Station Roermond winterweer (foto: NS)

Onvoldoende oog voor regionale vervoerders tijdens winterweer

De treindienstregeling had sneller moeten worden opgestart na het extreme winterweer in februari. En in alle hectiek om de grote hoeveelheid storingen op te lossen en een nieuwe dienstregeling te bedenken, werd bovendien niet genoeg gekeken naar regionale vervoerders. Daardoor reden er geen treinen in regio’s waar dit wel mogelijk was.

Dat blijkt uit een evaluatie die NS en ProRail hebben uitgevoerd naar de effecten van het winterweer begin 2021. Weinig verrassend is de conclusie dat het spoorsysteem niet is opgewassen tegen dit soort extreme weersomstandigheden. Wel blijkt dat er verbetering mogelijk is om de overlast voor reizigers tot een minimum te beperken. Reizigers kon geen perspectief worden geboden en hadden dagenlang last van beperkte reismogelijkheden, langere reistijden en soms volle treinen.

Haperende opstart

Door een combinatie van factoren was er zo goed als geen treinverkeer mogelijk op zondag 7 februari en was er negen dagen lang hinder bij het opstarten van de dienstregeling. Er bleven storingen komen, er was onvoldoende capaciteit om ze te verhelpen en bovendien had ProRail moeite om te bepalen welke storing als eerste verholpen moest worden. Treinen van NS ondervonden met name problemen door ijsvorming op treeplanken, treintoeters en tandwielkasten. Rangeerterreinen en onderhoudslocaties waren bovendien niet of slecht bereikbaar.

Door het hoge aantal storingen kon er geen scenario worden gemaakt om de dienstregeling op te starten. ProRail en NS kenden namelijk geen logistiek scenario dat onder het niveau van de winterdienstregeling ligt, waarbij 80 procent van de treinen rijdt. Dat zat een soepele opstart van het treinverkeer in de weg. De communicatie naar reizigers, die dus geen perspectief kon worden geboden, sloot volgens de spoorbeheerder en -vervoerder aan op wat zij maximaal wisten.

Behalve het verhelpen van de overvloed aan storingen moest er een nieuwe en veilige dienstregeling worden bedacht. In die hectiek had ProRail onvoldoende oog voor regionale vervoerders. Die hadden reizigers juist maatwerk kunnen bieden, maar ook hun treinen bleven stilstaan. Daarnaast zijn deze vervoerders onvoldoende geïnformeerd over de impact die het winterweer op het spoor en treinen had.

Verbeterpunten

Het zou miljarden kosten om het Nederlandse spoor onder alle omstandigheden en te allen tijde beschikbaar te houden, wordt gesteld in de evaluatie. Wel worden handvatten geboden waarmee ProRail en NS verwachten om bij vergelijkbare weersomstandigheden de treindienst in de toekomst sneller te kunnen opstarten. Op vier hoofdthema’s worden maatregelen genomen om opschaling te versnellen. De meeste kunnen naar verwachting nog voor het aankomende winterseizoen worden gerealiseerd.

Allereerst doet ProRail samen met vervoerders nader onderzoek naar de winterbestendigheid in relatie tot de dienstregelingen. Dit zal leiden tot één of meerdere scenario’s waarbij een afschaling van infrastructuur aansluit op afgeschaalde dienstregelingen. Verder worden interne processen en communicatie- en informatievoorziening aan regionale en goederenvervoerders in voorbereiding op het en tijdens het afschalen verbeterd. NS optimaliseert de voorbereiding van het materieel op winters weer; ProRail verbetert op zijn beurt de voorbereidende maatregelen om wissels wintergeschikt te maken.

Reacties

Staatssecretaris Stientje van Veldhoven zegt in een Kamerbrief dat ze er waarde aan hecht dat NS en ProRail voortvarend met de aanbevelingen aan de slag zijn gegaan. In het bijzonder drukt ze de twee op het hart de samenwerking en afstemming met regionale en goederenvervoerders voort te zetten. Ook vraagt ze extra aandacht voor het betrekken van de reizigersorganisaties bij de uitwerking van de conclusies en aanbevelingen.

Reizigersvereniging Rover is van mening dat in de evaluatie te weinig aandacht is besteed aan de impact voor reizigers, die groter zou zijn dan nu wordt geschetst. Volgens Rover is vooral gekeken naar uitgevallen treinkilometers en niet naar andere aspecten, zoals kortere treinen, onjuiste of onvolledige reisinformatie en de kwaliteit van de geboden dienstregeling.

Rover vindt daarnaast dat NS net als regionale vervoerders maatwerk had kunnen bieden op plekken waar wel treinen konden rijden. Het belang van een alternatieve dienstregeling onder de 80 procent beschikbaarheid wordt onderschreven, maar is volgens de vereniging alleen aanvaardbaar voor de opstart na een grote calamiteit. Verder wordt gepleit voor het vereenvoudigen van de keten om infrastructuur te herstellen, en de capaciteit hiervoor omhoog te krikken.

Lees ook:

U las zojuist één van de gratis premium artikelen

Onbeperkt lezen? Maak gebruik van de exclusieve aanbieding

Bekijk de aanbieding

Auteur: Dylan Metselaar

Dylan Metselaar is vaste redacteur voor OVPro.nl.

Reageer ook

Nog maximaal tekens

Log in via een van de volgende social media partners om je reactie achter te laten.