spoorwegnet.”

Kaartjes kopen nog te ingewikkeld

Hij hekelt het feit dat het nog altijd ingewikkeld is om in Europa tickets te kopen voor internationale treinreizen, terwijl dat voor vliegreizen een stuk makkelijker is. “Nationale vervoerders zijn terughoudend om elkaar of andere partijen toegang te geven tot hun boekingssystemen, waardoor het voor de consument ingewikkeld is om een internationale treinreis te boeken. Dat moet echt anders.” Daar komt nog eens bij dat de spoorsector volgens Van de Camp relatief duur is vergeleken met andere vervoersmodaliteiten.

Hij pleit voor een andere benadering, waarin treinverbindingen tussen de grote Europese steden de basis zouden moeten vormen van alle dienstregelingen in Europa. “Nu worden die verbindingen pas als laatste ingepast in de nationale dienstregelingen waardoor er maar beperkte ruimte voor de internationale lijnen is en de kans op vertragingen toeneemt. Maar als je met de internationale verbindingen begint en daarna de nationale intercity-verbindingen inpast en dan de rest, krijg je een veel aantrekkelijker internationaal aanbod.” Het van de grond krijgen van zo’n meer Europees spoorboekje vraagt waarschijnlijk wel om ingrijpen van de Europese Commissie, vermoedt Van de Camp.

Grensoverschrijdende verbindingen

Positief noemt de spoorambassadeur de hernieuwde aandacht voor nachttreinen, die ertoe heeft geleid dat verdwenen treinverbindingen weer nieuw leven in geblazen zijn. Ook is hij enthousiast over de brede steun voor het idee om voor korte afstanden in Europa niet langer het vliegtuig maar de trein te nemen. En hij roemt innovatieve Nederlandse spoorontwikkelingen, zoals zelfrijdende treinen, waterstoftreinen, batterijtreinen en veiligheidssysteem ERMTS.

Dat de EU – en zeker ook Nederland – sterk inzet op grensoverschrijdend treinverkeer valt eveneens te prijzen. Een belemmering in de ogen van Van de Camp is dat de verschillende overheden nog te nationaal denken en dat de technische systemen te veel uiteenlopen. Daar hebben projecten als Wunderline en de verbinding Aken-Maastricht-Luik onder te lijden. Een probleem is ook dat kleine grensoverschrijdende spoorlijnen veelal niet rendabel zijn. “Met het Commissie-actieplan van december 2021 en de voorgenomen pilots voor verbeterde treindiensten is er op Europees niveau een nieuw momentum ontstaan om de marktontwikkeling te versnellen.”

Initiatieven

Het afgelopen jaar was Van de Camp als Nederlands ambassadeur van het Europees Jaar van het Spoor veel op pad om zich in te zetten voor het spoor. Zo reisde hij met de Klimaattrein naar Glasgow en met de Connecting Europe Express van Bentheim via Amersfoort, Amsterdam, Rotterdam en Roosendaal naar Antwerpen. Hij sprak op verschillende bijeenkomsten over de toekomst van het Europese spoor en lobbyde in Brussel voor internationaal spoorvervoer.

Verbeteringen die in gang zijn gezet om het internationale treinverkeer te bevorderen zijn onder meer het International Rail Passengers Platform, de Nederlandse Actieagenda Trein en Luchtvaart. En Nederland is van plan om zich in te schrijven voor een of meerdere van de vijftien pilots van de Europese Commissie om nieuwe Europese treinverbindingen op te zetten.

Lees ook

U las zojuist één van de gratis premium artikelen

Onbeperkt lezen? Maak gebruik van de exclusieve aanbieding

Bekijk de aanbieding

Auteur: Yvonne Ton

Yvonne Ton is freelance journalist voor de online vakbladen van ProMedia Group.

1 reactie op “Ambassadeur Wim van de Camp pleit voor meer Europees spoorboekje”

Evert Bouws|10.05.22|15:39

Het OV heeft niet alleen internationaal last van grenzen, ook nationaal speelt dit bij grensoverschrijdende verbindingen. Daar heeft het regionale OV veel last van, zeker in een provincie als Utrecht. Ook is er nog altijd een harde grens tussen spoor en stads- en regio-OV. Het klinkt goed, dat Nederland zich wat opener opstelt dan in het verleden, toen het ministerie ervan uitging, dat de markt het maar moet oplossen. Bij OV moet niet alleen vraag maar ook aanbod een rol spelen.

Reageer ook

Nog maximaal tekens

Log in via een van de volgende social media partners om je reactie achter te laten.

Ambassadeur Wim van de Camp pleit voor meer Europees spoorboekje | OVPro.nl
Nachttrein Wenen (foto: NS)

Ambassadeur Wim van de Camp pleit voor meer Europees spoorboekje

De tijd van overleg is voorbij. Om Europese treinverbindingen echt te verbeteren komt het nu aan op daadkracht en actie. Dat is de voornaamste boodschap van oud-parlementariër Wim van de Camp, die Nederland het afgelopen jaar vertegenwoordigde als ambassadeur van Europees Jaar van het Spoor. Eén van de grootste belemmeringen is volgens hem dat landen nog een te nationale visie hebben op internationaal spoor.

Van de Camp overhandigde maandag zijn eindverslag met ervaringen en aanbevelingen aan staatssecretaris Vivianne Heijnen van Infrastructuur en Waterstaat tijdens een congres van Railforum in Den Haag over de toekomst van het spoor.

Eén van de voorbeelden die Van de Camp aanhaalt is de aandacht die onder meer ook in het coalitieakkoord uitgaat naar het aantrekkelijker maken van de trein als alternatief voor het vliegtuig. “Daar moeten we niet te lang over praten, maar het gewoon gaan regelen. Daarnaast moeten we met een Europese blik naar de internationale treinverbindingen kijken en niet met een nationale blik. We moeten de grenzen weg durven te denken. Pas dan ontstaat een echt Europees spoorwegnet.”

Kaartjes kopen nog te ingewikkeld

Hij hekelt het feit dat het nog altijd ingewikkeld is om in Europa tickets te kopen voor internationale treinreizen, terwijl dat voor vliegreizen een stuk makkelijker is. “Nationale vervoerders zijn terughoudend om elkaar of andere partijen toegang te geven tot hun boekingssystemen, waardoor het voor de consument ingewikkeld is om een internationale treinreis te boeken. Dat moet echt anders.” Daar komt nog eens bij dat de spoorsector volgens Van de Camp relatief duur is vergeleken met andere vervoersmodaliteiten.

Hij pleit voor een andere benadering, waarin treinverbindingen tussen de grote Europese steden de basis zouden moeten vormen van alle dienstregelingen in Europa. “Nu worden die verbindingen pas als laatste ingepast in de nationale dienstregelingen waardoor er maar beperkte ruimte voor de internationale lijnen is en de kans op vertragingen toeneemt. Maar als je met de internationale verbindingen begint en daarna de nationale intercity-verbindingen inpast en dan de rest, krijg je een veel aantrekkelijker internationaal aanbod.” Het van de grond krijgen van zo’n meer Europees spoorboekje vraagt waarschijnlijk wel om ingrijpen van de Europese Commissie, vermoedt Van de Camp.

Grensoverschrijdende verbindingen

Positief noemt de spoorambassadeur de hernieuwde aandacht voor nachttreinen, die ertoe heeft geleid dat verdwenen treinverbindingen weer nieuw leven in geblazen zijn. Ook is hij enthousiast over de brede steun voor het idee om voor korte afstanden in Europa niet langer het vliegtuig maar de trein te nemen. En hij roemt innovatieve Nederlandse spoorontwikkelingen, zoals zelfrijdende treinen, waterstoftreinen, batterijtreinen en veiligheidssysteem ERMTS.

Dat de EU – en zeker ook Nederland – sterk inzet op grensoverschrijdend treinverkeer valt eveneens te prijzen. Een belemmering in de ogen van Van de Camp is dat de verschillende overheden nog te nationaal denken en dat de technische systemen te veel uiteenlopen. Daar hebben projecten als Wunderline en de verbinding Aken-Maastricht-Luik onder te lijden. Een probleem is ook dat kleine grensoverschrijdende spoorlijnen veelal niet rendabel zijn. “Met het Commissie-actieplan van december 2021 en de voorgenomen pilots voor verbeterde treindiensten is er op Europees niveau een nieuw momentum ontstaan om de marktontwikkeling te versnellen.”

Initiatieven

Het afgelopen jaar was Van de Camp als Nederlands ambassadeur van het Europees Jaar van het Spoor veel op pad om zich in te zetten voor het spoor. Zo reisde hij met de Klimaattrein naar Glasgow en met de Connecting Europe Express van Bentheim via Amersfoort, Amsterdam, Rotterdam en Roosendaal naar Antwerpen. Hij sprak op verschillende bijeenkomsten over de toekomst van het Europese spoor en lobbyde in Brussel voor internationaal spoorvervoer.

Verbeteringen die in gang zijn gezet om het internationale treinverkeer te bevorderen zijn onder meer het International Rail Passengers Platform, de Nederlandse Actieagenda Trein en Luchtvaart. En Nederland is van plan om zich in te schrijven voor een of meerdere van de vijftien pilots van de Europese Commissie om nieuwe Europese treinverbindingen op te zetten.

Lees ook

U las zojuist één van de gratis premium artikelen

Onbeperkt lezen? Maak gebruik van de exclusieve aanbieding

Bekijk de aanbieding

Auteur: Yvonne Ton

Yvonne Ton is freelance journalist voor de online vakbladen van ProMedia Group.

1 reactie op “Ambassadeur Wim van de Camp pleit voor meer Europees spoorboekje”

Evert Bouws|10.05.22|15:39

Het OV heeft niet alleen internationaal last van grenzen, ook nationaal speelt dit bij grensoverschrijdende verbindingen. Daar heeft het regionale OV veel last van, zeker in een provincie als Utrecht. Ook is er nog altijd een harde grens tussen spoor en stads- en regio-OV. Het klinkt goed, dat Nederland zich wat opener opstelt dan in het verleden, toen het ministerie ervan uitging, dat de markt het maar moet oplossen. Bij OV moet niet alleen vraag maar ook aanbod een rol spelen.

Reageer ook

Nog maximaal tekens

Log in via een van de volgende social media partners om je reactie achter te laten.