Intercity Rotterdam CS

Zakelijke reiziger denkt aan terugkeer in het OV

Veel zakelijke reizigers die het openbaar vervoer nu nog links laten liggen of voornamelijk de auto pakken, zullen terugkeren in het OV. De reisfrequentie zal over een jaar nog wel veel lager liggen dan voor corona, omdat thuiswerken een blijvertje is. Dat blijkt uit het Nationaal Zakelijke Mobiliteitsonderzoek 2021 (NZMO).

De reizigersaantallen tonen al wekenlang een voorzichtig herstel, maar de terugkeer van de forens blijft achter vergeleken met scholieren, studenten en recreanten. Ruim 55 procent van de zakelijke reizigers voor wie de trein in 2019 nog het voornaamste vervoermiddel was, reist nog altijd niet of stapt vaker in de auto dan in het OV. Voor bus, tram en metro ligt dit met bijna 60 procent zelfs nog iets lager, met vooral een modal shift naar de fiets.

Auto laten staan

Daar komt volgend jaar dus verandering in, voorzien forenzen. Eind volgend jaar denkt 90 procent van de voormalige treinreizigers dat de trein weer hun hoofdvervoermiddel is; bij het stads- en streekvervoer geldt dit voor driekwart van de reizigers. Hier valt op dat er wel plannen zijn om de auto vaker te laten staan en dat reizigers die het OV hebben ingeruild voor de fiets, dat zullen blijven doen.

De eerste conclusies van het NZMO werden deze week gepresenteerd door Eric Vousten van VMS | Insight. Het NZMO is een jaarlijks terugkerend grootschalig onderzoek dat ditmaal in september werd gehouden onder circa 3.300 zakelijke reizigers en 725 werkgevers. VMS | Insight is uitvoerder en doet dit in opdracht van Automobiel Management (zustervakblad van OVPro) en samenwerkingspartners RDC, VNA, NS en RET. Later dit jaar wordt het volledige rapport gepresenteerd.

Minder reizen

Vanzelfsprekend was er in de enquête veel aandacht voor de gevolgen van de coronacrisis op mobiliteit. Dat thuiswerken is geaccepteerd en omarmd, mag geen verrassing worden genoemd. Zakelijke reizigers verwachten eind 2021 twee dagen per week op locatie te werken. Dat is een dag minder dan nu, maar nog altijd een verdubbeling ten opzichte van vóór corona.

Desondanks is de verwachting van zowel werkgevers als reizigers dat het totale aantal zakelijke kilometers met de auto in 2022 op hetzelfde niveau als of zelfs iets hoger ligt dan de tijd voor corona. In het openbaar vervoer lijkt er juist sprake van een stagnering. De reisfrequentie van treinreizigers zal eind 2022 nog ruim 30 procent lager liggen dan in 2019 en die van bus, tram en metro 20 procent lager.

Tekst gaat verder onder de foto

busstation Breda

Minder spitsmijden

Een andere belangrijke vraag is of corona dan eindelijk gaat zorgen voor spreiding. Zakelijke reizigers die met de auto naar het werk gaan, denken dat inderdaad redelijk verspreid over de week te doen en vaker de spits te mijden dan nu. Dat kan niet worden gezegd over treinreizigers, waarbij opvalt dat de maandag vaker zal worden ingevuld met thuiswerken en dinsdag en donderdag drukke reisdagen worden. Bovendien voorzien twee op de vijf treinreizigers dat zij over een jaar de spits mijden, terwijl dat nu nog drie op de vijf is. In de bus, tram en metro worden niet veel veranderingen verwacht ten opzichte van de huidige situatie.

De autoreiziger was en blijft trouw aan dat voertuig, al zal het zakelijke wagenpark naar verwachting wel met 2 procent krimpen. Maar dat betekent volgens onderzoeker Vousten niet vanzelfsprekend dat er minder auto’s op de weg zullen zijn. Omdat steeds meer bedrijven zullen kiezen voor een mobiliteitsbudget, neemt private lease toe aangezien de verantwoordelijkheid voor de auto naar de medewerker verschuift.

Meer keuzevrijheid

Uit het onderzoek blijkt verder dat steeds meer bedrijven zijn actief bezig met beleid rondom zakelijke mobiliteit. Een van de grootste en belangrijkste ontwikkelingen in het komende jaar is dat veel meer wordt ingezet op het zoveel mogelijk keuzevrijheid geven aan medewerkers voor de invulling van hun zakelijke reis. Zo verwacht ruim een kwart van de werkgevers binnen drie jaar het mobiliteitsbudget in te voeren.

In de paneldiscussie die volgde op de presentatie ging het er onder meer over de vraag hoe kan worden gezorgd dat de zakelijke reiziger met keuzevrijheid de auto laat staan. Er werd benadrukt dat dit een gezamenlijke opdracht is en dus vraagt om samenwerking tussen alle partijen in de mobiliteitssector.

Verantwoordelijkheid voor de sector

“In alle gesprekken die we met bedrijven voeren, merk je dat er continu vraag is naar flexibele mobiliteit. Er is vooral de wens om meerdere modaliteiten aan te bieden”, zei Yfke van der Sloot van spoorvervoerder NS in de aansluitende paneldiscussie. Renate Hemerik van de Vereniging van Nederlandse Autoleasemaatschappijen (VNA) constateerde wel dat de uitvoering en invulling van het beleid “een groot vraagstuk” is.

Volgens Jean-Paul Duurland van stadsvervoerder RET heeft de sector de verantwoordelijkheid om meerdere modaliteiten beter te ontsluiten en daarmee toegankelijker te maken. “We zullen de behoeften goed in kaart moeten brengen en de beschikbaarheid fors opvoeren. Er zal veel meer moeten gebeuren om invulling te geven aan de behoefte van de zakelijke reiziger.”

Lees ook:

U las zojuist één van de gratis premium artikelen

Onbeperkt lezen? Maak gebruik van de exclusieve aanbieding

Bekijk de aanbieding

Auteur: Dylan Metselaar

Dylan Metselaar is vaste redacteur voor OVPro.nl.

Reageer ook

Nog maximaal tekens

Log in via een van de volgende social media partners om je reactie achter te laten.