Twee NS-treinen halteren op Utrecht CS

ACM: door drukte wordt capaciteitsverdeling op spoor complexer

De groei van het personenvervoer op het Nederlandse spoor zorgt voor een toenemende capaciteitsschaarste. Daardoor zal de verdeling van capaciteit de komende jaren nog complexer en conflictueuzer worden. Want het aantal reizigers neemt toe, het wordt vanaf 2021 mogelijk om op regionale lijnen buiten de concessie spoorvervoer aan te bieden en er gaan door het Programma Hoogfrequent Spoor meer treinen rijden.

Dat schrijft de Autoriteit Consument en Markt (ACM) in de Spoormonitor 2018. In de tweejaarlijkse Spoormonitor onderzoekt ACM de toestand van concurrentie op de spoormarkt en krijgt de waakhond ook inzicht in de belangrijkste ontwikkelingen en dus mogelijke mededingingsproblemen.

Groei

De ACM houdt rekening met een verdere groei van het spoorvervoer. Tussen 2016 en 2017 is het aantal treinkilometers al gestegen met 1,4 procent en tussen 2017 en 2023 wordt een verdere groei verwacht van in totaal 14 procent. Voor de verdeling van de capaciteit betekent dit meer aanvragen, meer samenloop, meer grensoverschrijdend verkeer en ook meer spelers.

ACM vreest daarom in de toekomst voor een stijging van het aantal capaciteitsconflicten die door ProRail vanwege de uiteenlopende belangen niet in overleg met vervoerders kunnen worden opgelost. “De ACM vindt het belangrijk dat in een situatie van toenemende schaarste de beschikbare capaciteit eerlijk wordt verdeeld. Daarom zien we erop toe dat spoorbedrijven op basis van transparante en niet-discriminerende voorwaarden gebruik kunnen maken van het spoor”, aldus Henk Don, bestuurslid bij de ACM.

Meer spelers

De komst van meer spelers wordt in de handen gewerkt door de openstelling van het spoor door het Vierde Spoorpakket. Het Vierde Spoorpakket betekent niet alleen dat onderhandse gunning alleen nog onder voorwaarden mogelijk is, maar maakt het ook mogelijk dat iedere spoorvervoerder vanaf 2021 op regionale spoorvervoer mag aanbieden – ook buiten een concessie. Dat vervoer rijdt dan naast het treinverkeer dat in een concessie wordt aangeboden.

Overigens moet een nieuwe aanbieder wel altijd melding maken van een nieuwe treindienst bij de ACM. In dat geval kan de zittende vervoerder, maar ook de concessieverlener, of bijvoorbeeld een andere vervoerder of ProRail echter aan de bel trekken. Hierna beoordeelt de waakhond of zo’n nieuwe treindienst het economische evenwicht in gevaar brengt. ACM kan in dat geval maatregelen voorstellen of zelfs de toegang tot het spoor weigeren.

Hoofdrailnet

Overigens is het aandeel decentrale spoorlijnen in Nederland erg klein. Ongeveer 15 procent van het aantal gereden treinkilometers wordt afgelegd op gedecentraliseerde lijnen. De rest behoort tot het hoofdrailnet van de NS en de HSL-Zuid. Op die regionale lijnen heeft Arriva met de concessies in Groningen en Friesland en in Limburg met afstand het grootste aandeel in handen. Qua passagierskilometers neemt NS 95 procent van het spoorvervoer voor zijn rekening.

Hoewel het Vierde Spoorpakket nu is aangenomen, betekent dit op korte termijn nog niets voor het vervoer van NS. Maar het onderhands gunnen van een concessie is straks louter toegestaan onder voorwaarden. Bovendien onderzoekt het ministerie nu de gewenste spoorordening in Nederland. Als voorbereiding op het politieke besluit in 2020 laat staatssecretaris Stientje van Veldhoven enkele onderzoeken uitvoeren.

Eerlijke kansen

Onderdeel van die onderzoeken is een advies van ACM naar de behoefte aan aanvullende beheersmaatregelen om een gelijk speelveld te creëren bij regionale aanbesteding. Dit rapport wordt op korte termijn verwacht. Volgens ACM is het namelijk bij een verdere openstelling van de spoormarkt van belang dat vervoerders eerlijke kansen krijgen.

“Daarbij is zorgelijk dat het aantal (signalen over) incidenten en onregelmatigheden bij aanbestedingen is toegenomen. Regionale vervoerders signaleren risico’s op verstoring van het gelijk speelveld bij aanbestedingen en problemen met de uitvoering van concessies door beperkingen in het gebruik van spoorweginfrastructuur en bijbehorende voorzieningen”, schrijft ACM.

Verdeling ProRail

De meeste personenvervoerders zijn op dit moment wel tevreden over de wijze waarop ProRail nu de capaciteit verdeelt. Over het algemeen wordt er goed rekening gehouden met de verschillende belangen bij zowel het verdelen van de capaciteit als met het inplannen en coördineren van onderhoud. Wel heeft al één vervoerder aangeven zich zorgen te maken over de toenemende behoefte aan capaciteit voor onderhoud.

Meerdere vervoerders gaven ook aan ontevreden te zijn over de beschikbaarheid van de opstelsporen. Daardoor vrezen zij voor extra kosten, aangezien ze grotere afstanden moeten afleggen met leeg materieel. “Personenvervoerders verwachten dat vanwege de toekomstige reizigersgroei het tekort aan opstelsporen zal vergroten en zal leiden tot een toename van onoplosbare capaciteitsconflicten”, aldus ACM. Wel heeft ProRail al een plan opgesteld en is hiervoor extra geld toegezegd.

Auteur: Inge Jacobs

Inge Jacobs is vaste redacteur van OVPro en schrijft voor verschillende andere vakbladen van ProMedia Group.

Reageer ook

Nog maximaal tekens

Log in via een van de volgende social media partners om je reactie achter te laten.