Pantograaf elektrische bus (foto: Arriva)

‘Corona vertraagt opmars zero emissie-bussen, inhaalslag na 2022’

De instroom van zero emissie-bussen wordt de komende twee jaar afgeremd door de coronacrisis. De vertraagde opmars is te wijten aan uitgestelde aanbestedingen van nieuwe concessies en uitstel van nieuwe investeringen. Van afstel zal desondanks geen sprake zijn: na 2022 volgt vermoedelijk een inhaalslag en dat kan ‘een serieuze uitdaging’ zijn voor busfabrikanten. Dat concludeert het ING Economisch Bureau na onderzoek naar elektrificatie van het OV in Europa.

Door de coronamaatregelen zijn de reizigersaantallen dit jaar fors afgenomen en wordt een structurele verandering van reisgedrag verwacht. Het OV-gebruik ligt vermoedelijk op zijn vroegst pas in 2025 weer op het oude niveau. “De huidige omstandigheden maken het inschrijven op aanbestedingen risicovol voor OV-bedrijven. De instroom van nieuwe bussen in de komende twee jaar wordt hierdoor afgeremd”, aldus ING. Zo is om die reden in de concessies Rijn-Waal, Fryslân en Zaanstreek-Waterland gekozen voor een overbruggingsconcessie.

Dit jaar al invloed

Het Nederlandse OV is nog altijd Europees koploper als het gaat om zero emissie. Begin dit jaar was 15 procent van de busvloot uitstootvrij; tegenover een geschatte 4 tot 5 procent in heel Europa. ING verwacht dat eind dit jaar 22 procent van de bussen in Nederland zonder uitstoot rondrijden. Dat is minder dan de 27 procent die de bank voorzag voor de corona-uitbraak.

De afgeremde groei beperkt zich niet tot Nederland. In heel Europa ligt de instroom van zero emissie-bussen dit jaar tot nu toe op 4.000. Dat is een beperkte groei ten opzichte van 2019, toen in totaal 3.500 nieuwe uitstootvrije bussen de weg op gingen. “Dit toont aan dat COVID-19 al invloed heeft op de transitie en het lijdt geen twijfel dat deze trend zich in 2021 zal voortzetten”, is de conclusie van ING.

(Tekst gaat verder onder de afbeelding)

Elektrificatie busvloot (bron: ING)

Golf aan nieuwe orders

De vertraagde instroom zal zorgen voor een terugval van orders bij busfabrikanten. Daarmee staan zij een uitdaging te wachten, omdat de duurzaamheidsdoelstellingen onverminderd groot blijven. ING verwacht om die reden eind 2022 een golf aan nieuwe orders. “Voor fabrikanten betekent dit dat ze een onzekere periode met minder orders moeten doorkomen, maar tegelijkertijd de productiecapaciteit en innovatiekracht op peil moeten houden.”

Steun onvermijdelijk

Ook in Nederland blijft de doelstelling uit het bestuursakkoord overeind: vanaf 2025 louter instroom van uitstootvrije bussen en een emissievrije vloot in 2023. Tegelijkertijd zijn vervoerders genoodzaakt bezuinigingen door te voeren om volgend jaar zwarte cijfers te kunnen schrijven, en is er nog geen duidelijkheid over de beschikbaarheidsvergoeding in het tweede halfjaar van 2021.

Om de ambities waar te maken, is volgens ING om te beginnen een rol weggelegd voor concessieverleners. “Om de stijgende lijn van elektrificatie vast te houden, lijkt extra ondersteuning voor investerende OV-bedrijven onvermijdelijk.” De Vervoerregio Amsterdam nam op dit vlak onlangs het voortouw door 235 miljoen euro extra vrij te maken voor investeringen. Een groot deel daarvan is bestemd voor de transitie naar emissievrij busvervoer.

Volledige transitie

In de nieuwste versie van de ‘Roadmap to 2030’, afgelopen zomer, schreef samenwerkingsverband DOVA al dat de coronacrisis geen excuus mag zijn op weg naar duurzaamheid. Juist de coronacrisis zou doen beseffen dat de doelstellingen niet worden gehaald als volledige transitie uitblijft. Ook voor de pandemie was namelijk al het punt aangebroken dat wachten op concessiewisselingen niet meer afdoende is.

Lees ook:

Auteur: Dylan Metselaar

Reageer ook

Nog maximaal tekens

Log in via een van de volgende social media partners om je reactie achter te laten.