Foto Europarlementariër Wim van de Camp

Europarlementariër: Nederland te klein om hoofdrailnet op te knippen

Liberalisering heeft veel goede dingen gebracht in Europa, maar het is nu tijd om de scherpe kantjes ervan af te halen en sommige verantwoordelijkheden van de overheid terug te nemen. Dat zegt Europarlementariër Wim van de Camp (CDA) in een interview. Dat betekent volgens hem niet dat marktwerking helemaal van tafel hoeft. “Een beetje concurrentie op het spoor houdt NS scherp.”

De Eerste Kamer heeft eind vorige maand het wetsvoorstel Implementatie Vierde Spoorwegpakket aangenomen. Daarin staat onder meer opgenomen dat het onderhands gunnen van een spoorconcessie mogelijk blijft, maar onder bepaalde voorwaarden. Het wetsvoorstel Implementatie Vierde Spoorwegpakket is de nationale invulling van Europese wetgeving die moet leiden tot één Europese spoorwegruimte.

Wetsvoorstel

De Europese Commissie had in het oorspronkelijk wetsvoorstel opgenomen dat alle Europese spoornetwerken openbaar dienden worden aanbesteed, als onderdeel van de politieke pijler. Voor Nederland zou dat betekenen dat het hoofdrailnet zou worden opgeknipt. Van de Camp: “Dit voorstel is door het Europese Parlement in overeenstemming met de Europese Raad een beetje afgezwakt.”

“Nederland is als het gaat om marktopening altijd een voorloper geweest, maar niet als het gaat om het hoofdrailnet van NS”, aldus de Europarlementariër. “Ik ben het daar persoonlijk wel mee eens. Ik denk dat ons land te klein is om het hoofdrailnet op te knippen. Dan krijg je intercity’s van Deutsche Bahn die bijvoorbeeld zouden gaan rijden tussen Den Haag en Utrecht. Vervolgens zou je moeten overstappen op een lijn van Utrecht naar Zwolle die dan weer in handen is van NS of van Arriva. Ik denk wel dat Nederland verstandig omgaat met die beperkte marktopening.”

Dat regionale spoorlijnen zijn aanbesteed en nu in handen zijn van partijen zoals Arriva en Syntus, vindt de politicus wel een goede zaak. “Een beetje concurrentie op het spoor houdt NS ook scherp.”

Liberalisering

De liberaliseringsgedachte uit de jaren negentig is volgens Van de Camp aan het veranderen. “Inmiddels is de discussie in Europa aan het draaien en ziet men in dat al te veel publieke diensten liberaliseren ook echt grote nadelen heeft. Nu twintig jaar later zijn de ideeën wat genuanceerder”, stelt hij. “Er zijn politieke partijen die zeggen dat hadden we nooit moeten doen, maar daar ben ik het absoluut niet mee eens. Zeker bij post en telefonie heeft het in mijn ogen uitstekend gewerkt.”

Van de Camp vindt het jammer dat veel lidstaten achterlopen met het implementeren van de technische pijler, die ervoor moet zorgen dat treinen meer grenzeloos door de EU kunnen rijden. Daarvoor zijn afspraken gemaakt over technische uniformering van regels en modernisering van het spoor.

“We zien nu al dat veel lidstaten achter zijn met de implementatie van de technische pijler die eigenlijk in 2019 al geïmplementeerd zou moeten zijn. Er zijn nu al zeventien lidstaten die het doorschuiven naar 2020. Het is jammer dat de technische uniformering en modernisering, met name in Oost-Europa, zo lang duurt.” Op de achtergrond speelt volgens hem ook nog mee dat de implementatie van het beveiligingssysteem ERTMS achterloopt in de planning.

Auteur: Marieke van Gompel

Marieke van Gompel is redacteur van OVPro en hoofdredacteur van de online vakbladen van ProMedia Group.

Reageer ook

Nog maximaal tekens

Log in via een van de volgende social media partners om je reactie achter te laten.