Pedro Peters, directeur, RET

Vervoerders mogen best botsen in nieuwe brancheorganisatie

Er komt na een afwezigheid van acht jaar weer een brancheorganisatie voor OV-bedrijven. Onder de naam OVNL verenigen alle vervoerders in Nederland zich om intensiever samen te werken op het gebied van reisproducten, klantenservice, betaaloplossingen en innovaties. Ook gaat de organisatie bij politiek en bestuur de belangen van de vervoerders behartigen over zaken als investeringen, fiscaliteit en regelgeving. Pedro Peters, directeur van het Rotterdamse stadsvervoer RET, geeft de komende twee jaar leiding aan de organisatie.

Een beter en innovatiever betaalsysteem voor het hele OV staat hoog op de wensenlijst van de organisatie. Om verder gesteggel over de OV-chipkaart te voorkomen, is het eerste wapenfeit van de branchevereniging de herstructurering van Trans Link Systems (TLS). Dit wordt een coöperatie van alle vervoerders, met Connexxion-directeur Bart Schmeink aan het roer.

“De samenwerking tussen OV-bedrijven is de afgelopen jaren niet altijd optimaal geweest”, zegt Pedro Peters. “Er zijn allerlei geschillen geweest. Over marktwerking, de rol van NS of regionaal spoor. De noodzaak tot beter samenwerken wordt nu gezien.”

Inspelen op ontwikkelingen

“Er verandert namelijk ongelooflijk veel”, aldus de RET-directeur. “Of het nu gaat om zelfsturende auto’s, sociale veiligheid, reisinformatie, bussen op het platteland, concurrentie van Uber, duurzaamheidsvraagstukken, de studentenkaart en eenmalig in- en uitchecken bij gebruik van verschillende vervoerders. Daar moeten we innovatiever op inspelen. Het OV gaat vastlopen als wij ons niet organiseren.”

De vervoerders hoeven het in de organisatie niet per se constant eens te zijn. Het is volgens Peters nadrukkelijk ook een plek om ‘te escaleren’, zodat een signaal afgegeven kan worden dat de sector het niet eens wordt. “Maar dan is dat in ieder geval duidelijk. Het is professioneel om elkaar op de hoogte te houden. En dan niet via de media zoals de afgelopen jaren veel gebeurde, maar door elkaar recht in de ogen aan te kijken.”

Uiteenlopende belangen

De branchevereniging die er ooit was (Mobis), klapte in 2007 uit elkaar toen de streekvervoerders eruit stapten. Zij vonden dat er teveel uiteenlopende belangen waren tussen de bedrijven die moesten aanbesteden in verband met marktwerking en de bedrijven die dat niet hoefden. In de politiek is nog jarenlang onzekerheid geweest over de vraag of ook in het stadsvervoer aanbesteed moest worden.

Peters: “De bedrijven die actief zijn in het streekvervoer willen dat er aanbesteed wordt, de stadsbedrijven vinden het beter om dat niet te doen. Nu duidelijk is dat in de grote steden definitief niet aanbesteed hoeft te worden en elders in het land wel, hebben de vervoersbedrijven dat geaccepteerd als status quo. Dan ga je zien dat er uiteindelijk toch meer is dat je bindt dan je scheidt.”

Federatie Mobiliteitsbedrijven Nederland

Het Nationaal OV-beraad blijft gewoon bestaan, evenals de Federatie Mobiliteitsbedrijven Nederland (FMN). In die laatste organisatie zitten Arriva, Connexxion/Veolia (Transdev) en Syntus, ofwel de vervoerders die mee moeten doen met aanbestedingen. “Streekvervoerders hebben deels andere belangen, daarom moet deze club gewoon blijven bestaan”, zegt Peters. “Maar met de komst van OVNL kunnen we in elk geval het aantal overlegorganen terugbrengen. Het zijn er nu zo’n tweehonderd.” De directeuren van de vervoersbedrijven nemen zelf zitting in de organisatie.

Nu er weer een brancheorganisatie komt, is het wat Peters betreft ook tijd voor een onafhankelijke waakhond voor de OV-sector. Dat vindt hij echter een zaak voor de politiek.

Martijn van Best

Auteur: Redactie

Reageer ook

Nog maximaal tekens

Log in via een van de volgende social media partners om je reactie achter te laten.