Station Zwolle treinen

‘OV-gebruik kan al in 2023 op pre-coronaniveau liggen’

In het meest gunstige geval wordt in 2023 alweer even vaak met het openbaar vervoer gereisd als pre-corona. Het aantal reiskilometers per bus, tram en metro kan zelfs volgend jaar al nagenoeg terug zijn op het oude niveau. Maar als contactbeperkende maatregelen komende maanden van kracht blijven, is volledig herstel mogelijk pas in 2025 een feit.

Dat blijkt uit het Mobiliteitsbeeld 2021, waarin het Kennisinstituut voor Mobiliteitsbeleid (KiM) ingaat op de ontwikkeling van mobiliteit in 2020 en een toekomstverwachting voor de komende vijf jaar schetst. De zogeheten basisraming waarin OV-gebruik binnen twee jaar weer op het oude niveau ligt, is gebaseerd op een scenario zonder coronamaatregelen. Het alternatieve pessimistische scenario daarentegen heeft meer weg van de huidige situatie: een waarin het coronavirus opleeft en in de laatste maanden van 2021 en begin 2022 een lockdown nodig is.

Snel terug op oude niveau

Bekeken door een optimistische bril leggen treinreizigers in 2022 in totaal 19,7 miljard kilometer af – nog maar 3 procent onder het niveau van 2019. Voor de bus, tram en metro neemt het gebruik in dit scenario toe tot 5,6 miljard kilometer en daarmee zouden deze modaliteiten nagenoeg weer terugzijn op pre-coronaniveau. Het treingebruik zal een jaar later weer volledig zijn hersteld.

Op middellange termijn stelt de basisraming dat treinreizigers in 2026 in totaal 7 procent meer kilometers afleggen dan vóór corona. Voor bus, tram en metro wordt over vijf jaar een toename van 9 procent verwacht. Daarbij is er rekening mee gehouden dat de mobiliteitsverandering door thuiswerken, digitaal vergaderen en thuisonderwijs en verandering van vervoerwijze deels structureel is. Per saldo zorgt dat ervoor dat de eerder verwachte groei met 9 procent wordt gedempt, waarbij circa 3 procent is toe te schrijven aan een modal shift.

Pessimistisch scenario

Het beeld is een stuk minder rooskleurig als begin volgend jaar nog altijd reisbeperkingen gelden. In dat geval blijft het treingebruik in 2022 nog 14 procent achter en die van bus, tram en metro 12 procent. Het aantal reizigerskilometers per trein zal dan pas in 2026 iets hoger liggen dan pre-corona (1 procent); voor bus, tram en metro wordt dit tegen die tijd met 3 procent overtroffen. Binnen de sector wordt regelmatig gesuggereerd dat OV-gebruik pas in 2025 volledig is hersteld, waarmee dus wordt gedoeld op dit pessimistische scenario.

Tekst gaat verder onder de grafiek

Ontwikkeling van het gebruik van bus, tram en metro en trein (bron: Mobiliteitsbeeld 2021, KiM)
Ontwikkeling van het gebruik van bus, tram en metro en trein (bron: Mobiliteitsbeeld 2021, KiM)

Bij de berekening van deze situatie baseerde het KiM zich op de Macro Economische Verkenning van het CPB. De verschillen in herstel van OV-gebruik in beide ramingen schrijven de onderzoekers voor een klein deel toe aan een iets lagere inkomensgroei, maar vooral omdat verondersteld is dat in dit geval geen kwaliteitsverbetering optreedt in het OV. Tussen 2004 en 2014 zorgden dergelijke verbeteringen ervoor dat het aantal reizigers jaarlijks met gemiddeld 0,9 en 0,2 procent toenam voor respectievelijk trein en bus, tram en metro.

De ontwikkeling is geschetst aan de hand van factoren als bevolkingsomvang, aantal studenten, inkomen, OV-tarief en kwaliteit van OV. Dit is aangevuld met de effecten van structurele gedragsaanpassingen als gevolg van de coronacrisis. De omvang van dit laatste is vastgesteld op basis van literatuurstudie en enquêtes.

Dramatisch 2020

In het Mobiliteitsbeeld blikt het KiM dus ook nog terug op 2020, waarin corona voor een dramatische daling van het aantal OV-reizigers zorgde. Forensen maakten tot wel 75 procent minder ritten dan in 2019. In de trein daalde het aantal reizigerskilometers met 55 procent en in bus, tram en metro met 49 procent. Daarmee kwam een abrupt einde aan de jaarlijkse groei van circa 4 procent per jaar.

Automobilisten legden tegelijkertijd 33 procent minder kilometers af dan een jaar eerder. Vooral in de spits was het rustiger, waardoor de vertraging op de weg afnam met 67 procent. Personenauto’s stootten door deze ontwikkeling 13 procent minder CO2 uit dan het jaar voordat de pandemie begon. Ook fietsend lag het aantal kilometers lager, namelijk een vijfde minder kilometers. Alleen te voet steeg de afgelegde afstand met 20 procent.

Bekijk hier het volledige Mobiliteitsbeeld 2021.

Lees ook:

U las zojuist één van de gratis premium artikelen

Onbeperkt lezen? Maak gebruik van de exclusieve aanbieding

Bekijk de aanbieding

Auteur: Dylan Metselaar

Dylan Metselaar is vaste redacteur voor OVPro.nl.

Reageer ook

Nog maximaal tekens

Log in via een van de volgende social media partners om je reactie achter te laten.

‘OV-gebruik kan al in 2023 op pre-coronaniveau liggen’ | OVPro.nl
Station Zwolle treinen

‘OV-gebruik kan al in 2023 op pre-coronaniveau liggen’

In het meest gunstige geval wordt in 2023 alweer even vaak met het openbaar vervoer gereisd als pre-corona. Het aantal reiskilometers per bus, tram en metro kan zelfs volgend jaar al nagenoeg terug zijn op het oude niveau. Maar als contactbeperkende maatregelen komende maanden van kracht blijven, is volledig herstel mogelijk pas in 2025 een feit.

Dat blijkt uit het Mobiliteitsbeeld 2021, waarin het Kennisinstituut voor Mobiliteitsbeleid (KiM) ingaat op de ontwikkeling van mobiliteit in 2020 en een toekomstverwachting voor de komende vijf jaar schetst. De zogeheten basisraming waarin OV-gebruik binnen twee jaar weer op het oude niveau ligt, is gebaseerd op een scenario zonder coronamaatregelen. Het alternatieve pessimistische scenario daarentegen heeft meer weg van de huidige situatie: een waarin het coronavirus opleeft en in de laatste maanden van 2021 en begin 2022 een lockdown nodig is.

Snel terug op oude niveau

Bekeken door een optimistische bril leggen treinreizigers in 2022 in totaal 19,7 miljard kilometer af – nog maar 3 procent onder het niveau van 2019. Voor de bus, tram en metro neemt het gebruik in dit scenario toe tot 5,6 miljard kilometer en daarmee zouden deze modaliteiten nagenoeg weer terugzijn op pre-coronaniveau. Het treingebruik zal een jaar later weer volledig zijn hersteld.

Op middellange termijn stelt de basisraming dat treinreizigers in 2026 in totaal 7 procent meer kilometers afleggen dan vóór corona. Voor bus, tram en metro wordt over vijf jaar een toename van 9 procent verwacht. Daarbij is er rekening mee gehouden dat de mobiliteitsverandering door thuiswerken, digitaal vergaderen en thuisonderwijs en verandering van vervoerwijze deels structureel is. Per saldo zorgt dat ervoor dat de eerder verwachte groei met 9 procent wordt gedempt, waarbij circa 3 procent is toe te schrijven aan een modal shift.

Pessimistisch scenario

Het beeld is een stuk minder rooskleurig als begin volgend jaar nog altijd reisbeperkingen gelden. In dat geval blijft het treingebruik in 2022 nog 14 procent achter en die van bus, tram en metro 12 procent. Het aantal reizigerskilometers per trein zal dan pas in 2026 iets hoger liggen dan pre-corona (1 procent); voor bus, tram en metro wordt dit tegen die tijd met 3 procent overtroffen. Binnen de sector wordt regelmatig gesuggereerd dat OV-gebruik pas in 2025 volledig is hersteld, waarmee dus wordt gedoeld op dit pessimistische scenario.

Tekst gaat verder onder de grafiek

Ontwikkeling van het gebruik van bus, tram en metro en trein (bron: Mobiliteitsbeeld 2021, KiM)
Ontwikkeling van het gebruik van bus, tram en metro en trein (bron: Mobiliteitsbeeld 2021, KiM)

Bij de berekening van deze situatie baseerde het KiM zich op de Macro Economische Verkenning van het CPB. De verschillen in herstel van OV-gebruik in beide ramingen schrijven de onderzoekers voor een klein deel toe aan een iets lagere inkomensgroei, maar vooral omdat verondersteld is dat in dit geval geen kwaliteitsverbetering optreedt in het OV. Tussen 2004 en 2014 zorgden dergelijke verbeteringen ervoor dat het aantal reizigers jaarlijks met gemiddeld 0,9 en 0,2 procent toenam voor respectievelijk trein en bus, tram en metro.

De ontwikkeling is geschetst aan de hand van factoren als bevolkingsomvang, aantal studenten, inkomen, OV-tarief en kwaliteit van OV. Dit is aangevuld met de effecten van structurele gedragsaanpassingen als gevolg van de coronacrisis. De omvang van dit laatste is vastgesteld op basis van literatuurstudie en enquêtes.

Dramatisch 2020

In het Mobiliteitsbeeld blikt het KiM dus ook nog terug op 2020, waarin corona voor een dramatische daling van het aantal OV-reizigers zorgde. Forensen maakten tot wel 75 procent minder ritten dan in 2019. In de trein daalde het aantal reizigerskilometers met 55 procent en in bus, tram en metro met 49 procent. Daarmee kwam een abrupt einde aan de jaarlijkse groei van circa 4 procent per jaar.

Automobilisten legden tegelijkertijd 33 procent minder kilometers af dan een jaar eerder. Vooral in de spits was het rustiger, waardoor de vertraging op de weg afnam met 67 procent. Personenauto’s stootten door deze ontwikkeling 13 procent minder CO2 uit dan het jaar voordat de pandemie begon. Ook fietsend lag het aantal kilometers lager, namelijk een vijfde minder kilometers. Alleen te voet steeg de afgelegde afstand met 20 procent.

Bekijk hier het volledige Mobiliteitsbeeld 2021.

Lees ook:

U las zojuist één van de gratis premium artikelen

Onbeperkt lezen? Maak gebruik van de exclusieve aanbieding

Bekijk de aanbieding

Auteur: Dylan Metselaar

Dylan Metselaar is vaste redacteur voor OVPro.nl.

Reageer ook

Nog maximaal tekens

Log in via een van de volgende social media partners om je reactie achter te laten.